Na tien jaar neemt Peter Hoffman afscheid van redactie Arabesken
Continuïteit en kwaliteit

Geen literair tijdschrift kan bestaan zonder de inzet van onbezoldigde enthousiastelingen die veel vrije tijd steken in iets dat hun na aan het hart ligt. Mede dankzij Peter Hoffman heeft Arabesken zich ontwikkeld van bulletin tot een volwaardig podium voor het Couperusonderzoek. Een terugblik op zijn tijd als redactielid.

Door Rémon van Gemeren

Het begon in 1998 met een advertentie in het Nieuwsbulletin Louis Couperus Genootschap, dat versterking van de redactie zocht. Hoffman was destijds student Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Het stond allang vast dat hij zou afstuderen op het werk van Couperus, in wie hij zich reeds op de middelbare school had verdiept. Het was derhalve voor hem een logische stap om op de oproep te reageren.
    Hij trad aan als lid van de redactie, die destijds geregeld van samenstelling veranderde, maar waarvan hij samen met Karin Peterson, toen voorzitter van het genootschap, enige jaren de kern zou vormen. In 2001 nam hij het eindredacteurschap van haar over. Hij stelde enkele nieuwe redactieleden aan en liet de naam Nieuwsbulletin vallen ten faveure van Arabesken, hetgeen de ambities van die tijd onthulde: het omvormen van een mededelingenblad tot een tijdschrift met een professioneel aanzien. Nieuws over Couperus, het genootschap en het Louis Couperus Museum werd gehandhaafd, maar er werd steeds meer plaats ingeruimd voor artikelen waarin de analyse of literair-historische context van Couperus’ leven en werk centraal stond. Hoffman zorgde voor een acquisitie van een groot aantal interessante en belangrijke publicaties die het inzicht in Couperus hebben vergroot. Onder zijn leiding werden rubrieken als ‘Het favoriete fragment van...’ en ‘Vraaggesprek met...’ gestart en nam de zorg voor de afbeeldingen zienderogen toe. Met de aanstelling van vormgever Pim Oxener konden de doelstellingen ook in het uiterlijk van het blad tot uitdrukking worden gebracht.
    Het was niet altijd eenvoudig de hoogte waarop de lat gelegd was te bereiken. Het tijdschrift steunt volledig op de inzet van vrijwilligers. Daardoor was het zeker in de beginjaren de grootste uitdaging om de continuïteit van het tijdschrift te bewaken, zonder al te veel in te leveren op kwaliteit. Een goed netwerk en een flinke dosis diplomatie zijn hierbij onontbeerlijk. Bij zijn redactiegenoten en andere betrokkenen staat Hoffman bekend om zijn tactvolle manier van auteurs bejegenen. Tegelijk is hij betrouwbaar en heeft hij zenuwen die bestand zijn tegen de hectiek van een deadline. Daarbij laat de aandacht voor de inhoud hem geen ogenblik in de steek. Zijn oog voor stijl en zijn (soms rigoureuze) aanpassingen maakten de artikelen zonder uitzondering leesbaarder en sterker.
    Door de drukte rondom de eindredactie kwam hij niet veel aan eigen bijdragen toe. De artikelen die hij schreef, evenals de door hem verzorgde nieuwsrubriek, tonen evenwel plezier, passie, kennis en een scherpe blik. Deze heeft hij meer nog kunnen uiten op de website van het genootschap, die bijna helemaal door hem is opgebouwd. Verder was hij al die tijd een soepele, intelligente schakel tussen het genootschap en het museum.

41
Na tien jaar lijkt voor velen de scheidslijn tussen Hoffman en Arabesken tamelijk vaag. Hij was het gezicht en het brein van het blad. Het zal dan ook weinigen verbazen dat de beslissing om terug te treden als eindredacteur moeilijk geweest is, vooral omdat Hoffman het nog steeds uitdagend en bevredigend vindt om elk half jaar aan een mooi nummer te werken. Toch acht hij het geen slechte gewoonte om na een lange periode de ruimte te bieden aan een opvolger die fris en met betrekkelijke onbevangenheid andere accenten kan leggen.
    Hijzelf kijkt – in alle bescheidenheid – met tevredenheid terug op wat er is verwezenlijkt. Dat wenst hij in de eerste plaats te schrijven op het conto van de auteurs, die het tijdschrift steeds vaker weten te vinden. Het bedelen om een bijdrage in het begin is inmiddels veranderd in het maken van keuzes. Deze luxe komt de kwaliteit vanzelfsprekend ten goede. Hoffman denkt daarom – tevens gelet op de blijvende en nog steeds groeiende steun van donateurs – dat Arabesken nog wel een tijdje meekan. Het onderwerp, het leven en werk van Louis Couperus, is volgens hem rijk en breed genoeg.
    Op Couperus is hij nog lang niet uitgekeken. Voorlopig blijft hij bestuurslid van het genootschap. Daarnaast hoopt hij nog meer tijd vrij te kunnen maken voor de verdere ontwikkeling van de website. Ook voor het Louis Couperus Genootschap wordt het digitale leven steeds belangrijker. En terecht, meent hij: ‘Het internet is de mooiste uitvinding na de boekdrukkunst.’

(Uit: Arabesken 16 (2008), nr.32, p.40-41.)