Borstbeeld van Couperus in oude glorie hertsteld
![]() |
De laatste jaren stond het er troosteloos bij, in de loop der tijd verwaarloosd en vervuild geraakt. Maar inmiddels glanst het brons weer als nieuw. Door de gezamenlijke inspanning van de bewonersvereniging Surinamestraat, het Louis Couperus Museum en de Gemeente Den Haag werd het borstbeeld van Couperus in zijn oude glorie hersteld. Het kunstwerk van Lambertus Sondaar is weer een omweg waard.
Door Eugenie Boer
Iedere Couperus-liefhebber kent het: het majestueuze borstbeeld van Louis Couperus aan de kop van de Surinamestraat. Op een hoge sokkel kijkt hij beschouwend voor zich uit; het huis waar hij Eline Vere schreef rechts achter zich. En dieper de straat in, op nummer 42, het huis van de rijksbouwmeester G.H. Peters; bekender misschien als het huis van waar Marietje Saetzema uit De Boeken der kleine zielen verveeld uit het raam staarde.
Gevoelig realisme
De nadering van Couperus’ honderdste geboortedag was voor het toenmalige
ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen aanleiding opdracht te geven
voor het vervaardigen van een borstbeeld van Couperus, bestemd voor zijn
geboortestad Den Haag. De opdracht viel toe aan Lambertus Sondaar (1904-1984).
Sondaar was een gewaardeerd portrettist die onder meer koningin Juliana, F.
Schmidt Degener, directeur van het Rijksmuseum en Eduard Verkade met waardige en
tijdloze koppen in brons had
32
weergegeven. Sondaars gevoelig realisme sprak - en spreekt nog steeds - velen
aan. Zijn streven het wezenlijke weer te geven in karakter en uiterlijk van zijn
model is goed te zien bij het borstbeeld van Louis Couperus.
Sondaar studeerde aan de Rijksacademie in Amsterdam, maar
voelde te weinig affiniteit met de daar heersende nadruk op de architecturale
beeldhouwkunst. In de jaren dertig trok hij naar Frankrijk om lessen te volgen
bij de befaamde Franse portretbeeldhouwer Charles Despiau. Die gold als de
belangrijkste vertegenwoordiger van de classicistische reactie op Rodins
impressionisme. Na zijn terugkeer naar Nederland ontwikkelde Sondaar zich tot de
belangrijkste vertolker van het moderne, classicistische portret. De menselijke
figuur is gedurende zijn hele carrière zijn hoofdonderwerp geweest.
Sondaar was geen beeldhouwer in de eigenlijke zin van het
woord; hij hakte niet weg maar voegde toe. Hij modelleerde zijn werken in klei.
Een gipsgieter vervaardigde vervolgens een gipsmodel, waarna hij zonodig het
daaruit voortkomende wasmodel bewerkte, voordat de bronsgieter aan het werk
ging.
Lambertus Sondaar was bij het vormgeven in klei een
kritische, langzame werker. Hij wilde zich bovendien zo goed mogelijk in zijn
personage inleven. De rest van de familie Sondaar ontkwam maar nauwelijks aan
dat proces. Toen hij aan het borstbeeld van Couperus werkte, slingerden diens
romans door het hele huis en fragmenten werden zonodig hardop voorgelezen. De
kunstenaar werkte het liefst naar direct voorbeeld. De poseersessies waren lang
en veelvuldig. Hij liep dan om de zitter heen, nam afstand, beloerde hem als een
prooi. Maar in het geval van Couperus moest hij zich met foto’s behelpen. Het
atelier hing vol met sterk vergrote portretfoto’s van de schrijver, beduimeld en
met klei besmeurd: een foto naar het portret dat Antoon van Welie in 1916 van
Couperus gemaakt had, Couperus zelfbewust als schrijver aan zijn bureau op de
Hooge Wal uit dezelfde tijd, Couperus als man van de wereld met hoed en grote
bontkraag
33
uit
1917. Maar ook de foto die genomen is na de huldiging in Kunstzaal Kleykamp ter
gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Regelmatig moesten deze afbeeldingen
onder de punaise vandaan om nog eens op een detail bestudeerd te worden.
Die laatstgenoemde foto was van een andere orde dan de eerste
drie. Couperus poseerde er nauwelijks; hij werd als het ware ‘live’ gekiekt toen
hij naar buiten kwam en nog wat stond te praten. Maar ook dat was voor Sondaar
niet genoeg om vat te krijgen op de figuur Couperus. De schrijver ‘leefde’ nog
niet, het driedimensionale aspect ontbrak. Een bewaard gebleven foto toont aan
hoe de beeldhouwer in het mankement voorzag. Op die zien we zijn vriend en
collega, de schilder Joop Sjollema, verkleed als Couperus. Hij had een
vergelijkbaar postuur en gekleed in rokkostuum wist hij bij Sondaar de illusie
te wekken dat Couperus in levende lijve aanwezig was.
Autovrij
De voorbereidingstijd was ruim geweest, maar op de beoogde datum, 10 juni 1963,
de honderdste geboortedag van Louis Couperus, was het bronzen beeld nog niet
voltooid. Het gipsmodel was er wel. Het werd bronskleurig geverfd en een
provisorische sokkel kreeg de tint van natuursteen. Zo stond niets de
feestelijkheden meer in de weg. Het was duidelijk: Sondaar had een kunstwerk
geleverd dat Couperus alle recht deed – zelfs in de gipsen versie.
Het gipsmodel is bewaard gebleven en staat permanent
opgesteld in de grote zaal van het Letterkundig Museum in Den Haag.
Gelukkig blijft er altijd nog iets te wensen over. Nu het
bronzen borstbeeld er weer zo mooi bij staat, valt het des te meer op dat het
bekijken ervan soms toch op moeilijkheden stuit. Bij de plaatsing in 1963 zal
niemand er aan gedacht hebben, maar tegenwoordig is de Surinamestraat nooit
zonder geparkeerde auto’s, ook niet voor het beeld van Couperus. Het is tijd
voor een nieuwe actie. Precies voor het beeld, in de ronding van het grasveld,
zou een autovrij stukje gecreëerd moeten worden. Slechts één auto minder, slecht
één gele streep aan de stoep en het probleem is opgelost: het plantsoen in de
Surinamestraat herwint het prachtige doorzicht en het beeld van Couperus kan ten
volle de aandacht krijgen die het verdient.
Met dank aan mevrouw D. Mendel-Sondaar.
(Uit: Arabesken 13 (2005), nr.25, p.31-33.)