Borstbeeld van Couperus in oude glorie hertsteld

De onthulling van het (gipsen) borstbeeld op 10 juni 1963. Van links naar rechts: staatssecretaris van O. K. en W., mr. Y. Scholten, H.A.M.T. Kolfschoten, burgemeester van Den Haag en Lambertus Sondaar. Foto: RKD Den Haag

De laatste jaren stond het er troosteloos bij, in de loop der tijd verwaarloosd en vervuild geraakt. Maar inmiddels glanst het brons weer als nieuw. Door de gezamenlijke inspanning van de bewonersvereniging Surinamestraat, het Louis Couperus Museum en de Gemeente Den Haag werd het borstbeeld van Couperus in zijn oude glorie hersteld. Het kunstwerk van Lambertus Sondaar is weer een omweg waard.

Door Eugenie Boer

Iedere Couperus-liefhebber kent het: het majestueuze borstbeeld van Louis Couperus aan de kop van de Surinamestraat. Op een hoge sokkel kijkt hij beschouwend voor zich uit; het huis waar hij Eline Vere schreef rechts achter zich. En dieper de straat in, op nummer 42, het huis van de rijksbouwmeester G.H. Peters; bekender misschien als het huis van waar Marietje Saetzema uit De Boeken der kleine zielen verveeld uit het raam staarde.

Gevoelig realisme
De nadering van Couperus’ honderdste geboortedag was voor het toenmalige ministerie van Onderwijs, Kunst en Wetenschappen aanleiding opdracht te geven voor het vervaardigen van een borstbeeld van Couperus, bestemd voor zijn geboortestad Den Haag. De opdracht viel toe aan Lambertus Sondaar (1904-1984). Sondaar was een gewaardeerd portrettist die onder meer koningin Juliana, F. Schmidt Degener, directeur van het Rijksmuseum en Eduard Verkade met waardige en tijdloze koppen in brons had

32
weergegeven. Sondaars gevoelig realisme sprak - en spreekt nog steeds - velen aan. Zijn streven het wezenlijke weer te geven in karakter en uiterlijk van zijn model is goed te zien bij het borstbeeld van Louis Couperus.
    Sondaar studeerde aan de Rijksacademie in Amsterdam, maar voelde te weinig affiniteit met de daar heersende nadruk op de architecturale beeldhouwkunst. In de jaren dertig trok hij naar Frankrijk om lessen te volgen bij de befaamde Franse portretbeeldhouwer Charles Despiau. Die gold als de belangrijkste vertegenwoordiger van de classicistische reactie op Rodins impressionisme. Na zijn terugkeer naar Nederland ontwikkelde Sondaar zich tot de belangrijkste vertolker van het moderne, classicistische portret. De menselijke figuur is gedurende zijn hele carrière zijn hoofdonderwerp geweest.
    Sondaar was geen beeldhouwer in de eigenlijke zin van het woord; hij hakte niet weg maar voegde toe. Hij modelleerde zijn werken in klei. Een gipsgieter vervaardigde vervolgens een gipsmodel, waarna hij zonodig het daaruit voortkomende wasmodel bewerkte, voordat de bronsgieter aan het werk ging.
    Lambertus Sondaar was bij het vormgeven in klei een kritische, langzame werker. Hij wilde zich bovendien zo goed mogelijk in zijn personage inleven. De rest van de familie Sondaar ontkwam maar nauwelijks aan dat proces. Toen hij aan het borstbeeld van Couperus werkte, slingerden diens romans door het hele huis en fragmenten werden zonodig hardop voorgelezen. De kunstenaar werkte het liefst naar direct voorbeeld. De poseersessies waren lang en veelvuldig. Hij liep dan om de zitter heen, nam afstand, beloerde hem als een prooi. Maar in het geval van Couperus moest hij zich met foto’s behelpen. Het atelier hing vol met sterk vergrote portretfoto’s van de schrijver, beduimeld en met klei besmeurd: een foto naar het portret dat Antoon van Welie in 1916 van Couperus gemaakt had, Couperus zelfbewust als schrijver aan zijn bureau op de Hooge Wal uit dezelfde tijd, Couperus als man van de wereld met hoed en grote bontkraag

33
De schilder Joop Sjollema (1900-1990) als Louis Couperus in de tuin bij Sondaars atelier in Loenen aan de Vecht. Foto: Mevrouw D. Mendel-Sondaar, 1962uit 1917. Maar ook de foto die genomen is na de huldiging in Kunstzaal Kleykamp ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Regelmatig moesten deze afbeeldingen onder de punaise vandaan om nog eens op een detail bestudeerd te worden.
    Die laatstgenoemde foto was van een andere orde dan de eerste drie. Couperus poseerde er nauwelijks; hij werd als het ware ‘live’ gekiekt toen hij naar buiten kwam en nog wat stond te praten. Maar ook dat was voor Sondaar niet genoeg om vat te krijgen op de figuur Couperus. De schrijver ‘leefde’ nog niet, het driedimensionale aspect ontbrak. Een bewaard gebleven foto toont aan hoe de beeldhouwer in het mankement voorzag. Op die zien we zijn vriend en collega, de schilder Joop Sjollema, verkleed als Couperus. Hij had een vergelijkbaar postuur en gekleed in rokkostuum wist hij bij Sondaar de illusie te wekken dat Couperus in levende lijve aanwezig was.

Autovrij
De voorbereidingstijd was ruim geweest, maar op de beoogde datum, 10 juni 1963, de honderdste geboortedag van Louis Couperus, was het bronzen beeld nog niet voltooid. Het gipsmodel was er wel. Het werd bronskleurig geverfd en een provisorische sokkel kreeg de tint van natuursteen. Zo stond niets de feestelijkheden meer in de weg. Het was duidelijk: Sondaar had een kunstwerk geleverd dat Couperus alle recht deed – zelfs in de gipsen versie.
    Het gipsmodel is bewaard gebleven en staat permanent opgesteld in de grote zaal van het Letterkundig Museum in Den Haag.
    Gelukkig blijft er altijd nog iets te wensen over. Nu het bronzen borstbeeld er weer zo mooi bij staat, valt het des te meer op dat het bekijken ervan soms toch op moeilijkheden stuit. Bij de plaatsing in 1963 zal niemand er aan gedacht hebben, maar tegenwoordig is de Surinamestraat nooit zonder geparkeerde auto’s, ook niet voor het beeld van Couperus. Het is tijd voor een nieuwe actie. Precies voor het beeld, in de ronding van het grasveld, zou een autovrij stukje gecreëerd moeten worden. Slechts één auto minder, slecht één gele streep aan de stoep en het probleem is opgelost: het plantsoen in de Surinamestraat herwint het prachtige doorzicht en het beeld van Couperus kan ten volle de aandacht krijgen die het verdient.

Met dank aan mevrouw D. Mendel-Sondaar.

(Uit: Arabesken 13 (2005), nr.25, p.31-33.)