Mysterieuze collectie-Eekhof onthult haar geheimen
De essentie van verzamelen
Jarenlang bepaalde hij de prijs van Couperiana in antiquarisch Nederland. De Leidenaar J.A. Eekhof verzamelde in vijftig jaar honderd brieven, gesigneerde foto’s, alle luxe-uitgaven, alle handelsedities van elke druk en zeshonderd vertaalde boeken bij elkaar. De grootste particuliere Couperus-collectie ter wereld was altijd met veel geheimzinnigheid omgeven, maar is nu, dankzij aankoop door het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek, publiek bezit geworden.
Door Erik Schoonhoven
Een totaaloverzicht van alles wat met Couperus te maken heeft – dat is de beste omschrijving van de collectie-Eekhof. Vijftig jaar lang bleef de privé-verzameling gehuld in nevelen. Slechts af en toe werd er een goed gecontroleerde tip van de sluier gelicht. Zowel de biografie die Frédéric Bastet schreef, als het boek Versierde verhalen. De oorspronkelijke boekbanden van Couperus van H.T.M. van Vliet heeft dankzij deze collectie nieuwe zaken aan het licht gebracht. Van Vliet kreeg de meest bijzondere boekbanden te zien, maar de nog zeldzamere opdrachten die Couperus schreef aan de binnenzijde van deze juwelen bleven ook voor hem onzichtbaar. De ‘geheime kamer’ die Eekhof had bleef gesloten, zelfs voor zijn vrouw en kinderen. Pas bij antiquariaat AioloZ te Leiden kregen zij toegang tot dit deel van de collectie.Verwerving
collectie
Op 9 juni 2006 is bekend gemaakt dat het Letterkundig Museum en de Koninklijke
Bibliotheek de collectie Sine Qua Non voor € 25.000,– heeft aangekocht
via AioloZ, het antiquariaat van Piet van Winden. Eigenlijk was de verzameling
getaxeerd op € 350.000,–, maar omdat de kopers hebben verzekerd dat de
verzameling bijeen blijft, is er een korting van twintig procent gegeven.
Dankzij substantiële bijdragen van de Mondriaan Stichting, het VSBfonds en de
Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek is het gelukt om dit in literaire
kringen uitzonderlijk hoge bedrag te betalen. De bijzondere boeken gaan naar de
Koninklijke Bibliotheek, terwijl de verzameling opdrachtexemplaren, foto’s en
brieven in het Letterkundig Museum beschikbaar zijn voor verder onderzoek naar
het leven en werk van Couperus.
Museale kwaliteit
Dat de collectie van museaal niveau is blijkt onder meer uit twee vroege
stukken. De oudst bekende tekst van Louis Couperus staat geschreven in een
exemplaar van de verhalenbundel Nouvelles Genevoises (1849) van R.
Töppfer, geestelijk vader van Prikkebeen. In 1880 beschrijft de dan
zeventienjarige Couperus in vlekkeloos Frans met hoeveel plezier hij dit boek
gelezen heeft. Hij typeert zichzelf als de ‘admirateur inconnu’ van Töppfer. Net
zo tot de verbeelding spreekt de door de jonge Couperus gesigneerde reisgids
Schweden und Norwegen van Baedeker, die hem vergezelde op zijn reis naar
Scandinavië in 1889.
21
Zeer uitgebreid is de collectie autografen, waaronder het manuscript van
het feuilleton ‘Antiquiteiten VI: Vitruvius’ uit Tien Boeken over de
Bouwkunst (1918) en maar liefst honderd brieven. Het leeuwendeel van deze
verzameling bestaat uit de 39 tussen 1906 en 1918 geschreven brieven en kaarten
van Couperus aan Emma Garzes-Lodomez en Maria Lodomez. Op basis van deze
correspondentie is vastgesteld dat Elettra, de charmante vrouw uit de
feuilletons van Couperus, is gebaseerd op Emma Garzes. Haar broer Giulio is
geïdentificeerd als de befaamde Orlando. Hoewel het grootste deel van de
briefwisseling is vernietigd in opdracht van Elisabeth Couperus en vorige
eigenaars als Johan Polak de brieven nooit openbaar hebben willen maken, heeft
het restant veel inzicht verschaft in een periode uit Couperus’ leven waarover
relatief weinig bekend is.
Rond 1895 ontmoeten de Couperussen in Rome Elisabeth
Boon-Hartsinck en haar dochter Marie. De correspondentie die tussen 1896 en 1923
werd gevoerd heeft Bastet tot de conclusie gebracht dat de Van der Staals in
Langs lijnen van geleidelijkheid
22
gemodelleerd zijn naar deze dames. Deze brieven en kaarten zijn, net als
een groot deel van de correspondentie uit de collectie-Eekhof, nog niet
gepubliceerd. Zo ook de brieven die Couperus schreef over zijn werk en
privé-leven aan Willy Timmermans, auteur en vertaler naar het Frans. De brieven
aan Herman Roelvink, de leider van Het Nederlandsch Toneel voor wie Couperus
Plautus’ Menaechmi en
Caesar and Cleopatra van G.B. Shaw vertaalde, zijn eveneens bewaard
gebleven. Bijzonder zijn de drie ongepubliceerde brieven aan S.F. van Oss van de
Haagsche Post, zonder wie het voor Couperus onmogelijk zou zijn geweest zijn
laatste reis naar Azië te maken.
De collectie oorspronkelijke uitgaven en handelsedities kan
het beste omschreven worden als ‘zeer volledig’. Bijna alle bijzondere uitgaven
die zijn afgebeeld in Van Vliets Versierde verhalen zijn thuis bij Eekhof
gefotografeerd. Nu blijken niet alleen de prachtige omslagen van de boeken, maar
ook de binnenkanten het bezichtigen waard. Zo zijn de perkamenten banden van
De boeken der kleine zielen (1901-1903) en een uitgave van De berg van
licht (1905-1906) door Couperus met de hand voorzien van correcties. De
collectie bevat bovendien talrijke ‘nummer 1’- exemplaren van genummerde
uitgaven, ooit bestemd voor de auteur zelf. Zeer bijzonder is het
voorleesexemplaar van Uit blanke steden onder blauwe lucht met
aantekeningen van Couperus. Hij gaf het boek aan zijn nichtje Betty met de
volgende opdracht:
Aan onze lieve Betty, van oom Louis en tante Betty, Kerstmis XXII. Mogen dezen Indrukken van de Groote Kunst in Italië eigen kunstgevoel doen ontwikkelen! N.B. (de aantekeningen hier en daar maakte ik toen ik deze boeken voor een lezing gebruikte.) Oom Louis.
Het topstuk evenwel is de eerste druk van Eline Vere (1889) met een
persoonlijke, handgeschreven opdracht aan Couperus’ latere echtgenote, gedateerd
1 mei 1890: ‘Motto: “En drijft steeds door!” Aan mijn onvermoeide Secretaresse,
met het verzoek, altijd door, aangedreven te worden tot het schrijven van nieuwe
romans.’
De collectie handelsedities van werken van Couperus is in
alle drukken compleet aanwezig, tot en met de Kruidvat-uitgave van 2005. Aan de
hand van de vertaalde werken uit de verzameling kan Ronald Breugelmans’
bibliografie uit 1989 van vertaalde edities van Couperus werk met de helft
worden uitgebreid. Verder bevat de collectie talloze verspreide uitgaven,
bijdragen aan kranten en tijdschriften, bibliofiele edities, foto’s, secundaire
literatuur, de stropdas van het Louis Couperus Genootschap, penningen,
portretten en knipsels uit roddelbladen.
Publiek bezit
Om het Letterkundig Museum, de Koninklijke Bibliotheek en de financiers van de
bijzondere aankoop te overtuigen, heeft antiquariaat AioloZ een bidbook
gemaakt van de verzameling onder de titel Louis Marie Anne Couperus. De
collectie Sine Qua Non. Van dit boek kunt u via
aioloz@xs4all.nl
een digitaal exemplaar aanvragen. Ook zijn gebrocheerde exemplaren te bestellen
voor € 25,– en zijn er vijftig gebonden en genummerde exemplaren gedrukt (€
50,–). Voor wie ook een deel van de collectie-Eekhof in zijn bezit wil hebben,
heeft AioloZ van de doubletten uit de collectie een speciale catalogus gemaakt.
Deze kunt u opvragen op telefoonnummer 071 - 514 09 07 of downloaden op
http://www.aioloz.nl.
(Uit: Arabesken 14 (2006), nr.28, p.20-22.)