Louis Couperus. Inevitable. Vertaald door Paul Vincent.
Pushkin Press. London, 2005. ISBN 1 901285 59 6. Te bestellen via: Pushkin Press Ltd., 12 Chester Terrace, Londen NW1 4ND, of via books@pushkinpress.com (€ 14,99).

De dappere, kleine Londense uitgeverij Pushkin Press gaat onvermoeibaar voort met het uitbrengen van vertalingen van het werk van Louis Couperus. Waren Psyche (1998) en Ecstasy (1999) nog herdrukken van oude vertalingen, onlangs verscheen een nieuwe Engelse vertaling van Couperus’ ‘pensionroman’ Langs lijnen van geleidelijkheid (1900).

Door Caroline de Westenholz

Het resultaat is zonder meer een succes te noemen. Paul Vincent, vertaler van onder andere Kaas en Villa des Roses (van Willem Elsschot) en De ontdekking van de hemel (van Harry Mulisch), heeft zich uitstekend van zijn taak gekweten. De vertaling is elegant, luchtig, en hier en daar ronduit humoristisch.
    Natuurlijk helpt het dat er in de tekst verschillende verwijzingen naar de Engelstalige cultuur te vinden zijn. De aanwezigheid van de ‘scruffy aesthetic ladies’ in het Romeinse pension waar Cornélie de Retz van Loo verblijft, zal het Engelse publiek misschien doen glimlachen, terwijl het taalgebruik van één der hoofdpersonen, de dochter van de Amerikaanse sokkenfabrikant Hope, makkelijk aan te passen was. Zo laat Vincent Urania Hope in een persoonlijke ontboezeming zuchten: ‘“My my, so serious”, inquired Miss Hope respectfully,’ als Cornélie haar een beetje op afstand houdt. In het Nederlands staat: ‘“Zóó ernstig dus”, vroeg Miss Hope met eerbied...’ Soms lijkt het Engels gemakkelijker om zich in uit te drukken dan onze eigen taal. Zo wordt Mrs. Uxeley, de rijke Amerikaanse voor wie Cornélie als gezelschapsdame gaat werken, ook in Couperus’ originele tekst ‘the old thing’ genoemd, terwijl zij op de volgende bladzijde in de vertaling een ‘old battleaxe’ heet (en in het origineel: ‘een oude rijke toot’). Dit geldt ook voor een paar uitdrukkingen, zoals deze: ‘…men was met Gilio frère et compagnon en koek en ei...’ (als Urania klaagt dat zij door de Italiaanse aristocratie niet voor vol wordt aangezien), wat in het Engels simpelweg wordt: ‘…everyone was the best of friends and thick as thieves with Gilio…’

Doorbraak
Achterin het boek heeft Vincent de gelegenheid gekregen een ‘Afterword’ te schrijven. Hier vertelt hij onder andere over het succes van Couperus in Engeland in de jaren 1890, en hoe dit zou zijn afgeremd door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Helemaal waar is dit natuurlijk niet: tijdens de oorlog werd nu juist Teixeira de Mattos’ vertaling van de vier delen van De boeken der kleine zielen gepubliceerd. Dit was een voorbode van Couperus’ echte doorbraak in de Engelstalige wereld. Die had plaats in 1920, toen The books of the small souls, Of old people and the things that pass, The tour, The hidden force en The inevitable opeens allemaal in de Engelse en Amerikaanse boekhandels lagen en uiterst gunstige beoordelingen kregen in de pers.

56
Vincent besteedt ook een paragraaf aan Couperus’ voorgangster, Cécile Goekoop-de Jong van Beek en Donk. Hij vertelt over de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in Den Haag in 1898 en over haar roman Hilda van Suylenburg (1897).

Verrassend modern
Belangrijker is dat er in dit ‘Afterword’ een welkome vergelijking gemaakt wordt met het werk van Henry James (1843-1916), de tot Engelsman genaturaliseerde Amerikaan die het huwelijk tussen rijke erfgenamen uit de Nieuwe Wereld en gesjochten Europese aristocraten bij uitstek tot zijn onderwerp gemaakt heeft: men denke slechts aan The portrait of a lady (1881) en The Princess Casamassima (1886). Vincent noemt speciaal het verhaal Daisy Miller (1878). Een vergelijking tussen Inevitable en het thema van James zou een interessante studie kunnen opleveren.
    Door deze vertaling van Pushkin Press wordt echter ook het grote verschil in stijl tussen deze twee schrijvers goed zichtbaar gemaakt. Het Engels in Inevitable doet verrassend modern aan in vergelijking met het – overigens prachtige – ‘mandarijnenproza’ van James, terwijl Couperus in onze eigen taal toch nauwelijks als zodanig overkomt. Dit herinnert me aan wat Ian Buruma schreef naar aanleiding van de Engelse vertaling van De stille kracht (in The New York Review of Books van 11 augustus 1994):

The translation is not great, but Couperus’s precious, elaborate, sometimes quite bizarre prose seems less dated in English than in the original Dutch. The reason is not just that the translator was unable to reproduce the luxuriance of Couperus’s style, but that the Dutch language itself has changed far more than English has since 1900.

Ook vergelijkt Vincent Couperus’ roman met A room with a view (1908) van E.M Forster, een boek dat eveneens de sfeer van een Italiaans pension oproept. Hij verwijst naar een vergelijkbare feministische strekking in H.G. Wells Ann Veronica (1909). Het is interessant te noteren dat Couperus er eerder bij was dan deze twee Angelsaksische schrijvers. De vertaler meent dat het simplistisch is om Cornélie’s uiteindelijke overgave aan de mooie, sensuele Brox te zien als een voorafschaduwing van het recept van D.H. Lawrence: ‘sexual bliss ever after’. Toch plaatst een dergelijke vergelijking Couperus regelrecht in de internationale avant-garde van zijn tijd.
    Vincent gaat ten slotte ook in op de eigenaardige titel die de vertaling gekregen heeft. Als zodanig werd het boek oorspronkelijk in Amerika uitgebracht (in 1920), terwijl het in Engeland The law inevitable werd genoemd, een ‘zelfs nog gewichtiger titel’, volgens Vincent. Hij vraagt dan ook aan de lezer om voor zichzelf een vraagteken te zetten achter de Engelse titel, die niet de persoonlijke keus van de auteur was.
    Het is de eerste keer dat Vincent zijn krachten heeft beproefd op het werk van Couperus. Het is bekend dat hij ijvert voor een vertaling van De berg van licht. Deze schitterende roman is niet eerder in het Engels vertaald. Laten we hopen dat dat snel gebeurt!

(Uit: Arabesken 14 (2006), nr.28, p.55-56.)

[Naar boven]