De woordkunst van Louis Couperus in De berg van licht
|
Aan het eind van de negentiende eeuw tastten enkele schrijvers, onder wie Louis Couperus, de grenzen van de taal af om de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk te verwoorden. Naar dit procédé, dat onder de term woordkunst bekend is geworden, is nog maar weinig systematisch onderzoek gedaan. Han Peek maakte hiermee een begin en verzamelde alle woordkunstige woorden uit De berg van licht. Hij categoriseerde zijn bevindingen en ontdekte dat Couperus als woordkunstenaar verder ging dan tot nu toe werd aangenomen.
Door Han Peek
Behalve aan een wat merkwaardige zinsbouw, herkent men de woordkunstenaar
doorgaans aan de vele nieuwe woorden die hij gebruikt: uit twee bestaande
woorden wordt een nieuw, niet-bestaand woord gesmeed. Marc van Oostendorp
illustreerde dit procédé in zijn artikel 'Triltintelen met Couperus' [1] aan de hand van
voorbeelden uit het werk van Arnold Aletrino en Louis Couperus. Een steekproef
uit hun beider werk bracht Van Oostendorp tot de conclusie dat hoe origineel de
woordkunstenaar ook met de taal omgaat, hij toch altijd met handen en voeten
gebonden blijft aan de mogelijkheden van het Nederlands en al dan niet bewust de
regels van de grammatica respecteert.
Jij triltintelt
Het vormen van een nieuw woord uit twee bestaande woorden is op zichzelf een
normaal, alledaags verschijnsel, zowel in moderne literaire teksten als in
krantenartikelen. Het is meer de frequentie van het gebruik, alsook de
eigenaardigheid van het neologisme die bepaalt of een tekst een product is van
woordkunst. Van Oostendorp laat zien hoe de meeste nieuwe woorden gemaakt worden
volgens het procédé van de samenstelling, waarbij het dan meestal gaat om
bijvoeglijke naamwoorden. Volledig ingeburgerd in het Nederlands zijn
bijvoorbeeld suikerzoet, loeihard en kanariegeel. De
woorden lood-doffe
en bronszware voelen al wat 'woordkunstiger' aan en komen dan ook uit
de koker van respectievelijk Aletrino en Couperus.
Karakteristieker voor de woordkunst is het gebruik van
afgeleide werkwoorden. Deze zijn veel zeldzamer in het Nederlands en hebben
bovendien de eigenaardigheid dat zij niet of nauwelijks verbogen kunnen worden.
Van Oostendorp geeft als alledaagse voorbeelden agentjepesten,
buikspreken en zweefvliegen, woorden die nagenoeg alleen in
onbepaalde wijs of als tegenwoordig deelwoord (buiksprekend) voorkomen.
Ondanks de grote vrijheid in expressie die de woordkunstenaar zich permitteert,
wordt deze grammaticale regel zelden overtreden, ook niet door Aletrino en
Couperus, zo meent Van Oostendorp.
Een uitzondering op deze regel zijn werkwoorden die zijn
afgeleid van één woord met een voorvoegsel. In dat geval is verbuiging wel
toegestaan, zoals bij heen-levendigde
en bij verschaduwde, maar '[Couperus] voelde dat hij een vorm als
jij triltintelt beter niet kon maken, omdat dit een onnatuurlijke vorm zou
zijn,' schrijft Van Oostendorp in zijn artikel.
27
Evenals Aletrino zou Couperus bijna uitsluitend afgeleide werkwoorden in de
onbepaalde wijs of in tegenwoordig deelwoord gebruiken, zoals zonnestralend,
starlichtend,
lichttrillend, triltintelen, schitterbeven,
schreeuwjuichend.
Taalgevoel
Het is opmerkelijk dat deze veronderstelling al in de eerste regel van het
eerste hoofdstuk van De berg van licht wordt gelogenstraft:
In de zoelen nacht van nazomer triltintelden over Emessa aan wijd effen hemel van wolkelooze nachtkleur de duizende en duizende kristallen sterren, [...]. [2]
Couperus verbuigt hier het afgeleide werkwoord
triltintelen tot
triltintelden. Ditzelfde werkwoord wordt elders in de roman nog een
keer verbogen tot triltintelt (139, 3) en tot derde persoon meervoud
triltintelen
(138,32). [3]
Laat het taalgevoel Couperus hier in de steek? Is dit a
slip of the pen? Of zijn dit de spreekwoordelijke uitzonderingen die de
regel bevestigen?
Rood potlood
Er is maar één manier om daar achter te komen en dat is de roman, bij wijze van
casestudy, met een rood potlood in de aanslag woord voor woord te lezen en
elke kennelijke uiting van woordkunst te onderstrepen en te categoriseren. Alle
niet dagelijks voorkomende woorden zijn hiertoe opgenomen in een eenvoudige
database, gerangschikt op pagina- en vervolgens op regelnummer. Daarna is
onderzocht of het opgenomen woord voorkomt in
28
een contemporain en in een hedendaags woordenboek. [4] Bij vermelding
in één van beide woordenboeken is het woord alsnog uit deze database verwijderd.
In De berg van licht, een roman van 423 pagina´s, [5] blijkt maar
liefst 1758 maal een woord voor te komen, dat voldoet aan het criterium
woordkunst. Daaronder bevinden zich maar liefst 86 werkwoorden die samengesteld
en tóch verbogen zijn. Enkele zeer opmerkelijke voorbeelden:
* weêrdavergalmden (43,21)
* schitterbleekten (59,8)
* duisterwemelde (79,24)
* slingerschommelden (88,25)
* neêrmarmerstreepte (100,28)
* schitterglinsterden (187,24)
* kriebelveegt (232,35)
* bassebromde (288,11)
* kletterklattert (408,31)
De volledige lijst met verbogen, samengestelde werkwoorden is opgenomen aan het
eind van dit artikel.
Huivering en huiver
Er is overigens nog een andere, veel gebruikte methode om nieuwe woorden te
vervaardigen, namelijk het maken van een zelfstandig naamwoord door een
achtervoegsel te plaatsen achter een werkwoord. Ook dit is op zichzelf een
normaal procédé in het Nederlands, zoals de woorden kaping,
beademing en staking laten zien. Deze werkwijze is echter meestal
niet toegestaan, als er al een andere manier van afleiding bestaat.
Dit geldt bijvoorbeeld voor vraging, omdat het woord
vraag al bestaat. Van Oostendorp constateert zelf dat tegen die regel wordt
gezondigd door Aletrino, die de woorden drukking en voeling
bezigt, maar dat is niet zo verwonderlijk volgens de auteur, want ook in het
dagelijks taalgebruik is deze wet niet zonder uitzonderingen. De woorden
huivering en huiver bestaan bijvoorbeeld zonder problemen naast
elkaar. De vraag is echter hoe vaak tegen deze wet gezondigd mag worden, zonder
dat deze wordt uitgehold. Louis Couperus heeft in De berg van licht dit
criterium niet minder dan 71 keer aan zijn laars gelapt. Een paar voorbeelden:
* verwolking (59,11)
* wazingen (131,5)
* dansing (225,24)
* vraging (240,17)
* zwijging (350,8)
Ook deze lijst is volledig opgenomen aan het eind van dit artikel.
29
Monsterpeerparelen
Even afgezien van de vraag of Couperus zich als woordkunstenaar wel of niet aan
bepaalde grammaticale regels houdt: De berg van licht is een schatkamer
van buitenissige woordvondsten, die overigens vaak meer dan eens in de roman
worden gebruikt.
Zo wordt het woord wirrelen (snelle draaiende
bewegingen maken), nadat het op pagina 57 voor de eerste keer voorkomt, later in
de roman nog maar liefst 26 maal in deze of een afgeleide vorm gebruikt. Ook het
woord bronszware
is met elf vermeldingen goed vertegenwoordigd, wat ook geldt voor
grootmoederlijkheid. Het monsterlijke woord monsterpeerparelen
komt gelukkig maar drie keer voor, maar moet het qua lengte toch afleggen tegen
schildpaddenplakkaten, goudvelumoverspannen
en flambouwenflakkering.
Natuurlijk heeft Couperus nog langere woorden gebruikt, maar
dan zijn deze verbonden door één of meer koppeltekens, zoals bij
schouderblad-gevleugelden,
wapen- en rustingklaterende, peerparelen-tinkelend en -rinkelend
en sensueel-mystiek-geurige.
Ten slotte verdient het nieuwe (werk)woord boèngh(en),
door Couperus gebruikt om het geluid en de activiteit van gongs te beschrijven,
een vermelding. Hij gebruikt dit in totaal elf keer en ook nog twee keer zonder
accent grave.
Systematiek
Het is natuurlijk onzinnig om op basis van bovenstaande voorbeelden te beweren
dat woordkunstenaars zoals Couperus zich tijdens het schrijven helemaal niets
gelegen lieten liggen aan de regels van de Nederlandse grammatica. Evenmin lijkt
de conclusie gerechtvaardigd dat er iets schort aan het taalgevoel van de
auteur. De hier gegeven voorbeelden doen evenwel vermoeden dat de spanning die
bestaat tussen de woordkunst enerzijds en de grammaticale regels anderzijds op
een andere manier moet worden gedefinieerd. Zeker is dat Couperus in De berg
van licht stelselmatig de regels overtreedt die volgens Van Oostendorp ook
voor creatieve woordkunstenaars zouden moeten gelden.
Het is wellicht aan te bevelen om ook andere romans van
Couperus op dezelfde manier te onderzoeken. Dan zal pas duidelijk worden of
De berg van licht
wat betreft het gebruik van woordkunst een uitzondering is in het oeuvre van de
auteur. Hoe dan ook zal vergelijking van dergelijke databases van de
verschillende romans ons meer inzicht geven in een eventuele systematiek die
schuilgaat achter de woordkunst van Louis Couperus.
Noten
| 1. | Marc van Oostendorp, 'Triltintelen met Couperus'. In: Onze Taal (1997) 66, nr.12, p.325-327. |
| 2. | Louis Couperus, De berg van licht. Volledige Werken Louis Couperus, deel 24, p.7. |
| 3. | De nummers verwijzen respectievelijk naar het pagina- en regelnummer van deel 24 van de Volledige Werken Louis Couperus. |
| 4. | Hiervoor werd gebruik gemaakt van: M.J. Koenen, Verklarend handwoordenboek der Nederlandsche taal. Groningen, 1992 (facsimile-uitgave van 1897) en het Elektronisch Groene boekje, versie 0.1.08. Den Haag, 1996. |
| 5. | Louis Couperus, De berg van licht. Volledige Werken Louis Couperus, deel 24. |
30
| Samengestelde en verbogen werkwoorden | ||
| Pagina | Regel | Woord |
| 7 | 1 | triltintelden |
| 8 | 23 | kroonlijstte |
| 9 | 18 | òp-halskromden |
| 13 | 6 | smeekglimlachte |
| 19 | 9 | snuive-brieschen |
| 31 | 29 | zilverrozigde |
| 36 | 33 | vleeschkleurden (op) |
| 37 | 2 | goudgloeide |
| 43 | 21 | weêrdavergalmden |
| 43 | 34 | ijlebeende (aan) |
| 44 | 24 | spattevlakte |
| 45 | 11 | stormvloeide |
| 45 | 27 | maalstroomde |
| 52 | 4 | schaterbulkte |
| 58 | 26 | prachtstraalde |
| 59 | 8 | schitterbleekten |
| 60 | 11 | lilsidderde |
| 62 | 21 | wisselvloeiden |
| 67 | 6 | wiegetrad |
| 79 | 24 | duisterwemelde |
| 88 | 25 | slingerschommelden |
| 89 | 35 | eeredienden |
| 91 | 29 | doorging |
| 92 | 22 | ge-eerediend |
| 92 | 28 | bepluimewuifd |
| 100 | 28 | neêrmarmerstreepte |
| 119 | 13 | wisselstraalden |
| 127 | 24 | wolleweligden |
| 131 | 11 | trilsidderen |
| 137 | 15 | ijleraast |
| 138 | 3 | plomphossen |
| 138 | 32 | triltintelen |
| 139 | 3 | triltintelt |
| 147 | 17 | saamstrengelde |
| 151 | 18 | maalstroomde |
| 163 | 33 | blaasbrieschte |
| 165 | 3 | blaasbrieschte |
| 165 | 8 | eeredien |
| 171 | 29 | smachtlonkten |
| 178 | 28 | glimgrauwden |
| 187 | 9 | stormvloeide |
| 187 | 24 | schitterglinsterden |
| 201 | 3 | tintwisselde |
| 205 | 3 | bulderlachte |
| 206 | 5 | vingerspelen |
| 206 | 29 | gilschreeuwt |
| 208 | 24 | hooggeschoeid |
| 232 | 35 | kriebelveegt |
| 235 | 1 | schemerglinstert |
| 235 | 31 | spokehuivert |
| 237 | 30 | dauwdruppelen |
| 237 | 31 | dauwdruppelen |
| 241 | 23 | galmrazen |
| 288 | 11 | bassebromde |
| 301 | 1 | pootekriebelden |
| 306 | 11 | spotglimlachte |
| 312 | 27 | hoevestampten |
| 332 | 27 | marmerstreepten |
| 333 | 4 | weemoedigden |
| 333 | 11 | klaagmurmelde |
| 339 | 12 | goudwaterde |
| 348 | 1 | klaagriep |
| 348 | 8 | puilstaarde |
| 348 | 26 | vlamstraalde |
| 349 | 1 | kleurefladderden |
| 349 | 2 | glinsterbogen |
| 350 | 6 | starstaaren |
| 352 | 29 | bulderlachen |
| 357 | 7 | dreigzwaaien |
| 357 | 10 | klaroendaveren |
| 363 | 30 | smeekschreeuwt |
| 370 | 23 | lustsmakken |
| 372 | 22 | flitsvonkelen |
| 373 | 18 | snikhuilt |
| 384 | 6 | ijlbeenen |
| 386 | 7 | klaroenschetteren |
| 387 | 25 | bronskletteren |
| 389 | 34 | schreeuwbrult |
| 390 | 12 | schreeuwbulkt |
| 401 | 20 | smeekschreeuwt |
| 406 | 15 | trilsiddert |
| 408 | 2 | snikhuilt |
| 408 | 31 | kletterklattert |
| 409 | 8 | vlakblokt |
| 415 | 6 | gelukzaligen |
| 420 | 23 | zuileschittert |
31
| Zelfstandige naamwoorden met achtervoegsel | ||
| Pagina | Regel | Woord |
| 8 | 6 | verzwijmeling |
| 10 | 20 | vrijling |
| 20 | 33 | nachtzwijging |
| 21 | 17 | vrijlingen |
| 24 | 13 | bezwijmeling |
| 33 | 35 | druiping |
| 58 | 20 | schrijding |
| 59 | 11 | verwolking |
| 62 | 34 | wringing |
| 64 | 13 | wellustsmachtingen |
| 69 | 27 | jubeling |
| 80 | 26 | starkoepeling |
| 86 | 33 | aanbiddeling |
| 96 | 8 | wachting |
| 96 | 10 | wachting |
| 99 | 29 | wringingen |
| 101 | 25 | binnenstevening |
| 102 | 25 | opeendringing |
| 102 | 29 | marmerwoudweliging |
| 108 | 3 | navelstaring |
| 128 | 33 | aandreuning |
| 129 | 16 | weêrechoïng |
| 131 | 5 | wazingen |
| 145 | 2 | zinbrallingen |
| 163 | 28 | blaasbrieschingen |
| 182 | 11 | opeendringing |
| 182 | 32 | blaasbrieschingen |
| 202 | 30 | saâmklamping |
| 203 | 30 | dommeling |
| 209 | 16 | dansing |
| 209 | 17 | dansing |
| 212 | 25 | stormingen |
| 213 | 35 | weliging |
| 222 | 11 | zwijmingen |
| 225 | 24 | dansing |
| 225 | 33 | doórschijningen |
| 235 | 24 | wazingen |
| 235 | 24 | wazingen |
| 235 | 30 | tappeling |
| 240 | 17 | vraging |
| 240 | 31 | starreling |
| 242 | 9 | dansing |
| 255 | 35 | uitdenking |
| 259 | 11 | wachting |
| 270 | 15 | draging |
| 275 | 11 | verijlingen |
| 275 | 21 | weêrvonkeling |
| 277 | 27 | wachting |
| 278 | 2 | wachting |
| 279 | 11 | volbloeiïng |
| 279 | 17 | overvolbloeiïng |
| 286 | 17 | verwolking |
| 307 | 4 | wringing |
| 317 | 7 | overzwijmeling |
| 322 | 27 | waaiïngen |
| 324 | 6 | waaiïngen |
| 324 | 23 | bloeiïng |
| 332 | 10 | zomerloovering |
| 338 | 29 | ontzenuwing |
| 349 | 1 | loovering |
| 350 | 8 | wachting |
| 350 | 8 | zwijging |
| 353 | 1 | versmeulingen |
| 356 | 23 | heuveling |
| 384 | 29 | aanorkaningen |
| 385 | 3 | waaiïngen |
| 386 | 1 | aanorkaningen |
| 389 | 3 | wirrelingen |
| 412 | 10 | smachting |
| 414 | 6 | smokingen |
| 419 | 26 | uitgalming |
(Uit: Arabesken 9
(2001),
nr.18, p.26-31)
Database woordkunst De berg van licht
De volledige database met alle woorden uit De berg van
licht
die onder de noemer woordkunst* gerangschikt kunnen worden zijn opgenomen in een
eenvoudige database**, die geïnteresseerden kunnen
downloaden. De woorden zijn gerangschikt op pagina- en vervolgens op
regelnummer.
Vervolgens is van ieder woord in een aparte kolom aangegeven
of het een samenstelling betreft. In een volgende kolom is aangegeven of deze
samenstelling een verbogen werkwoord is. Dat is volgens Van Oostendorp iets
bijzonders, tenzij deze samenstelling met een voorvoegsel heeft plaatsgevonden.
In de derde kolom wordt daarom aangegeven of dit verbogen werkwoord is afgeleid
van een woord met een voorvoegsel. Deze woorden zijn namelijk volgens Marc van
Oostendorp altijd de uitzondering op de regel, dat afgeleide werkwoorden niet
verbogen kunnen worden.
Indien er helemaal geen sprake is van een samenstelling wordt
het woord gemarkeerd in de kolom 'Nieuw'.
*Alleen woorden die niet in een contemporain en/of een
hedendaags woordenboek voorkomen, zijn opgenomen in de database. Bij vermelding
in één van beide woordenboeken is het woord alsnog verwijderd.
**De database is gemaakt met behulp van het programma Works van Microsoft,
versie 4.0.