De stamboom van het geslacht Couper(us)

Op donderdag 11 november 2001 werd door veilinghuis Van Stockum in Den Haag een bijzonder document aangeboden: een stamboom van het geslacht Couperus, vervaardigd door Frans Couperus, broer van Louis. Dit familiestuk kon met behulp van een Amice van het Louis Couperus Museum worden aangekocht.

Door Eugenie Boer

Het was een bijzonder lot: nr. 1096. [1] Van alle kanten werd het Louis Couperus Museum er op gewezen. Apollo Art Books uit de Frederikstraat was de eerste, maar daar zou het niet bij blijven. Zeer bijzonder was een telefoontje op een zondagmiddag naar het museum: een geïnteresseerde donateur van het Louis Couperus Genootschap en Amice van het Museum vond dat dit unieke document in de Javastraat thuishoorde en hij wilde dit graag financieel mogelijk maken.

30
Het stuk werd uiteindelijk in een tripartiete inspanning verworven, in samenwerking namelijk met het Letterkundig Museum en het Louis Couperus Museum. Het Letterkundig Museum wordt de formele eigenaar, het Louis Couperus Museum vertoont het historische familiedocument. Dankzij het initiatief en de genereuze bijdrage van mr. S.F. Schütz uit Amsterdam is de stamboom nu voor iedereen in het Museum te zien.

Frans Couperus
De stamboom is door Frans Couperus (1872-1910) zorgvuldig getekend, ingekleurd en met wapenschilden geïllustreerd, maar jammer genoeg niet gedateerd. Frans was de broer van Couperus die in jaren het dichtst bij hem stond; Louis was zes jaar jonger. Na zijn promotie aan de Universiteit van Leiden heeft Frans in Indië carrière gemaakt. De stamboom is mogelijk ontstaan tijdens zijn verlofperiode in Den Haag. Frans, in die tijd resident van een Landraad op Java, kwam in 1896 met zijn vrouw Marie Cuny naar Nederland voor een verblijf dat ruim twee jaar zou duren. Zoals gebruikelijk in de familie werd er gelogeerd bij vader John Ricus Couperus in de Surinamestraat.
    In de periode dat hij daar verbleef, werd zijn eerste kind geboren, een meisje: Louise. Wellicht dat deze gebeurtenis zijn belangstelling voor de familiehistorie aangewakkerd heeft. Zijn vader John Ricus Couperus was daar altijd al zeer in geïnteresseerd. Het is daarom goed mogelijk dat diens stimulans Frans ertoe gebracht heeft de tekening te maken. Daar kwam natuurlijk nog bij dat Frans in Den Haag geen serieus werk om handen had.
    In februari 1899 keerde Frans samen met vrouw en dochtertje plus broer Louis en diens echtgenote Elisabeth naar Java terug. Het lijkt aannemelijk dat de stamboom in Den Haag achterbleef. Interessant is evenwel dat deze blijkens het etiket achterop in Nice is ingelijst. John Ricus overleed in 1902. Couperus verbleef toen al enkele jaren in de Franse stad. Hij kan de stamboom na de dood van zijn vader mee naar Nice genomen hebben.

Valse schakel
Frédéric Bastet wijdt in zijn Louis Couperus. Een biografie een amusant stukje aan de afstammingskwestie van de familie Couperus. [2] John Ricus, maar Louis Couperus zelf niet minder, was bijzonder trots op zijn vermeende eeuwenoude Schotse afstamming. Deze bleek echter op een vergissing te berusten: ‘Helaas blijkt hij [John Ricus, EB], en met hem zijn nakomelingschap, het slachtoffer geweest te zijn van een fictie. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat de in 1555 geboren Edinburger predikant John Couper, waarop John Ricus zich beriep, de vermeende stamvader niet geweest kan zijn. Evenmin stamde de familie dientengevolge af van de martelaar Robert Cowper uit Sussex, die onder Bloody Mary zijn geloof met de brandstapel heeft moeten bekopen. Het familiewa-

31
pen waar Louis Couperus zo aan gehecht was, een duif die met een olijftak in de snavel opvliegt naar de zon, werd door de familie graag beschouwd als het symbool van Robert Cowpers ziel, uit aardse ellende verlost en ontstegen naar de hemelse heerlijkheden. In werkelijkheid ging het om iets heel anders. De stamvader van het geslacht Couperus is een Friese kuiper geweest, wiens beroep naamgevend werd.’ [3]
    Die valse schakel in het geheel is midden op de stamboom goed te zien. Daar wordt John Couper aangegeven, als predikant in Edinburgh en Glasgow. Vóór zijn naam zijn geboortedatum: ca. 1555 en achter zijn naam zijn sterfdatum: 1620. Hij zou uit Schotland naar Friesland uitgeweken zijn. Inderdaad preekte er in 1580 een John Couper in het Friese Burgwerd maar nader onderzoek heeft aangetoond dat de man uit Schotland aldaar al in 1603 is overleden en dus nooit dezelfde persoon kan zijn als de predikant uit Burgwerd. Deze laatste voert dus helemaal geen overzeese familienaam. Integendeel, hij dankt zijn naam, zoals Bastet ook aangeeft, aan het beroep dat zijn vader uitoefende: dat van kuiper. Vanaf deze kuiper uit Sneek is de familielijn van Couperus pas echt traceerbaar.
    Geheel rechts boven in de stamboom vinden we Louis Couperus zelf, als de ‘laatste wervel van de staart’, [4] zoals hij in zijn kindertijd wel genoemd werd.

Voor meer details over de afstamming van de familie Couperus zie: Jurriaan van Toll, ‘Louis Couperus en zijn voorgeslacht’. In: Sibbe 3 (1943, augustus), nr. 8, p.237-248 en E. Huisman, ‘De afstamming van het geslacht Couperus’. In: De Nederlandsche Leeuw 79 (1962), p.310-311.

Noten
1. Van Stockum’s veilingen B.V. Cat. 349, nr 349, 14-16 November 2001, lot nr 1096: ‘Genealogical tree in manuscript illustrated with coats-of-arms in watercolour on paper. 50 x 75 cm. Framed. Drawn by Frans Couperus, brother of Louis, after the death of the first in the possession of the author who had it framed in Nice (shown with a ticket on verso). From the possession of the widow Couperus-Baud. A unique document. See repr.’
Henri van Booven schrijft in zijn Leven en werk van Louis Couperus (Velsen, 1933, p.2) over dit document: ‘In het bezit van Mevrouw Elisabeth Couperus-Baud, de weduwe van Louis Couperus, is een geslachtsboom van de familie Couper (Cowper, de latijnsche uitgang: us, moet in Friesland ontstaan zijn), die door een van Louis Couperus’ broers, Mr. F.E. Couperus, geteekend werd.’
De stamboom is enkele jaren na de dood van mevrouw Couperus gekocht door Peter Wander (overleden in 2001). Een notitie van hem (6 april 1984), bestemd voor F.L. Bastet luidt: ‘… door mij gekocht 3 januari 1967 in de toen reeds “slapende” kunst-en veilingzalen Nico van Duykeren, Balistraat 60-62, Den Haag. Volgens mij is dit het exemplaar waarover Van Booven spreekt, vervaardigd door Couperus’ oudere broer Mr. F.E. Couperus. Wat mij aanspreekt is de authenticiteit mede dankzij het etiket uit Nice.’ De heer Wander was tot zijn dood als archivaris werkzaam bij het Gemeentarchief Den Haag. Het etiket op de achterzijde vermeldt: ‘H. Borghi, Directeur. Union Décorative. Encadrements. 10, Rue de Rome, Nice.’
2. Frédéric Bastet, Louis Couperus. Een biografie. Amsterdam, 1987, p.32-34.
3. Idem, p.33.
4. Idem, p.34.

(Uit: Arabesken 10 (2002), nr.19, p.29-31.)