De stoelen van Couperus

Couperus, zittend op een van de geveilde stoelen, in zijn werkkamer in De Steeg

Op 19 december jongstleden kwam een voor Couperianen zeer interessant kavel onder de hamer bij veilinghuis Sotheby's in Amsterdam. Deze bevatte een prullenbak en twee authentieke fauteuils van Louis Couperus, die onder andere de werkkamer van zijn huis in Nice hadden gesierd. De opbrengst van de drie meubelstukken werd geschat op een bedrag tussen de 1000 en 1500 gulden, wat ongeveer overeenkomt met de antiekwaarde. Er waren nogal wat kapers op de kust, die middag bij Sotheby's, maar antiquaar Fokas Holthuis mocht voor flink wat meer geld de stoelen uiteindelijk mee naar huis nemen.

Door Menno Voskuil


Een unieke gebeurtenis als deze veiling trok uiteraard veel Couperus-liefhebbers. Dat Holthuis die middag niet de enige belangstellende was, bleek al snel uit het feit, dat hij door het Letterkundig Museum verzocht werd niet te bieden op de kavel. De instelling wilde namelijk de stoelen zelf verwerven om ze in bruikleen te geven aan het Louis Couperus Museum te Den Haag. Holthuis: 'Natuurlijk ben ik op dit verzoek ingegaan, maar onder voorwaarde dat ik wel op de hoogte gesteld zou worden van het uiterste bod van het Letterkundig Museum. Bij overschrijding door een derde zou ik dan verder kunnen bieden.'

23
Op de dag van de veiling zat de zaal bomvol. Toen na een spannende race een telefonische klant de limiet van het Letterkundig Museum overbood, zag Holthuis zijn kans schoon. Een keer zijn hand opsteken bleek genoeg: de stoelen werden voor 5500 gulden aan Antiquariaat Fokas Holthuis toegeslagen, exclusief twintig procent veilingkosten.
    Op 12 januari verscheen in de Volkskrant een berichtje waarin de veiling ter sprake kwam. Arjan Peters wekte in de rubriek 'Ongebonden' de indruk dat Holthuis tegen het Letterkundig Museum zou hebben opgeboden. 'Zoiets zou ik nooit doen,' zegt Fokas Holthuis wanneer hem dit artikel wordt voorgelegd. 'We hadden een afspraak en daar heb ik me netjes aan gehouden.'
    Momenteel staan de fauteuils en de prullenbak in zijn gesloten antiquariaat te Bemmel, naast het bureau van Marcellus Emants en de werktafel van de schilder Isaac Israëls. Het grote eikenhouten bureau van Emants heeft Holthuis een jaar geleden op een veiling van Bubb Kuyper aangeschaft. 'Een hele toer om dat loodzware geval naar mijn persoonlijk Letterkundig Museum te vervoeren,' voegt hij lachend toe.
    Van de stoelen en de prullenbak fascineert vooral de laatste Holthuis zeer. 'Als je eens bedenkt wat daar allemaal in heeft gelegen: kladjes, brieven en manuscripten. Het is bijzonder spijtig dat de inhoud ervan is weggegooid.' Ook het feit dat Couperus deze meubels meer dan twintig jaar in zijn bezit heeft gehad, geeft er voor Holthuis extra waarde aan. 'Het waren voor Couperus blijkbaar dierbare meubelstukken.'
    Op de vraag wat de stoelen moeten opleveren geeft de antiquaar een kort maar krachtig antwoord: 'Niets, ze zijn niet te koop, ook al kreeg ik drie dagen na de veiling al een bod van tienduizend gulden voor één van de twee stoelen. De Couperus-stoelen gaan hier pas de deur uit wanneer ik ze horizontaal ben voorgegaan.'

(Uit: Arabesken 9 (2001), nr.17, p.22-23.)