Een monument voor Couperus in De Steeg?
De Steeg in de gemeente Rheden is een prachtig stukje Nederland. Toen Couperus-liefhebber Jeroen ter Schure enkele jaren geleden de laatste woonplaats van de auteur bezocht, op zoek naar een monument van de beroemde auteur, vond hij slechts een klein bordje waar ooit ’t Sunneke had gestaan. Was dat nou alles? Reden voor Ter Schure om in actie te komen.
Door Jeroen ter Schure
Louis Couperus, de schrijver van prachtige meeslepende romans, de schrijver die in Den Haag werd geboren en naar vele landen reisde, overleed op zestigjarige leeftijd in het prachtige dorpje De Steeg. Den Haag is trots op deze schrijver. Zij herdenkt de auteur met beelden van Couperus en een sculptuur van Eline Vere. Ook is daar het Couperus Museum gevestigd. Wie aan Den Haag denkt, denkt zeker ook aan de aristocratische sfeer die Couperus zo treffend beschreven heeft.Ontstemd
Rheden, de laatste woonplaats van Couperus, is werkelijk een prachtige gemeente. Het
ligt tussen de uitgestrekte bossen van de Veluwe en de lager gelegen IJssel. Op deze
heuvelrug heeft men een indrukwekkend uitzicht over de rivier en zijn uiterwaarden en het
daarachter gelegen land. Het is te begrijpen dat Louis Couperus hier graag kwam.
Met deze kennis ben ik enkele jaren geleden, tijdens een fietstocht met mijn
vrouw van Zutphen naar Arnhem, op zoek gegaan naar het monument van Couperus
in De Steeg, dat er ongetwijfeld zou moeten staan. Toen ik het eindelijk tot mijn grote
opluchting gevonden dacht te hebben, bleek het Carmiggelt en zijn vrouw te zijn. Tot op
heden ben ik daarover ontstemd. Enkele jaren later heb ik alsnog tussen de struiken van
een voortuin een klein bordje gevonden dat zegt dat daar vroeger het huis van Couperus
heeft gestaan. Ontroerend is wel dat het nieuwe huis ook de naam ‘t Sunneke heeft
gekregen.
Fietsen door De Steeg, zonder herinnering aan Couperus, is kijken door de ogen
van Cornélie, de vriendin van Duco: ‘Zij zag nooit de ruïnes verheerlijkt als hij het
deed in zijn urenlang gedroom in Forum en op Palatijn. Een schilderij zag zij alleen
maar met het oog van een leek’. (VW 16, p.51) Het dorp heeft dan geen karakter, geen
ziel. De gemeente Rheden heb ik daarom dringend verzocht een monument van Louis
51
Couperus te plaatsen. Verschillende medewerkers van de gemeente reageerden daarop
enthousiast en adviseerden mij een officieel verzoek in te dienen bij het college van B&W
van Rheden. Het college legde dit verzoek neer bij de Alliantie, de Rhedense Stichting
die belast is met kunst en cultuur in de gemeente. Deze stichting adviseerde het college
negatief. Als motivatie hiervoor gaven zij op: ‘het ad-hoc karakter van het initiatief en
de precedentwerking die er van uit kan gaan ten opzichte van andere overleden of nog
levende auteurs die ooit in de gemeente Rheden woonden of verbleven.’
‘Vrienden van Couperus
in De Steeg’
Vanzelfsprekend ben ik het niet
eens met zowel de uitkomst als
met de motivatie. Ten eerste
gaat het natuurlijk niet om
het karakter van het initiatief,
maar om de reputatie van Louis
Couperus, die geen verdere
toelichting behoeft, en om de
reputatie van de gemeente
Rheden als dorp van literaire
betekenis. Dat laatste kan
wel enige promotie gebruiken.
Ten tweede ben ik zelf een
groot voorstander van een
precedentwerking. Graag zie
ik dat er net zoveel beelden
van literatoren in de gemeente
komen als er kastelen staan. Verder verbaas ik mij erover dat Louis Couperus in één
adem genoemd wordt met andere auteurs die in de gemeente zijn geweest. Kenners
weten dat het hier gaat om één van Nederlands beste schrijvers ooit die in De Steeg
gestorven is.
De Alliantie is wel bezig een schrijversroute uit te zetten langs alle literatoren die
in de gemeente Rheden hebben gewoond en geleefd. Aan de Alliantie heb ik gevraagd
welke speciale plaats Louis Couperus daarin kan krijgen, maar tot op heden heb ik
hierover nog geen antwoord ontvangen. Mocht deze schrijversroute niet leiden tot een
herkenbaar monument voor Louis Couperus in De Steeg, dan zal een eventueel op
te richten stichting ‘Vrienden van Couperus in De Steeg’ dit mogelijk moeten kunnen
maken. Als zijn vrienden het 100 jaar geleden voor elkaar kregen een huis te bouwen
voor Couperus, dan moeten zij nu in staat zijn een monument voor hem op te richten.
Ik nodig u vriendelijk uit een keer een kijkje te nemen in De Steeg, als het monument
er staat. U kunt er dan de sfeer beleven zoals Louis Couperus die beleefd moet hebben,
honderd jaar geleden. Wij houden u op de hoogte.
(Uit: Arabesken 14 (2006), nr.27, p.50-51.)