Walter van der Kamp, regisseur (1926-2009)
Dienstbaar aan het boek
![]() |
‘Een doos fondant met een lading gif erin.’ Zo typeerde regisseur Walter van der Kamp De stille kracht. [1] Couperus’ Indische roman was een van de vele boeken die hij met succes voor televisie bewerkte. Van der Kamp overleed op 27 februari jongstleden, 83 jaar oud.
Door Gé Vaartjes
Het is nu bijna niet meer voor te stellen, maar in de periode van pakweg eind jaren zestig tot begin jaren negentig was op de Nederlandse televisie de ene, meer of minder, prestigieuze boekbewerking na de andere te zien. Het jaar 1967 diende dit type productie een stevige injectie toe. De VARA zond toen The Forsyte Saga uit, een lange serie naar de romans van John Galsworthy. [2] Die golden als stoffig en muf, ouderwetse familieromans over drie generaties lief en vooral leed in sleepjurken en pluche. Van dat vooroordeel was het Nederlandse televisiepubliek snel genezen: The Forsyte Saga werd een fenomenaal succes, waarvoor men zelfs raadsvergaderingen verzette.Restaureren
Van der Kamp werkte als acteur en omroeper voor hij in de jaren vijftig voor de
AVRO televisiedrama ging regisseren. Een hoogtepunt was Requiem voor een
zwaargewicht met Ko van Dijk, uit 1959. Zijn driedelige serie Villa des
Roses,
[6] naar de roman van Willem Elsschot, was het begin van een reeks
hoogwaardige bewerkingen van Nederlandse literaire werken. Van der Kamp heeft er
nooit een geheim van gemaakt dat hij zijn series maakte uit bewondering voor de
auteurs. ‘Ik wou het doen’, zei hij over zijn Elsschotbewerking. ‘Niet om zelf
iets te maken, maar om Elsschot te restaureren. Omdat ik gewoon die man zo’n
ongelooflijk fijne schrijver vind.’
[7]
35
Daarmee was de toon gezet: ook zijn volgende series maakte hij uit liefde
voor de boeken en hun auteurs. In 1971 volgde Karakter, met een
monumentale Ko van Dijk als Dreverhaven en Lex van Delden als Katadreuffe.
[8]
En toen, in 1974: De stille kracht. De serie was er nooit gekomen als
enkele jaren eerder Fons Rademakers zijn zin gekregen had. Rademakers had in
1968 de rechten van De stille kracht gekocht en vervolgens was Willem
Frederik Hermans naar Indonesië gereisd om te zien of de autoriteiten daar hulp
zouden kunnen verlenen bij de filmopnamen. Hermans kwam met teleurstellende
indrukken thuis: hij meldde dat de Couperiaanse sfeer helemaal verdwenen was en
Rademakers zag van zijn plannen af.
[9]
Vijf jaar later kon de AVRO zonder kosten met
De stille kracht aan de slag, toen in 1973 de auteursrechten op Couperus’
werk vervielen.
[10]
Walter van der Kamp en dramaturg René Solleveld bogen zich over het boek en
herschiepen het tot een driedelige serie van lange afleveringen: elk ongeveer 75
minuten.
36
‘Sóóó saai...’
Het Nederlandse publiek was overigens al klaar voor Couperus: in 1969-1970 had
de NCRV met groot succes De kleine zielen gepresenteerd, een bewerking
door Yvonne Keuls, die een nieuwe golf van aandacht voor Couperus teweegbracht.
De kleine zielen
was nog in zwart-wit opgenomen – eigenlijk heel passend bij de sfeer van het
vaak druilerige Den Haag van Couperus –, maar De stille kracht kwam in
kleur de huiskamers binnen, voor zover er daar al kleurentelevies stonden.
De serie werd geheel in de studio opgenomen en dat is, zeker
nu we verwend zijn met locatieopnamen, ook goed te zien. De wanden zijn
overduidelijk van bordkarton of triplex en wanneer een deur wordt gesloten,
scheelt het niet veel of de hele wand trilt als bij een lichte aardschok. De,
overigens schaarse, Indische natuur is een bijeengeraapt botanisch struweel.
Maar het zou niet rechtvaardig zijn vanuit een comfortabele positie in 2009
televisiedrama uit 1974 te vonnissen; voor die tijd was het verre van
amateuristisch. Wat de aankleding betreft had Van der Kamp er alles aan gedaan
zo authentiek mogelijke interieurs te creëren, waarbij het Tropenmuseum hem
hielp door objecten uit te lenen. Daarnaast maakte hij gebruik van een grote
groep niet-professionele ‘acteurs’ van Indische komaf, die voor een deel als
figuranten fungeerden, maar ook belangrijke rollen vervulden. Zo werd de
essentiële rol van baboe Oerip gespeeld door Jenny Heetkamp. Zij bracht vanuit
haar achtergrond kennis mee, die Van der Kamp inspireerde om dialogen aan te
passen. ‘Ik heb nog nooit met zo’n unieke formatie gewerkt’, vond de regisseur
na afloop. ‘Niet alleen omdat zij helemaal zichzelf waren en nauwelijks
geregisseerd behoefden te worden, maar ook omdat hun aanwezigheid onmisbaar was
voor het spel. Zonder hun medewerking zouden wij nooit die sfeer hebben kunnen
inbrengen, die wij nu hebben kunnen realiseren.’
[11]
Alle medewerkers ervoeren hun werk als een feest en de laatste opnamedag werd
afgesloten met een daverende inktvismaaltijd.
Hoewel in die tijd de bewerking van literatuur voor televisie
met argusogen werd gevolgd – Yvonne Keuls had ‘literaire adviseurs’ (onder wie
Hella Haasse) aan haar zijde toen zij
De boeken der kleine zielen bewerkte – deinsde Van der Kamp er niet voor
terug om één ingrijpende wijziging in De stille kracht aan te brengen: de
figuur Paul van Hove.
[12]
Hem werd in de mond gelegd wat Couperus in zijn roman betoogt en mijmert en hij
fungeert daardoor als spreekbuis van de schrijver. Het nieuwe personage creëerde
dus geen afstand tot het boek, maar bracht het juist naderbij. Deze aanpak was
typerend voor Van der Kamp.
De stille kracht werd door pers en publiek goed
ontvangen.
[13]
Scholieren, die toen kennelijk nog naar kwaliteitstelevisie keken, imiteerden op
het schoolplein Oerip (‘…praten niet goed over deze...’) en Doddy (‘Sóóó
saai...’). Velen herinneren zich de serie als ‘dat verhaal over die douche’,
waarmee ze refereren aan de badkamerscène waarin Pleuni Touw als Léonie van
Oudijck bespat wordt met sirih. Het rode sap maakte ongetwijfeld op velen minder
indruk dan Pleuni Touw in volle naaktheid: ‘bloot’ op de televisie was in die
tijd nog iets bijzonders. Het was immers nog geen zeven jaar geleden dat in
oktober 1967 de taboedoorbrekende VPRO Phil Bloom naakt in een rieten stoel aan
het volk gepresenteerd had. Naast de kwaliteiten die De stille kracht
bezat, heeft de naaktscène van Pleuni Touw zeker bijgedragen aan het succes van
de serie.
Monument
Ruim een jaar later kwam Van der Kamp met zeven delen Van oude mensen, de
dingen die voorbijgaan en opnieuw dreef bewondering voor de roman hem tot
het maken van de serie. ‘Ik ben werkelijk gelukkig, dat ik met zulk
voortreffelijk materiaal heb kunnen werken.
37
Dit soort verhalen, zoals Couperus ze schreef, worden nu niet meer op
papier gezet.’
[14]
Hij was apetrots op de cast waarmee hij werkte, allemaal acteurs en actrices die
zijn eerste keus waren. Nu, ruim dertig jaar later, blijkt de serie een monument
voor grote, inmiddels overleden acteurs: Caro van Eyck, Paul Steenbergen, Joan
Remmelts, Myra Ward, Georgette Hagedoorn, Bob de Lange en Andrea Domburg. Ook
deze serie werd geheel in de studio opgenomen, maar de geest van Couperus kwam
ook in de in elkaar getimmerde interieurs goed tot zijn recht.
Vergeleken met De stille kracht had Van oude
mensen… veel minder ‘actie’ en velen vroegen zich dan ook af of Van der Kamp
in staat was het ‘psychologisch weefsel van herinneringen, vermoedens, wroeging
en kleine aanduidingen’
[15]
over te brengen. In het algemeen vond men dat hij hierin geslaagd was. ‘De
stilte-met-suspense van het boek heeft Walter van der Kamp in tv-stilten weten
te vertalen en dat is heel bijzonder, want intensieve stilte is bijna niet in
beeld te brengen.’
[16]
38
In dezelfde periode als waarin Van oude mensen... werd
uitgezonden, bracht de NCRV een bewerking van Vestdijks roman De koperen tuin.
Die werd minder enthousiast ontvangen. Volgens een recensent
[17] gedroegen de acteurs zich als ‘een groepje spastische kinderen op
een schoolreisje’, deugde het camerawerk niet, waren de massascènes rommelig en
maakte de hele serie duidelijk waarom het Nederlandse televisiedrama, vergeleken
bijvoorbeeld met het Engelse, in het algemeen zo’n slechte naam had. Van der
Kamp was volgens deze criticus een uitzondering, alleen al door de perfecte
wijze waarop hij acteurs wist te casten: ‘In ieder geval bewijst Walter van der
Kamp, dat hij als een van de weinigen in dit land in staat is een eigen
televisiedrama te maken. Want wie zich series herinnert als ‘De Stille Kracht’,
‘Lijmen’, ‘Villa des Roses’ of ‘Karakter’, ziet – alle detailkritiek ten spijt –
dat er op een functionele manier wordt gewerkt met acteurs en met een dramatisch
gegeven. En dat is al heel wat in dit land.’
In 1982 kwam Van der Kamp nog met een bewerking van
Noodlot, niet als serie maar als televisietoneel voor één avond. Jeroen
Krabbé, Lex van Delden en Linda van Dijck speelden de hoofdrollen in deze
Couperusverfilming, die weinig indruk maakte en inmiddels een vergeten productie
moet worden genoemd.
39
Missioneringsdrang
Van der Kamps televisiebewerkingen kwamen niet alleen voort uit liefde en
respect voor het boek, maar ook uit missioneringsdrang: hij geloofde dat hij via
verantwoorde series ‘met inhoud’ een groot publiek naar kwaliteit kon laten
kijken. Hij ging met de door hem bewonderde boeken om als een tot over zijn oren
verliefde, die voor de hele wereld wil getuigen van zijn geluk. Er is nooit
onderzoek naar gedaan, maar het zou heel goed kunnen dat kijkers van Villa
des Roses en Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan
lezers zijn geworden van Elsschot en Couperus. Van der Kamps credo luidde: ‘Ik
ben als bewerker bezig in de geest van de auteur. Je moet geen gefrustreerd
schrijver zijn die dingen gaat opvullen of verbeteren. Het bewerken is te
vergelijken met het restaureren van schilderijen. Je moet je dienstbaar aan het
boek stellen.’
[18]
Met de recente exhibitionistische toneelbewerkingen van
De stille kracht en Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan in
de herinnering, voelt men voor het werk van Walter van der Kamp bewondering,
maar ook weemoed.
| Noten |
| 1. | C. Spoor, ‘AVRO-regisseur Walter van der Kamp: De Stille Kracht is doos fondant met een lading gif’. In: De Tijd 1974, 25 maart. |
| 2. | De Forsyte Saga, regie: James Cellan Jones, met: Eric Porter, Margaret Tyzack, Nyree Dawn Porter e.a., 1967. |
| 3. | De glazen stad, regie: Willy van Hemert, met: Hans Boswinkel, John Leddy, Pleuni Touw e.a., 1969. |
| 4. | De kleine zielen, regie: Bob Löwensein, met: Lex van Delden, Ellen Vogel, Eric Schneider, John van Dreelen, Ton Kuyl, Albert van Dalsum, Luc Lutz e.a., 1969. |
| 5. | De klop op de deur, regie: Peter Holland, met: Jenny Arean, Louis Borel, Mieke Bos, Ton Kuyl, Mary Smithuysen, Jeanne Verstraete e.a., 1970. |
| 6. | Met onder anderen: Bob de Lange, Loudi Nijhoff, Pleuni Touw en Ank van der Moer. |
| 7. | M. Blazer, ‘Een stelletje wonderlijke mensen’. In: Televizier nr.11 (1968, 2 november). |
| 8. | Ook met: Andrea Domburg, Jan Blaaser, Anne-Wil Blankers en Coen Flink. |
| 9. | M. Thomassen, ‘Magie met amateurs’. In: De Limburger 1973, 21 maart. Maar vergelijk: http://www.wfhermans.net/interviews/80/verdaas84.htm. Hier staat dat Rademakers en Hermans samen naar Indonesië gingen. |
| 10. | In die tijd was de vervalperiode vijftig jaar; inmiddels is dat zeventig jaar. |
| 11. | ‘“De stille kracht” nieuwe tv-serie’. In: De Limburger 1974, 26 maart. |
| 12. | Gespeeld door Ton Kuyl. De cast bestond verder uit Bob de Lange (Van Oudijck), Pleuni Touw (Léonie van Oudijck), Willem Nijholt (Theo), Astrid Ceuleers (Doddi), Petra Laseur (Eva), Caro van Eyck (de raden-adjoe pangéran), Hans Dagelet (Addy), Indra Kamadjojo (de regent van Ngadjiwa) e.a. |
| 13. | Zie bijvoorbeeld A.G. Kloppers, ‘Stille kracht van Couperus fraai tv-spel’. In: NRC Handelsblad 1974, 26 maart. |
| 14. | ‘Walter van der Kamp regisseerde serie om het gegeven en de vorm’. In: (knipsel uit onbekende krant, 1975, 26 november). |
| 15. | J. Bromet, ‘Men noemt televisie genadeloos omdat zij iemands ware formaat toont’. In: Elsevier 1975, 13 december. |
| 16. | Idem. |
| 17. | Idem. |
| 18. | J. Overduin, ‘De verlossing’. In: Televizier, nr.6 (1975, 8 februari). |
(Uit: Arabesken 17 (2009), nr.33, p.34-39.)