De historische en legendarische personae van keizer Heliogabalus
Een ‘Varian’ symposium te Cambridge
![]() |
Louis Couperus is niet de enige die werd gefascineerd door de figuur van Heliogabalus (of Helegabalus). Het ‘Nachleben’ van deze op zichzelf onbetekenende maar beruchte Romeinse keizer is indrukwekkend; in de loop der eeuwen zijn er romans, toneelstukken, gedichten, symfonieën, opera’s, balletten, schilderijen, beeldhouwwerken, ja zelfs stripboeken, nachtclubs en politieke actiegroepen in zijn naam ontstaan. Afgelopen zomer werd in Cambridge een driedaags symposium gewijd aan de historische en de legendarische personae van de keizer.
Door Jan Bennink
Van 29 tot 31 juli werd in Trinity College, Cambridge een internationaal congres gehouden onder de titel ‘Varian Symposium’. Varius is vermoedelijk de enige, historisch juiste naam voor de decadente Romeinse keizer Helegabalus, bij Couperus-kenners natuurlijk bekend door de roman De berg van licht (1905-1906). Initiatiefnemer van de driedaagse bijeenkomst is Leo de Arrizabalaga y Prado, een Amerikaan van Spaanse afkomst die in Trinity Engelse en Spaanse literatuur heeft gestudeerd en momenteel doceert aan de Tsukuba Universiteit van Tokio. Hij houdt zich al zo’n jaar of tien intens bezig met de keizer en heeft diverse publicaties aan het onderwerp gewijd. Zijn grote vraag is: hoe is het mogelijk dat een heerser die niets dan wangedrag en misdaden op zijn naam heeft staan – er is zelfs geen enkel bouwwerk uit de Romeinse tijd aan te wijzen dat aan zijn regering herinnert – tot op de dag van vandaag de wereld fascineert, in die mate dat er zelfs nachtclubs en politieke partijen naar hem zijn genoemd?
The Varian avatar
Naarmate zijn onderzoek vorderde, kwam Prado meer en meer tot de conclusie dat
zelfs de meest serieuze historici op hol leken te slaan als de keizer in hun
onderzoek ter sprake kwam. Dit intrigeerde hem zodanig dat hij besloot het
onderwerp tot op de bodem toe uit te zoeken – voor zover mogelijk. Het
‘Nachleben’ van de keizer wordt door Prado ‘the Varian avatar’ genoemd (een
‘avatar’ is een reïncarnatie; zo is Krishna bijvoorbeeld een reïncarnatie van de
god Vishnu). Opvallend is dat de keizer en zonnepriester in deze ‘Varian avatar’
in de loop der eeuwen getransformeerd werd van een wreed, decadent monster tot
een verkeerd begrepen, overgevoelig jong mens, een held van estheticisten, een
‘gekroonde anarchist’ en een martelaar van de seksuele revolutie.
Leo Prado heeft het onderwerp gedegen en methodologisch
aangepakt. Hij maakt een strikt onderscheid tussen de historische en de
legendarische Varius, en het symposium was in principe ook als zodanig
ingedeeld: de lezingen van zaterdagochtend behandelden de historische keizer,
die van zaterdagmiddag en zondag het ‘Nachleben’ van Helegabalus.
38
De lezingen
Prado zelf gaf op zaterdagochtend het startsein voor het symposium met een
lezing onder titel: ‘Varian studies: a Definition of the Subject’. Hij gaf een
heldere inleiding van zijn boven beschreven onderzoek, en een samenvatting van
de te bespreken onderwerpen.
De tweede bijdrage van die dag, ‘A hitherto unpublished coin
of Elagabalus’, een paper door Curtis Clay uit Chicago, Verenigde Staten, werd
in afwezigheid van de schrijver door Prado voorgelezen. Deze munt wordt onder
andere geacht een afbeelding van het Helegabalium op de Palatijn te laten zien.
Na de dood van de keizer werd deze tempel afgebroken en toepasselijkerwijze
vervangen door één ter ere van Jupiter Ultor, de wreker.
‘Varius dances’ was een lezing door Frederick G. Naerebout
van het departement Oude Geschiedenis van de Universiteit van Leiden over de
dans van de zonnepriester van Emessa, voor zover bekend uit de historische
bronnen. Dat geldt hier vooral Heriodianus. Hij schreef over de extatische
dansen, een capaciteit om in trance te gaan en een zeker elegant charisma van de
jonge zonnepriester, en vergeleek hem met de jonge Dionysos.
‘Das Priestergewand des Varius’, een bijdrage van Elke
Krengel (Freie Universität, Berlijn), werd eveneens door Leo Prado voorgelezen.
De enige historisch verantwoorde ‘misdaad’ waarvan we met zekerheid kunnen
zeggen dat Helegabalus hem heeft begaan, is dat hij, in zijn functie als
hogepriester van zijn god, in provocerend oosters kostuum verscheen. Naar
aanleiding van afbeeldingen op oude munten analyseerde Krengel dit kostuum en
kwam tot de conclusie dat het een variant moet zijn geweest van de tot op de dag
van vandaag in India gedragen ‘dhoti’, een sarong-achtig kledingstuk dat bestaat
uit een vierkante lap, die om de heupen wordt gedrapeerd en van voren zo
dikwijls wordt omgevouwen dat er een lange ‘sash’ ontstaat, die vervolgens
tussen de benen door naar achteren wordt omgevouwen en onderop de rug
vastgemaakt, zodat de indruk van een broek wordt gecreëerd.
In ‘Die Art und Weise wie Varius im Historia Augusta
behandelt worden ist’, door Samuel Zinsli (Universiteit van Zürich) stond de
belangrijkste bron voor alle misverstanden rond de heerschappij van Helegabalus
centraal. De Historia Augusta is, zoals bekend, opgetekend na de dood van
de keizer. Interessant was de suggestie dat de onbekende schrijver -
vermoedelijk Lampridius - in zijn werk mogelijk onderhuids heeft willen aangeven
dat keizer Constantijn, aan wie zijn boek opgedragen is, even slecht was als
zijn voorganger Helegabalus.
Respectabele pornografie
Peter Sarris, de andere gastheer van Trinity College, liet in ‘A Byzantine
perspective on the Varian myth or legend’ zijn licht schijnen over de
interpretatie van de keizer door schrijvers in het Byzantijnse rijk. Was
Helegabalus een transseksueel of een efficiënt
39
administrateur? Men had de indruk dat de keizer leed aan een gender
disorder, waardoor hij zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken gehad zou
hebben. Ook is er sprake van een aanname dat Helegabalus androgyn of eunuchoïde
geweest zou kunnen zijn. Eunuchen waren zeker niet onbekend in het Byzantijnse
Rijk, zodat een gender disorder destijds uitgelegd zal zijn als dat Helegabalus
een eunuch was.
In ‘Le traitement medieval de Heliogabale, par Masionario’
besprak Cécile Bertrand- Dagenbach (universiteit van Nancy, Frankrijk) de manier
waarop er in de middeleeuwen over de keizer geschreven werd, en wel vooral door
Iohannes de Matociis, alias Giovanni Mansionario, een monnik en notaris uit
Verona (circa 1350). Deze gebruikte de ‘Varian avatar’ als excuus om een soort
respectabele pornografie te bedrijven.
De tekst van Mauro Calcagno (universiteit van Harvard),
‘Cavalli’s opera
L’Eliogabalo, a victim of musical censorship’ werd weer voorgelezen door
Leo Prado. De opera van Francesco Cavalli (1602-1676) ging in 1668 in Venetië in
première en is onlangs weer in Brussel opgevoerd. In Arabesken nummer 24
(november 2004) is een artikel van Evert Paul Veltkamp opgenomen over deze
voorstelling.
Ik zou hier graag een kanttekening bij zijn artikel willen
plaatsen. Veltkamp stelt dat de decadentie van Helegabalus (die overigens in
deze uitvoering meer achter de dames aanzit) wordt aangegeven door het feit dat
de hoofdrollen hier door de hogere zangstemmen in travestie worden bezet. Dit
heeft mijns inziens niet zozeer te maken met decadentie, maar meer met de
gewoonte in de barokopera om de hoofdrollen door castraten te laten zingen. Nu
er geen castraten meer zijn, worden hoge stemmen gezongen door mannelijke
sopranisten of countertenors, of door vrouwelijke alten en sopranen. Pas in de
negentiende eeuw werd verwacht dat een mannen- of vrouwenrol in de opera ook
daadwerkelijk door respectievelijk een man en een vrouw werd vertolkt. In de
zeventiende en achttiende eeuw speelde de genderkwestie helemaal geen rol. Zo
werd bij de première van een van Händels opera’s de hoofdrol door de beroemde
castraat Senesino gezongen. Toen deze opera later opnieuw in productie werd
genomen, werd de hoofdrol door een vrouwelijke alt gezongen, omdat Senesino niet
meer in Londen verbleef en dus niet beschikbaar was. Dit was voor het toenmalige
operapubliek niets ongewoons. Ook liepen de seksen zonder enig probleem door
elkaar. Bekend is dat de beroemde castraat Farinelli als mooie jonge jongen in
de serenade ‘Antonio et Cleopatra’ van Johann Adolf Hasse als sopraan de rol van
Cleopatra zong en dat zijn Antonio een vrouwelijke alt was. De tenor als de
voedster Lenia in een (oudere) vrouwenrol was een grap die in de Venetiaanse
opera van die tijd veel voorkwam. Ook in een andere opera van Cavalli, namelijk
Serse die in 1654 ook in Venetië in première ging, wordt de rol van de
voedster door een mannelijke tenor gezongen. Deze sekseverwisseling in de opera
heeft het nog lang uitgehouden. Richard Strauss’ opera Der Rosenkavalier,
die in 1911 in première ging, heeft als couleur locale het Wenen van de
achttiende eeuw. De rol van Octavian, een zeventienjarige jongen, die door een
vrouw wordt gezongen, is door de componist bedoeld als een late echo van de
achttiende-eeuwse operapraktijk.
De tweede voordracht van Naerebout ging over Gysbert Tysens’
classicistische tragedie Bassianus Varius Heliogabalus, waarover de
negentiende-eeuwse theaterhistoricus Worp het oordeel ‘nothing but talk’
uitsprak.
De eerste dag van het symposium werd afgesloten door een
lezing van David Watkin (Peterhouse College, Cambridge) over Sir Lawrence
Alma-Tadema’s schilderij
The Roses of Heliogabalus. Interessant voor Couperus-liefhebbers was
volgens Watkins de aanwezigheid van Hierocles op het doek. De wagenmenner, die
door Couperus wordt
40
geïnterpreteerd als de grote liefde van Helegabalus, zit op het
schilderij rechtsonder de tafel van de keizer in het publiek. Hij heeft blond
haar en hij kijkt adorerend naar Helegabalus op.
Vrouwelijke schoonheid
De zondag was, zoals gezegd, geheel en al besteed aan het Nachleben van
Varius, oftewel de invloed van Helegabalus op de latere kunst en cultuur.
De symposiasten werden tijdens het ontbijt getrakteerd op de
weergave van Hans-Werner Henzes symfonisch gedicht Heliogabalus – a tape
recording. Het was een Strawinskyachtige interpretatie, begeleid door een
introducerende tekst.
Caroline de Westenholz, voorzitter van het Louis Couperus
Museum, hield vervolgens een drietal lezingen. Allereerst over Jean Lombards
roman L’agonie, die sinds de herdruk in 2002 weer voor een groter publiek
toegankelijk is geworden. Lombard volgt de antieke historiografie door de keizer
voornamelijk als een monster te beschrijven. Kennelijk kon Lombard het niet over
zijn hart verkrijgen om de legendarische kenmerken van de keizer en
zonnepriester, namelijk vrouwelijke schoonheid, totale toewijding aan de cultus
van de Zwarte Steen en een fatale tendens tot seksuele ambiguïteit, metterdaad
aan Helegabalus zelf toe te schrijven. Lombard dicht deze eigenschappen toe aan
het personage Madeh, de minnaar van de Romein Attilius. Het centrale thema in de
roman is het realiseren van de toekomstige androgyn in de persoon van deze
Madeh. Het falen van deze queeste wordt veroorzaakt door het feit dat Madeh zijn
homoseksualiteit verzaakt en voor een vrouw valt. Dit laatste is een groot
verschil met de roman van Couperus, waar de homoseksualiteit van Helegabalus
juist de oorzaak wordt van zijn ondergang.
Daarna sprak De Westenholz over De berg van licht, in
letterlijke vertaling voor het gemak The Mountain of Light genoemd.
Couperus geeft de typisch negentiende-eeuwse benadering weer door de jonge
zonnepriester te schetsen als een vroom en gevoelig kind dat noodzakelijkerwijs
ten onder gaat aan de omstandigheden waarin hij wordt geplaatst. Ten slotte
sprak De Westenholz over de aquarel Lui van Gustav Adolf Mossa, een
portret van Helegabalus dat zich bevindt in het Musée des Beaux Arts te Nice.
Mossa vertegenwoordigt de meest decadentistische visie op het keizertje door hem
te schilderen als een ietwat enge, fragiele androgyn. Dit schilderij is
geëxposeerd in het Louis Couperus Museum, gedurende de tentoonstelling ‘Een
witte stad van weelde. Louis Couperus en Nice (1900-1910)’ in 1996-1997.
Na de lezing van musicologe Andrea Musk over Deodat de
Séveracs opera
Héliogabale (in 1910 werd opgevoerd in het openluchttheater van Béziers
in Zuid-Frankrijk) konden de symposiasten tijdens de lunch luisteren naar Fulvio
Caldini’s
Aria di Eliogabalo, Op. 18 en Eliogabalo, Op. 45. Caldini is
tevens de tekenaar van de bij dit verslagje afgedrukte illustratie.
Daarna was het de beurt aan historicus Martijn Icks, die in
2003 de expositie ‘De weifelende sekse’ in het Louis Couperus Museum
organiseerde en na zijn afstuderen een stage is gaan volgen aan de Universiteit
van Oxford. Hij gaf een verslag van het onderzoek van zijn doctoraalscriptie
Adorned by fancy and blackened by prejudice. The ‘vices and follies’ of
Elagabalus in modern historical research. De acht minuten lange stomme ‘film
esthétique’ L’Orgie Romaine / Héliogabale
(Gaumont Film, 1911), die onlangs door het Nederlands Film Instituut is
gerestaureeerd, was helaas niet op het symposium te zien. Een lezing van Alexis
D’Hautcourt (Kansai Gaidai Universiteit, Osaka) over dit onderwerp werd door
Prado voorgelezen.
41
Het symposium werd afgesloten door een verrassende lezing door Itsuki
Kitani (Tsukuba Universiteit, Japan) over de aanwezigheid van Helegabalus in de
moderne populaire Japanse cultuur.
Het is de bedoeling dat de lezingen worden gebundeld in een
Engelstalige publicatie, uit te brengen door de University of Cambridge Press.
Arabesken zal u uiteraard op de hoogte brengen van de publicatie.
(Uit: Arabesken 13 (2005), nr.26, p.37-41.)