Index Algemeen | Index Recensies

De lijkverbranding
    Naar aanleiding van een bericht, dat de Regeering zich heeft doen vertegenwoordigen bij de verbranding van het stoffelijk overschot van wijlen Louis Couperus, vraagt de heer Scheurer aan Minister de Visser:
    Deelt de Minister niet het gevoelen zijner ambtgenooten van Binnenlandsche Zaken en Justitie, dat de lijkverbranding door de wet is uitgesloten?
    Is de Minister niet van oordeel, dat de vertegenwoordiging der Regeering bij een onwettige handeling af te keuren valt?

(Uit: Het Centrum 1923, 8 augustus.)

De lijkverbranding. Het standpunt der regeering.
   In antwoord op vragen van den heer Scheurer deelde Minister de Visser mede:
    Het bericht, dat de Regeering zich bij de uitvaart van L. Couperus heeft doen vertegenwoordigen, is niet juist.
    De Minister had een persoonlijk uitnoodiging ontvangen tot het bijwonen der crematie, doch moest bedanken. De chef der afdeeling K. en W., die een dergelijke uitnoodiging had ontvangen, nam haar aan. Voordat hij naar Westerveld vertrok, heeft de Minister hem verzocht namens hem een woord van deelneming te spreken.
    Ten aanzien van het vraagstuk der lijkverbranding kan de Minister zich vereenigen met het standpunt van zijn ambtgenooten van Binnenl. Zaken en Justitie.

(Uit: Het Centrum 1923, 14 augustus.)