Index Langs lijnen van geleidelijkheid | Index Recensies
Louis Couperus, Langs lijnen van geleidelijkheid;
twee deelen; uitgave van L. J. Veen te Amsterdam.
Men moet verklaren dat de lezende wereld, als zij niet
ontvankelijk was voor de 'Lijnen van geleidelijkheid', al heel ondankbaar zou
moeten zijn. Men verslindt Ouidà, waardeert Bourget, prijst Zola; welnu, het
boek is kleurig, artistiek, Italiaansch als Ouidà; psychologisch tot in het
weeke als Bourget, en de 'bête humaine' doet er zich gelden als bij den
brutaalsten verist; terwijl Couperus zich de moeite geeft over dat alles enkele
malen, - niet vaak genoeg, - het tooverkleed van zijn mooi modern Hollandsch te
spreiden. En dat alles in weloverwogen verhouding, in pikante afwisseling en ook
zich aansluitend bij tal van andere stromingen; wanneer wij langzamerhand bijna
genoeg gaan krijgen van den wel wat heel platonischen Duco, wisselt de auteur
hem af met den heel onplatonischen huzaar; als het pension en het bovenkamertje
wat eentonig worden, komt de pracht van de feodale burcht in de Abruzzen met de
Camera degli sposi, or-sur-or, en de zonson-
361
dergang over het meer van San Stefano; als we wat veel aan Ouidà denken, heeft
Duco in zijn fatalistische afstand-doen iets Tolstoïsch. Inderdaad is het in het
voordeel van een groot talent, zich eens voor een enkele maal in gelijke
conditiën met de gewonen te plaatsen; een Psyche of Fidessa doen niet zoo
Couperus' superioriteit uitkomen als een gewone amusementsroman, in dit geval
'Lijnen.'
(Uit: Nederland 1900, nr.3, p.360-361.)