Index Majesteit | Index Recensies
Louis Couperus, Majesteit, twee deelen; uitgave van L.J. Veen, te Amsterdam.
'Een koninklijke misdaad,' 'Um Scepter und Kronen,' 'Les Rois en exil,' 'Les
Rois,' 'Majesteit,' alle werken van succes; er ligt voor den romanschrijver en
den lezer blijkbaar een groot element van bekoring in, wanneer de jonge heldin
wordt aangesproken met 'kei zerlijke hoogheid' en zich niet kan bewegen zonder
een sleep hofdames en adjudanten om zich heen. Iedere van haar rampen toch vormt
reeds van zelf een tegenstelling met de atmosfeer van feesten en huldigingen die
haar omgeeft; iedere uiting van het menschenhart, vreugde , hartelijkheid,
vertrouwen, krijgt terstond iets verrassend-sympathieks, omdat zij de helden uit
de hiëratische stijfheid brengt, waarin de schrijvers zorgen ze ons het eerst
voor te stellen. Couperus heeft met juist inzicht van het effect dezen eersten
indruk ook vooral niet menschelijker gemaakt; het hof van Livadië maakt volkomen
den indruk van een wassenbeeldenspel; zelfs van een gloednieuw, waarin het
purper nog versch en het hermelijn nog sneeuwwit is, en de 'elaborate' uniformen
nog schitteren van nieuw goud. Alles is daar opgeschroefd; de schrijver zelf
meent er heel eenvoudige dingen met overdrijving te moeten zeggen : 'een
kruisvuur
van vragen naar de beide familiën ontvonkte tusschen de keizerin en
haar neef.'
In het tweede deel neemt de dichter zijne revanche op den
costumier; de kaartenkoningen worden vader en moeder en gelieven. Al de mooie
bladzijden - en het zijn er zoo vele - vindt men in dat tweede deel. Haastig
volgen nu de mooie tooneelen elkander op: Valérie's wanhopige boottocht;
Othomar's ongehoorzaamheid uit kieschheid; het aandoenlijk gesprek tusschen hem
en Valérie, starend over het Donaudal; Othomar aangetast door de geheimzinnige
kwaal die aan Ibsen's Oswald Alving doet denken; de woede van den keizer;
482
de dood van den kleinen Berengar; de prachtige doodenwake; eindelijk het
bloedtooneel bij de voorstelling van Aïda, het een al kunstvoller gedacht en
geschreven dan het ander. En het voornaamste: uit al die tooneelen en uit het
geheele boek rijst het gevoel van geheimzinnige onrust en angst op, dat al deze
figuren onder hun hermelijn en paarlen doet sidderen en kwijnen, dat gevoel van
onzekerheid omtrent hun plicht, hun recht, hun bestemming, hun leven, hun
toekomst, dat het eigenlijk tragische in den fluweeligen roman vormt. Zelfs de
slecht geslaagde gedeelten (de liaison met de oude vrouw van ondervinding,
Alexa, eindigend in haar smakeloozen brief; het avontuur met Zanti en zijne
dochter, dat begonnen en niet geeindigd wordt) alles werkt mede tot dat zware
benauwende bewustzijn van een Noodlot, dat als een donkere schaduw over al het
vertoon van weelde en macht hangt, en de gekroonden niet toelaat zich zelf te
zijn, goed te zijn, gelukkig of ongelukkig te zijn naar hartelust. Ofschoon
'Majesteit' naar onze meening niet boven 'Eene Illuzie' staat, - Couperus'
echtste, zuiverste werk, - is het een fraai en belangrijk boek.
(Uit: Nederland 1893, p481-482.)