Index Oostwaarts | Index Recensies

Oostwaarts door LOUIS COUPERUS
      H. P. Leopold. 's Gravenhage, 1924.


    In dit deftig boek, op goed papier gedrukt en met vele foto's, door mevrouw Couperus verzameld, afgewisseld en opgesierd, zijn Couperus' Indische reisbrieven verzameld, die hij in '22,'23 schreef voor de Haagsche Post. De heer S. F. van Oss schreef er een korte 'inleiding' bij, om even de geschiedenis dezer brieven te memoreeren en enkele data aan te geven.
    En hier is dan Couperus als journalist.
    Er waren vrij wat menschen, die zijn brieven, toen zij indertijd verschenen, niet bewonderden. Men vond ze, geloof ik, oppervlakkig, onbelangrijk, gemanireerd en zoo voort. Maar ik zou wel eens willen vragen welken Hollandschen journalist dit werk beter had gedaan. Het is zeer mogelijk, dat men van Couperus het onmogelijke verwachtte, daartoe verleid door zijn novellen en geestige lyrische stukjes. Wie echter zijn brieven uit Duitschland kende, uit het begin van den oorlog, vond hier dezelfden toon terug, het lichtbewogene en toch goed gehumeurde, de behoefte elk het zijne te geven en het karakter van mensch en ding te doen uitkomen, het zuiver beeldende, aardig persoonlijke, voor schoonheid, gracie, comfort zeer vatbare....
    Wat ter wereld verlangt men meer? Het is zoo aantrekkelijk te zien, hoe nauwgezet Couperus zijn taak als correspondent heeft opgevat, hoe hij al zijn vermogens aan het werk zet om den lezer het beste te geven. Voortdurend bemerkt men het pogen de streek zelf te suggereeren met zijn atmosfeer, zijn menschen, de lijnen van het landschap. Maar daarnaast, voor de meer nuchteren en 'serieusen', de zakenmenschen en bij-IndiĆ«-belanghebbenden, geeft hij dan feiten en zelfs cijfers, beschrijft cultures, fabrieksinrichtingen, machinekamers, herinnert aan ethnologische en sociologische bijzonderheden, vertelt van oude en nieuwe toestanden, gebruiken, levensinrichting.... Men behoeft den inhoud maar te zien, om te bemerken hoe in allen eenvoud, encyclopedisch over Indische zaken deze brieven geworden zijn.... Dat daartusschen ook wel eens leegten vallen, waarin het coquette, dat Couperus nu eenmaal ook eigen was, overheerscht, welke journalist, die 71 brieven moet schrijven, zal hem daarvan een verwijt maken! Maar het voornaamste is, dat die tot een boek over IndiĆ« geworden brieven onderhoudend, geestig en suggestief zijn, waar men ze opslaat en deze journalistiek aldus gebleken is ook een soort van onzware 'inleiding' te kunnen vormen voor elk, die zich land en volk aantrekt. Een bijzonder mooi portret van den schrijver is tegenover den titel geplaatst.

F. C.*

(Uit: Groot Nederland 22 (1924), I, p.222.)

*F.C. = Frans Coenen

Redactionele ingrepen:

tegeven > te geven
bewonderden, > bewonderden.
en zo vooort > en zo voort