Biografie van een biografiedag

Het was 23 maart 2018, een grotendeels bewolkte dag, toen zich een groot aantal mensen in de Oude Sterrewacht te Leiden verzamelden voor een dag die geheel in het teken stond van de schrijversbiografie.

De ochtend werd gevuld met een viertal lezingen. Een volle zaal hoorde toe hoe de verschillende biografen vertelden over de leuke kanten aan het schrijven van een biografie, maar ook hoe ze omgingen met problemen die ze in hun onderzoek tegenkwamen. Zo vertelde Elisabeth Leijnse over de moeilijkheid om het extreme antisemitisme van Cécile de Jong van Beek en Donk te benaderen. Ze besprak daarbij haar strategieën om dit goed in haar biografie te verwerken. Een hele andere vraag stelde Michèl de Jong zich, die op het moment een biografie over Drs. P. schrijft. Bij hem ligt de moeilijkheid in de vraag hoe hij zijn objectiviteit kan bewaren, omdat hij goed bevriend was met Drs. P.

Petra Teunissen-Nijsse stuitte op haar beurt op een collectie brieven die een heel ander licht wierpen op Clare Lennart, de hoofdpersoon van haar biografie. De expliciet beschreven seksuele uitspattingen in die brieven stelden haar voor de kwestie of die wel in de biografie opgenomen moesten worden. Aan de hand van drie Socratische filters (waarheid, goedheid en belang) besloot ze dit uiteindelijk wel te doen. Als laatste kwam Wim Hazeu aan het woord, die bij zijn biografie over Lucebert op het allerlaatste moment brieven in handen kreeg over diens oorlogsverleden. Zijn vuistregel is, geïnspireerd op Voltaire: ‘Van de doden niets dan de waarheid.’ Reden voor hem, zo verklaarde hij, om alleen over dode mensen een biografie te schrijven.

Tijdens de lunch was er ook de mogelijkheid om informatie te krijgen over de verschillende literaire genootschappen. In de middag waren er in drie rondes workshops over de biografie. Zo werden vragen behandeld als waar een wetenschappelijke biografie aan moet voldoen, waar de biograaf verder rekening mee moet houden, maar ook hoe een biografie gerecenseerd moet worden en wat de lezers van biografieën verwachten.

De dag werd met een paneldiscussie afgesloten. In de discussie werden nogmaals de hoofdpunten uit de verschillende workshops genoemd. Tijdens de afsluiting deelden de biografen hun ervaringen die ze hadden met betrokken, nog levende familieleden. Zo konden ze bijvoorbeeld beginnen met de verwerking van verdriet en oud zeer, doordat de biograaf hun op het spoor was gekomen.

De biografiedag bewees goed dat het schrijven van een biografie niet zo makkelijk is als het lijkt en dat de biograaf daarom zeker niet in de schaduw van de gebiografeerde hoeft te staan. Maar bovenal was dit een zeer inspirerende en enthousiasmerende dag voor iedereen die met biografieën bezig is.

Chris Flinterman

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Nieuwsarchief