In Memoriam Luc Dirikx

Op 5 april 2016 overleed Luc Dirikx, voormalig lid van het Comité van Aanbeveling van het Louis Couperus Genootschap, in de leeftijd van 65 jaar.

Luc Dirikx was zeer betrokken bij alles wat ook maar enigszins met Couperus te maken had. Hij promoveerde in 1991 in Leuven ‘met grote onderscheiding’ op het proefschrift Louis Couperus en het decadentisme. Een thematologische confrontatie. Eerder, in 1974, studeerde hij in Leuven af in de Germaanse filologie met een groot aantal artikelen over Couperus met de (onuitgegeven) licentiaatsverhandeling Kleine Zielen onder het vergrootglas. Een psychologische studie van de vrouwenkarakters in de Haagse romans van Louis Couperus. Frédéric Bastet schreef in zijn voorwoord bij de dissertatie van Dirikx: ‘Luc Dirikx moge mijn bewondering voor zijn studie bevestigd vinden.’

Zelf was hij bescheiden over zijn werk. Over zijn licentiaatsverhandeling schreef hij mij toen ik hem naar een exemplaar vroeg: ‘Het is slechts een verhandeling uit 1974 en ik betwijfel of U er iets in zou vinden dat ondertussen niet al beter en grondiger behandeld werd in de wetenschappelijke en sekundaire literatuur.’ Over de handelseditie van zijn dissertatie: ‘de materiële uitvoering [is] wel zeer sober en bepaald geen bibliofiel hoogstandje. Louis Couperus zou er maar meesmuilend op neergekeken hebben, maar ik durf toch hopen dat u enig leesgenoegen om de inhoud kunt hebben.’

Tegelijk was hij gelukkig ook zeker van zijn eigen werk, wat wel bleek toen Jan-Pieter Guépin en Geerten Meijsing ooit flink inhakten op Lucs dissertatie tijdens een lezing voor de Vakoverschrijdende Cursus Louis Couperus en de Oudheid in 1999. Luc bleef er onbewogen onder en veegde in Arabesken nr.15 van mei 2000 op een fijne sarcastische toon de vloer aan met deze lezing, waarop er nog een kleine polemiek met Guépin volgde, die echter weer stopte toen Guépin niet meer reageerde.

In 1992 schreef ik Luc dat er een Louis Couperus Genootschap in oprichting was, waarop hij antwoordde: ‘U gelieve mij op de hoogte te houden, en niet te aarzelen een beroep op mij te doen, mocht het comité menen van mijn diensten gebruik te kunnen maken.’ In 1993 is hij hier inderdaad voor benaderd en hij stemde graag toe. Ik ben blij dat hij deze rol heeft kunnen vervullen tot 2010, toen hij vanwege gezondheidsredenen afscheid moest nemen. Ook ben ik, en met mij het bestuur van het LCG, dankbaar voor alle bijdragen die Luc geleverd heeft aan de Couperus-kunde.

Luc is in besloten kring begraven. De tekst op de rouwkaart was ‘vele herinneringen aan een goed en eerlijk mens.’

Twee Couperusbanden in perkament vergelijken

Vandaag [dinsdag 8 september 2015; deze blog werd hier eerder gepubliceerd, red.] kwamen Han Peek en Hans Matla in de KB op bezoek om twee exemplaren van de roman Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan te vergelijken. De roman van Louis Couperus verscheen in 1906. Het ontwerp voor het omslag werd gemaakt door Chris Lebeau en er waren twee edities te koop: gebonden in geel linnen en ingenaaid in papier. Maar er bestond een derde uitvoering, die lange tijd onbekend was aan bibliografen en verzamelaars.

Er zijn namelijk twee exemplaren gebonden in perkament. Tot een paar jaar geleden waren die volstrekt onbekend, maar ze doken met een tussenpoos van vier jaar op: één ervan belandde in 2009 in de particuliere collectie van Hans Matla, de andere in 2013 in de collectie van de KB. (Zie mijn eerdere blog op het KB-blog: ‘Aanwinst: Couperus in perkament’).

Het ontwerp van Lebeau is met een bandstempel gedrukt op het perkament en is identiek aan dat van de gewone handelsedities. De twee banden in perkament zijn op dezelfde wijze geproduceerd. Er zijn geen verschillen gevonden tussen het ene en het andere exemplaar, op wat slijtageplekken na. Rug en achteromslag zijn ook identiek.

Ook het sierpapier dat als schutblad is gebruikt is in beide exemplaren hetzelfde; ze zijn dus vrijwel zeker op hetzelfde moment gemaakt. In de correspondentie is echter niets te vinden over deze luxe editie. Wellicht waren de exemplaren bedoeld voor de uitgever en de auteur, maar misschien zijn er ook wel meer gemaakt. De productie is namelijk helemaal gelijk aan die van bijvoorbeeld de in perkament uitgevoerde exemplaren van De boeken der kleine zielen, die een paar jaar eerder waren verschenen (1901-1903).

Achterin het KB-exemplaar stond in potlood een cijfer geschreven: ’80’. Datzelfde nummer stond, op dezelfde plek, in het exemplaar van Matla.

Ook de vier delen van De boeken der kleine zielen uit de KB-collectie konden worden vergeleken met die uit de particuliere verzameling van Matla (hij had een grote tas bij zich). Ook deze boeken zijn in perkament gebonden. Elk deel toonde achterin net zo’n cijfer in potlood, in elk deel een ander nummer en die vier nummers correspondeerden met elkaar in de twee luxe exemplaren van de roman.

Waarschijnlijk slaan deze nummers op opdrachtnummers in de binderij, die ervoor moesten zorgen dat de kleine bindpartijen – tien exemplaren in het geval van De boeken der kleine zielen en een onbekend aantal in het geval van Oude menschen, de dingen die voorbijgaan – niet tussen andere, grotere bindopdrachten terecht kwamen. Ze staan tenslotte geschreven, in potlood, op het allerlaatste vel van de gedrukte katernen, voordat de schutbladen in de boekbinderij worden toegevoegd. Ze kunnen overeenkomen met ordernummers, maar om dat vast te stellen moet het archief van de boekbinderij worden onderzocht.

Zie ook een eerdere ‘binocle’ van Han Peek over dit onderwerp.

Sjoerd Didden overleden

Couperuspop-kleinOp 14 maart is Sjoerd Didden overleden. Hij werd slechts 54 jaar.

Didden was de maker van het kunststoffen beeld in het Louis Couperus Museum. Het initiatief tot het vervaardigen van deze pop van Louis Couperus kwam van Juuf van Ballegoyen de Jong, de eerste conservator van het museum. Zodra het idee er was telefoneerden wij met het wassenbeeldenmuseum Madame Tussauds  in Amsterdam om te vragen of daar misschien al een dergelijk beeld stond. Het antwoord was negatief.

Enige tijd later zag ik een voorstelling van Drie grote vrouwen van Edward Albee, met mijn tante Ellen Vogel in de hoofdrol. Na de pauze betrad zij het toneel, begaf zich naar een groot bed en boog zich over haar evenbeeld, dat daar dood onder de lakens lag. De gelijkenis was dusdanig groot dat ik mijn tante vroeg wie dat beeld had gemaakt. Het bleek dat Sjoerd Didden toentertijd veel ‘lijken’ vervaardigde voor de Nederlandse film en televisie. Een bezoek aan zijn Rotterdamse atelier bevestigde dit. Her en der lagen daar afgehakte ledematen en losse hoofden op tafels. ‘Mijn kinderen hebben moeite vriendjes mee naar huis te nemen,’ gaf Didden toe.

Op 10 juni 1996 was de kunststoffen beeltenis van Louis Couperus een feit. De pop is sindsdien duizenden keren gefotografeerd door onze museumbezoekers. Het is treurig dat de maker ervan zo jong gestorven is.

Het mysterie van een boekband

Elke liefhebber kent de schitterende ‘cirkels- of wagenwielenband’ van Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…, ontworpen door J.J.C. (Chris) Lebeau. Tot 2009 was deze band alleen bekend van de gebonden linnen versie in twee delen in één goudgele band met paarse versiering en belettering, of van de ingenaaide versie, eveneens in twee delen, met een gele omslag met zwarte versiering en belettering.

In september 2009 verscheen op een veiling bij De Eland in Amsterdam plotseling een uitgave met het originele bandontwerp van Chris Lebeau, maar dan in de tot dan toe onbekende en niet eerder beschreven volledig perkamenten band. Deze versie, met de mysterieuze band, werd uiteindelijk verkocht voor 16.700 euro, exclusief veilingkosten. Later bleek dat dit boek afkomstig was uit de nalatenschap van Garmt Stuiveling, de man achter de door velen verfoeide Verzamelde Werken Louis Couperus, uitgegeven tussen 1953 en 1957.

Natuurlijk werd er druk gespeculeerd over de herkomst van dit speciale boek. De ene lezing was dat Veen deze band speciaal voor Louis Couperus had laten vervaardigen. Dat klonk aannemelijk, aangezien Couperus zijn uitgever Veen op 17 juli 1900 schreef: ‘Niet meer zoo iets geels als Fidessa, dat vond ik niet mooi.’ Maar verder is er geen enkele correspondentie bekend waarin Veen, Couperus of binderij Brandt gewag maakt van deze perkamenten uitgave. Bovendien meldt Couperus in een brief van juli 1906: ‘ik ontving de Oude Menschen, dat er aardig uitziet in zijn gelen band.’

Een andere lezing is dat een binder bij binderij Brandt het naar het ontwerp van Chris Lebeau gemaakte bandstempel ‘geleend’ heeft om voor zichzelf (?) een perkamenten band te maken. Maar ook hiervoor ontbreken bewijzen.

Groot was dan ook de verrassing toen in de catalogus 337 van de veiling in mei 2013 van Burgersdijk & Niermans te Leiden een tweede exemplaar van Van oude menschen werd aangeboden in een perkamenten band met het ontwerp van Chris Lebeau. Zoals omschreven bij kavel 896: ‘In 2009 a similar copy came to market from the library of G. Stuiveling, by then the only copy recorded in a vellum binding.’ De inzetprijs is 9000 euro, exclusief. 24,2 procent opgeld.

Een exacte vergelijking van deze twee perkamenten banden zou misschien antwoord kunnen geven op de vraag of deze identiek zijn, maar dan blijft er nog een belangrijke vraag over: waarom en voor wie werden deze twee perkamenten banden gemaakt?

Boekenweek, Couperusweek

Deze Boekenweek las boekenminnend Nederland De verrekijker van Kees van Kooten. Ook de Couperus-liefhebbers hebben hun kijkers tevoorschijn gehaald. Zij richtten hun binocles, geheel volgens het thema ‘Gouden Tijden, Zwarte Bladzijden’ op het voormalige Nederlands-Indië en stelden scherp op afbladderende pilaren op een vergane galerij.

Bas Heijne schreef woensdag namelijk in NRC dat hij samen met documentairemaker Jan Louter in Pasoeroean op Oost-Java gefilmd heeft voor een documentaire over Louis Couperus. Daar maakten zij opnames van een koloniaal gebouw waar volgens hen Couperus een gedeelte van De stille kracht schreef. Heijne schrijft enthousiast over de visionair Couperus, maar eindigt zijn stuk ietwat in mineur: ‘Steeds vaker kom ik mensen tegen die nog nooit van hem gehoord hebben. In die zin is dit haveloze gebouw het volmaakte monument voor deze schrijver en zijn adembenemende roman.’

Het Louis Couperus Genootschap werkt aan een positiever ‘monument’: een feestjaar ter gelegenheid van Couperus’ 150ste geboortedag op 10 juni 2013. Afgelopen najaar trok het toneelstuk De kleine zielen al volle zalen, maar in deze Boekenweek barstte de aandacht voor Couperus pas écht los. Inmiddels weet heel literair Nederland dat ons Genootschap 2013 heeft uitgeroepen tot het Louis Couperus Jubileumjaar. Meer dan twintig organisaties werken met ons samen om Couperus’ oeuvre tot leven te wekken. Dat doen we met inzet van alle mogelijke middelen. Van tentoonstellingen tot voorleesmiddagen, van twitterleesclubs tot een app. En een tv-documentaire, die we op 1 oktober in Het uur van de wolf mogen zien.

Bas Heijne heeft gelijk, er is nog veel werk te verzetten. In de NTR Boekenquiz struikelden alle teams over de laatste Eline Vere-vraag: van wie kreeg Eline een waaier cadeau? Maar wij zijn optimistisch. De naamsbekendheid van Couperus groeit en er zijn nu al méér mensen Couperus aan het (her)lezen dan we hadden durven hopen. Kees van Kooten hielp ons een handje door het jubileumjaar op tv te vermelden en een aantekening te maken in de Literagenda in zijn Geschenk.

En gelukkig vullen de schappen van de boekhandels zich langzamerhand met nieuwe uitgaven van Couperus’ romans. Hopelijk laten de uitgevers zich niet verleiden tot snelle ramsj en houden ze hun mooie Couperussen nu eens een paar jaar in hun magazijnen op voorraad. Dat doen hun buitenlandse collega’s immers ook. Daar hoeven Flaubert-fans tenminste niet met een binocle te speuren naar een Madame Bovary.

Louis Couperus als Swiebertje

Van alle initiatieven rond het Couperusjaar is die van twee medewerkers van de literaire website Tzum.info wel heel opmerkelijk, om niet te zeggen: dapper. Doeke Sijens en Coen Peppelenbos wagen zich dit jaar aan de bespreking van het gehele oeuvre van Louis Couperus, zoals dat is vervat in de vijftigdelige editie Volledige Werken.

Deze straffe lees- en schrijfexercitie doet denken aan die van Hugo Brandt Corstius en Maarten ‘t Hart, die in 1996 voor NRC Handelsblad om de beurt 52 romans van Simon Vestdijk tegen het licht hielden.

Ik mag er toch wel van uitgaan dat de twee heren deze klus met enige positieve voorkennis over Couperus’ werk aanvatten, want is alleen het lezen al van het gehele oeuvre in een tijdsbestek van één jaar bepaald geen sinecure, er vervolgens ook over schrijven is niets minder dan een titanenarbeid.

Van enig enthousiasme is in de eerste aflevering, over de gedichtenbundel Een lent van vaerzen (1884), Couperus’ debuut in boekvorm, nog weinig te merken. Erg verrassend is dat niet. Couperus’ poëzie kon bij recenserende tijdgenoten nog wel op enige welwillendheid rekenen, maar vandaag de dag is er geen lezer meer die Couperus als dichter serieus neemt. Ook Coen Peppelenbos draait er niet omheen: ‘Louis Couperus dicht als een oud wijf’:

Voor een lezer van mijn leeftijd, iemand die Swiebertje nog heeft meegemaakt, is het gebruik van archaïsche verklein- woorden bijzonder lach- wekkend. Bij ‘schuitjen’, ‘schalk-zout bruidjen’, ‘handjen’, ‘lipjens’ en ‘halsjen’, hoor ik de stem van Joop Doderer zeggen: ‘Doe mij maar een kopjen kofjen, Saar.’

Dat wordt nog even doorbijten, want ook het tweede boek, Orchideeën (1886), bevat voornamelijk poëzie. Maar wie weet ontwaart de recensent in enkele verhalen uit de bundel – bijvoorbeeld in Couperus’ prozadebuut ‘In het huis bij den Dom’ – de voorafschaduwing van dat weergaloze talent dat 127 jaar later nog zulke toegewijde lezers als Sijens en Peppelenbos aan zich weet te binden.

Hysterische taferelen tijdens Couperuswandeling

Als er een nieuw literair tijdschrift wordt gelanceerd met de naam Extaze, dan verwacht je natuurlijk dat de Haagse auteur, zeker in het eerste nummer, ook een inhoudelijke rol wordt gegund. Dat is inderdaad het geval, en wel op heel speciale wijze, in een verhaal van de eveneens Haagse auteur Christien Kok. Ik citeer uit een bespreking op literairnederland.nl:

Vertelster en bedenker van de literaire rondleiding – de Couperusronde – heeft deze georganiseerd om de zoon van haar overleden vriend een zinniger bestaan te bieden. Maar dat pakt anders uit. Nadat ze een gezelschap bij elkaar heeft gekregen waarmee die zoon zijn eerste rondleiding kan houden, belt hij af. Er zit voor haar niets anders op dan het zelf te doen, daarbij ontdekt ze hoe gruwelijk vervelend zo’n rondje literatuur door Den Haag kan uitvallen. Vier heren en acht dames wachten haar op. Niets van wat ze tijdens de ronde over Couperus en zijn werk vertelt is aan deze groep besteed. Wanneer ze vraagt wie er Eline Vere heeft gelezen wordt er plotseling geklaagd over moeilijk ter been zijn. Dan laat Kok het verkeer van de Laan Copes van Cattenburch “spottend ruisen”. (…) Een deel van het gezelschap drijft de spot met de hysterische personages die in de verhalen van Couperus voorkomen. Dan loopt het uit de hand. Een deelnemer uit luid zijn ergernis waarop drie vrouwen hem beginnen uit te schelden. De gids heeft geen enkele invloed meer op de groep en gaat er als een haas vandoor, terwijl de man hysterisch om zich heen maaiend, op de grond eindigt.

Zoals bekend organiseert het Louis Couperus Genootschap regelmatig literaire wandelingen door Den Haag. Mij is nooit iets ter ore gekomen over zulke schandelijke misdragingen. Ik zal de coördinator op een volgende bestuursvergadering daarover eens flink aan de tand voelen. Tenminste, als-ie nog tanden heeft…

Trendsetter

In oktober 2011 verscheen een publicatie van de hand van architectuurhistoricus Herman van Bergeijk onder de titel: Berlage en Nederlands-Indië. Een innerlijke drang naar het schoone land (Uitgeverij 010, Rotterdam, 24,50 euro). Het boek behandelt Berlages reis in 1923 naar de Gordel van Smaragd, soms in vergelijking met die van Couperus van twee jaar daarvoor.

Het gaat dus om dezelfde materie als in de vorige tentoonstelling in het Louis Couperus Museum: ‘Inspiratie uit Nederlands-Indië. Louis Couperus, Isaac Israëls en H.P. Berlage’. Sterker nog, deze expositie wordt er zelfs in genoemd, in een voetnoot op pagina 16, waarbij ook de reis van Isaac Israëls ter sprake komt.

Het is niet de eerste keer dat Het Louis Couperus Museum een onderwerp aanvat dat later aandacht krijgt in een publicatie elders. Wij denken slechts aan de dubbelexpositie over Antoon van Welie in de zomer van 2003, op initiatief van het museum georganiseerd in samenwerking met Museum Mesdag, die leidde tot de eerste grote overzichtstentoonstelling sinds de dood van deze totaal vergeten portretschilder in het Nijmeegse museum Het Valkhof vier jaar later; toen verscheen ook het boek Antoon van Welie (1866-1956). De laatste decadente schilder, van de hand van Karin van Lieverloo en Pieter Roelofs (Zwolle, 2007). Of denk aan de tentoonstelling over Kunstzaal Kleykamp in de zomer van 2004, met het bijbehorende boekje van Ilja de Rijk, die voorafgingen aan de publicatie van Kleykamp. De geschiedenis van een kunsthandel ca. 1900-1968, onder redactie van Freek Heijbroek, over de bekende Haagse kunsthandel (in 2008).

Het is duidelijk: het Louis Couperus Museum is een trendsetter. Blijf ons volgen…

Epifanie

Van de hand van Piet Kralt verscheen onlangs een artikel in Nederlandse letterkunde (jaargang 6, nummer 2), getiteld ‘Het uitgelezen uur. Couperus en de beleving van het heden’. Kralt beschrijft hierin de ontwikkeling van Couperus’ opvattingen over (de relatie tussen) het geluk en het heden.

Hij doet dat aan de hand van het begrip epifanie, een intense vorm van werkelijkheidsbeleving die in de literatuur van het fin de siècle een belangrijke rol speelt. Denk aan de beroemde scène met het madeleinekoekje in À la recherche du temps perdu van Proust: een alledaagse waarneming wordt tot een plotselinge, intense, ongewone ervaring, die met de ratio niet of nauwelijks te begrijpen valt. Of denk aan het gedicht ‘La lune blanche’ van Verlaine, dat eindigt met de woorden: ‘Un vaste et tendre / Apaisement / Semble descendre / Du firmament / Que l’astre irise… / C’est l’heure exquise’.

Couperus citeert deze laatste regel instemmend in zijn reisverslag Met Louis Couperus in Afrika uit 1921, wanneer hij zichzelf beschrijft, zittend op een zuil in het oude Carthago. Twee jaar later, vlak voor zijn dood, bepeinst hij in een feuilleton dat hij in zijn leven dikwijls ‘een Seconde van Geluk’ heeft gekend: ‘De Seconde sloeg als met een lichten, gouden gongslag meestal onverwachts, onvoorbereid, en daar was het er (…).’ Het was dan ‘alsof de tijd stil stond’: een epifanisch moment.

Kralt toont overtuigend aan dat die positieve verbintenis tussen heden en geluk pas vanaf 1902 in het werk van Couperus tot stand komt. Daarvóór was het heden meestal negatief geladen, zoals in de romans Noodlot en Extaze en in het sprookje Psyche. In Extaze bijvoorbeeld ‘(…) is het heden klein en begrensd en het geluk dat de extase brengt, bestaat in de doorbreking van die grenzen naar de lichtende ruimten van de oneindigheid’, aldus Kralt.

Het omslagpunt vinden we in het verhaal ‘Jahve’, waarin voor het eerst ‘de zin van het bestaan in de aanvaarding van het heden ligt’. Deze omslag heeft zijn doorwerking in Couperus’ noodlotsbegrip, schrijft Kralt: ‘Tot dan toe interpreteerde Couperus het noodlot psychologisch (…), of (…) als een boven de mensen staande macht. Hierna interpreteerde hij het ook als de doem van de tijd, de onherroepelijke neergang der dingen, de eeuwige keten van worden-zijn-vergaan. Om dit kwaad te bezweren, zocht hij zijn heil in de intense beleving van het heden.’

Couperus liep daarmee enigszins achter op zijn tijdgenoten Van Deyssel en Gorter, bij wie de epifanie al rond 1890 ‘doorbreekt’. Maar Couperus’ ‘Seconde van Geluk’ is dan ook geen zuivere epifanie: ‘Het gaat bij hem niet zozeer om het korte ogenblik als wel om het feit dat dit ogenblik er nu is’, concludeert Kralt.

Couperus in de canon!

In 2011 bestaat de Nederlandse televisie 60 jaar. De publieke omroep staat uitgebreid stil bij de ontwikkeling van de televisie door de jaren heen. In de afgelopen 60 jaar zijn er vele programma’s op de buis verschenen. Welke van deze programma’s staan in uw geheugen gegrift? Waar keek u vroeger graag naar? In het kader van 60 jaar televisie is het idee ontstaan om te komen tot een canon van 60 programmatitels.

Het is een publiekscanon, dat betekent dat de Nederlandse bevolking bepaalt welke programmatitels erin komen. De canon is opgedeeld in twaalf categorieën; talkshow, spiritualiteit, human interest, cultuur, drama, humor, kinderen/jeugd, muziek, amusement, actualiteit, diversen en sport. Voor elke categorie zijn twaalf programmatitels geselecteerd waaruit het publiek kan kiezen. Uit elke categorie gaan in totaal vijf programmatitels door naar de uiteindelijke lijst van 60 titels, waaruit de canon bestaat.

Op 16 maart was er bij het VARA-programma De wereld draait door een item te zien over de canon van televisiedrama. Acteurs Ellen Vogel, Gijs Scholten van Aschat en toneelschrijfster Maria Goossen werden geïnterviewd, en alledrie noemden ze de tv-series naar het werk van Louis Couperus uit de jaren 1970: De boeken der kleine zielenVan oude mensen…De stille kracht. Minstens een van die series moest in de canon, was de eensgezinde mening van deze toneelmensen.

Als u dit ook vindt, dan kunt u meestemmen op de site van www.tvcanon.nl. Nu Couperus niet meer op de leeslijsten van de scholen prijkt, laat dan tenminste een van de televisieseries in de canon komen! Snel gaan stemmen!

De stemming is begonnen op 1 februari. Elke twee weken komt er een nieuwe categorie bij. De laatste categorie wordt op 5 juli gepubliceerd. Daarna wordt de uiteindelijke canon samengesteld.

couperus in de media

Wij houden onze binocle nieuwsgierig gericht op verschillende media, altijd alert op de opduikende gestalte van Louis Couperus.

Ontging ons iets? Zou kunnen... Neem het ons niet kwalijk, maar mail en breng ons op de hoogte!

Let op: internet is een veranderlijk medium. Sommige links kunnen u inmiddels leiden naar niet bedoelde pagina's of... helemaal niets.

Foto van de dag

Couperus Racine

Intussen op Twitter