De collectie-Eekhof

Op zaterdag 4 november zond de Avro een korte documentaire uit over de verkoop van de collectie-Eekhof, de grootste Couperus-verzameling ter wereld, aan het Letterkundig Museum en de Koninklijke Bibliotheek.

De documentaire is nu ook op internet te zien. Behalve Anton Korteweg, Frédéric Bastet en Eugenie Boer, komt ook Jan Eekhof zelf aan het woord.

De verzamelaar biecht op dat hij niet altijd even eerlijk aan zijn spullen kwam. Toen hij ooit eens een mooi affiche van een Eline Vere-voorstelling wilde hebben en zich met dat doel bij het desbetreffende theater vervoegde, bleken er geen exemplaren meer van het hebbeding voorradig te zijn. Eekhof is toen maar op zijn knieën gegaan en heeft toen – héél voorzichtig – het affiche van de muur gepulkt.

Zoals die andere grote Nederlandse auteur ooit schreef: ‘Een parelduiker vreest den modder niet.’

(Gu)(El)inevere

In het jongste nummer van De Parelduiker (2006, nr.3) verricht Frédéric Bastet, de nestor van het hedendaagse Couperus-onderzoek, de aftrap voor een nieuwe reeks publicaties die ongetwijfeld het licht zal zien naar aanleiding van de openbaarmaking van de collectie-Eekhof. De omvangrijke Couperus-verzameling werd in juni van dit jaar verkocht aan het Letterkundig Museum en deKoninklijke Bibliotheek, zodat het vermaarde, maar altijd met veel geheimzinnigheid omgeven Bibliofiele Wonder eindelijk voor iedereen toegankelijk is. De verkoop werd zelfs belangrijk genoeg geacht voor een uitgebreide coverage op het NOS-journaal.

Bastet buigt zich over een handgeschreven opdracht van Couperus in een eerste druk van Eline Vere, die deel uitmaakt van de Eekhof-verzameling: 

Aan mijne onvermoeide Secretaresse, met
het verzoek, altijd door, aangedreven
te worden tot het schrijven van nieuwe romans.

Hoewel op zichzelf weinig opzienbarend, en bovendien reeds lang bekend bij ingewijden, inspireerde de korte tekst de Couperus-biograaf tot een onnavolgbaar staaltje biografisch associëren. Vroeg Elsbeth Etty zich nog onlangs af wie de aangesprokene zou kunnen zijn, voor Bastet is er geen greintje twijfel dat de opdracht gericht is aan Elisabeth Baud. Sterker: Couperus’ eerste roman is een rechtstreekse hommage aan zijn latere vrouw, wat bovendien óók tot uitdrukking komt in de titel.

Om zijn stelling te onderbouwen wijst Bastet op het Guinevere-motief dat al vroeg in het werk van Couperus opduikt. Elisabeth zou zich sterk hebben geïdentificeerd met de echtgenote van de mythische koning Arthur, terwijl de auteur zichzelf herkende in Lancelot, haar ridderlijke minnaar. Naamkundig gesproken is het maar een kleine stap van Guinevere naar Eline Vere: men vervange de eerste twee letters van de koningin door de eerste twee van Elisabeths naam. Aldus, zo besluit Bastet zijn betoog, wordt ‘een aantal afzonderlijke elementen in een onweerlegbaar zinvol onderling verband geplaatst’.

Eddy Merckx denderde over Kleine Zielen heen

Regelmatig wordt ons gevraagd of de televisieserie De kleine zielen ooit weer eens wordt herhaald, of wanneer er nu eindelijk eens een dvd-uitgave van de legendarische reeks wordt uitgebracht. ‘Nooit,’ is dan helaas steevast ons antwoord. De opname is namelijk deels verloren gegaan.

Wat is het geval? De NCRV, die de tiendelige serie in 1969 op de televisie bracht, heeft op een gegeven moment de banden uitgeleend aan de BRT. Toen de Belgische omroep een wielerwedstrijd met nationale held Eddy Merckx wilde vastleggen, greep men in de haast naar de band met het negende deel uit de serie… Tot zover de duurste productie uit de Nederlandse televisiegeschiedenis tot dan toe. Wel heeft de NCRV nog op 22 mei 2002 in het kader van haar jubileum een bijna twee uur durende compilatie van De kleine zielen uitgezonden.

Voor wie vergeten is deze uitzending op te nemen is er nu wat digitale troost. Op de website van de NCRV zijn nu enkele fragmenten uit de serie te bekijken. Ook zijn daar allerlei feitjes en wetenswaardigheden over de productie bij elkaar gebracht. Daarmee zullen we het moeten doen. Of zal men in Hilversum het toch ooit nog eens op de heupen krijgen en een nieuwe versie durven maken? Ellen Vogel, die toen Constance speelde, zou nu in ieder geval een prachtige mama van Lowe kunnen vertolken.

Leesclub

Een mooi initiatief van een oud medium, waarbij het nieuwe medium, het internet, een grote rol speelt: de leesclub van NRC Handelsblad. Redacteuren van de krant discussiëren samen met lezers over klassiekers uit de Nederlandse literatuur. Iedere maand staat een ander boek centraal. Men begon met Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans; in mei werd De stille kracht van Louis Couperus besproken.

NRC-medewerkers Bas Heijne (‘Als klein jongetje zat Louis Couperus doodsbang in een donkere Indische badkamer. De resonantie van die angst maakt De stille kracht tot een visionaire roman.’), Michiel Leezenberg (‘Couperus’ kolonialisme heeft niets te maken met uitbuiting of onderdrukking’), Elsbeth Etty (‘De stille kracht is geen kritiek op het koloniale Europa’) en Pieter Steinz (‘Het verhaal van de tragische held Van Oudijck is niet alleen Couperus’ beste boek, maar ook een van de grote werken van de wereldliteratuur’) gaven een voorzet, lezers reageren. En dat kan, na de verplichte registratie, overigens nog steeds.

‘Ik zal me beperken’

Een unicum op de vaderlandse televisie: een avondvullend programma over literatuur. Op prime time nota bene! De quiz – ja, het moet natuurlijk wel allemaal leuk blijven – vormde de opmaat van de zeventigste Boekenweek. Presentator Jeroen Pauw strooide luchtig met smakelijk kijkvoer voor de beschaafde mens en stelde vragen die gelukkig eenvoudig genoeg waren om de gemiddelde lezer het gevoel van enige deskundigheid te verschaffen.

Ook de vraag die over Louis Couperus werd gesteld leverde de kandidaten geen problemen op. Deze werd ingeleid door het inmiddels beroemde, helaas geluidloze filmpje waarop een pratende Couperus te zien is. De opname is gemaakt op 9 juni 1923, tijdens een feestelijke huldiging ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag.

Een deskundige liplezer heeft ons geopenbaard wat de auteur ons te vertellen heeft. Het zijn de weinig opzienbarende woorden: ‘Ja, wat ik wou zeggen… ja dat heb ik… o tja… ik zal me beperken…’

Voor degenen die het unieke fragment met Couperus hebben gemist: klik hier. Als u de hele uitzending van De avond van het Boek, door de NPS uitgezonden op 7 maart op Nederland 3, wilt terugzien, klik dan hier. De winnaar van de quiz won, behalve een plek in de jury van de AKO-literatuurprijs, een sculptuur van Jan Wolkers, geïnspireerd op de roman De berg van licht van… Louis Couperus.

Hink-stap-sprong

De toekenning van de P.C. Hooft-prijs aan classicus, dichter, romancier, essayist en Couperus-biograaf Frédéric Bastet (78) was voor velen een complete verrassing, niet in de laatste plaats voor de gelauwerde zelf: ‘het kwam als de bekende donderslag bij heldere hemel. Zeker op mijn leeftijd. Doorgaans krijg je eerst de Constantijn Huygensprijs en daarna maak je misschien kans op de P.C. Hooftprijs. Ik heb dus echt in één keer een hink-stap-sprong gemaakt,’ aldus Bastet in een vraaggesprek met Floor Ligtvoet in de Haagsche Courant.

Vanzelfsprekend komt ook Louis Couperus ter sprake. Zijn biografie maakte Bastet (en in zekere mate ook Couperus weer) bekend bij het grote publiek. In hoeverre lijkt Bastet eigenlijk op zijn held, wil Ligtvoet weten: ‘Ik houd wel van Schoonheid met een hoofdletter, mooie spullen en muziek. Toch lijk ik niet op hem. Anderen zeggen van wel, maar daar trek ik me niets meer van aan. We leiden toch echt andere levens. Couperus was continue aan het reizen. Ik heb ook veel gereisd voor mijn beroep als archeoloog, maar ik vond dat eigenlijk niets. Het liefst was ik thuis. Ik ben ook nooit getrouwd geweest. Of ik wel homoseksueel ben? Daar laat ik mij niet over uit.’

Een echte vent

Week-vrouwelijk, fatterig, suikerzoet, pompeus, overdreven, onecht. Ziehier enkele kwalificaties waarmee Couperus door de contemporaine kritiek regelmatig om de oren werd geslagen. In de tijd dat het estheticisme tot op zekere hoogte als literaire norm gold, was die ‘aanstellerij’ van Couperus blijkbaar al te veel van het goede.

Men zou misschien verwachten dat de redactie van het tijdschrift Forum, die zich in het begin van de jaren dertig van de twintigste eeuw immers met veel bravoure aan het Démasqué der Schoonheid wijdde, het werk van Couperus al helemaal als brandhout zou beschouwen. Het tegendeel is waar. De Haagse auteur wordt in de eerste jaargang van het tijdschrift (1932) zelfs naar voren geschoven als voorbeeld par excellence van een echte ‘vent’, zoals de Forummers die zo graag zagen.

De ‘open brief‘ aan een zekere J.B. eindigt met: ‘Ik zou – je kunt er om lachen of niet – willen volhouden, dat Couperus, de kwast, de zijden, verfijnde dandy, een der weinige kerels is geweest, die in het hollandsch geschreven hebben….’

Auteur van de ‘brief’ is de dichter Hendrik Marsman; zijn pleidooi voor het werk van Couperus is ongeëvenaard in zijn enthousiasme. Behalve Langs lijnen van geleidelijkheid is het vooral ‘De binocle’ die Marsmans geestdrift gaande maakt: ‘(…) weet jij één verhaal, niet alleen van Couperus, maar van onze heele literatuur, dat daarbij haalt?’ 

Alle vier de jaargangen van Forum, zonder twijfel het invloedrijkste literaire tijdschrift van de vorige eeuw, zijn vanaf heden te lezen op de website van de alsmaar uitdijende Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse letteren.

Help Couperus op de longlist!

De KRO organiseert dit jaar de Verkiezing van de Grootste Nederlander Aller Tijden. Op de bijbehorende website kan de bezoeker een keuze maken  uit een royale lijst van 200 namen uit heden en verleden en uit verschillende disciplines. Naar aanleiding van deze selectie wordt in het najaar een top 100 samengesteld. Na een afvalrace blijven de tien hoogstgeplaatsten over. Op 15 november wordt bekendgemaakt wie uiteindelijk de prestigieuze titel, al dan niet postuum, in de wacht sleept.

Aangezien rang- en hitlijstjes even amusant als onzinnig zijn, surfte uw redacteur gezwind naar de website om in ieder geval vast één stem voor Neerlands grootste romancier veilig te stellen. Even op de categorie ‘Schrijvers en dichters’ klikken…

Aha! Daar staat Multatuli. Even verder zoeken… Bomans, zozo… Reve, Wolkers, Campert, nounou… Vondel, Cats… goh, de oudjes doen gelukkig ook mee. Maar waar staat Couperus toch? Even in de ogen wrijven en nog eens kijken… Hadewijch, Hofland, Nijhoff, Vestdijk…

Dan dringt het tot me door. Ongelooflijk, maar waar: niks geen Couperus! Louis Marie Anne Couperus (1863-1923) staat niet op de lijst!

Kijk, nou wil ik niet gaan jammeren, ik begrijp dat het moeilijk kiezen was, ik ben me er terdege van bewust dat Remco Campert een véél groter auteur dan Couperus is, en ik weet heus wel dat onze auteur uiteindelijk geen enkele kans maakt tegen Johan Cruijff en Pim Fortuyn, maar een longlist van 200 Nederlanders waarop Louis Couperus schittert door afwezigheid: dat moet op een ongelukkig misverstand berusten! Vooral als men bedenkt dat de lijst is samengesteld door onder anderen een neerlandicus (Herman Pleij) en een literair auteur (Joost Zwagerman).

Gelukkig hebben zij rekening gehouden met blinde vlekken bij zichzelf. Op de website kunt u via een formulier iemand nomineren die niet op de lijst voorkomt. Dus er is nog hoop! Voorkom gezichtsverlies bij de jury! KLIK ALLEN HIER en verstuur het formulier. Opdat gerechtigheid geschiede.

Couperus plagiaris?

Het zo beladen ‘P-woord’ valt nergens, maar het hangt als een donkere wolk boven haar artikel: onderzoek dat neerlandica Mary Kemperink verrichtte naar de bronnen van Couperus’ reisschetsen toont aan dat de auteur, op z’n zachtst gezegd, wel erg zwaar leunde op bekende reisboeken uit zijn tijd. Hij plunderde ze niet alleen voor allerhande feitjes en anekdoten, uit enkele veelzeggende voorbeelden blijkt dat Couperus dikwijls passages uit deze boeken (bijna) letterlijk overnam.

In haar essay ‘De gidsen van Couperus. Bronnen en brongeruik in zijn Italiaanse reisschetsen’ (Spiegel der Letteren 2004, nr.1) is het Kemperink er echter niet om te doen Couperus als plagiaris te ontmaskeren. Zij vraagt zich in de eerste plaats af wat de manier waarop de auteur met zijn bronnen omgaat ons leert over zijn poëtica. Hierdoor komt het accent vanzelf te liggen op wat hij veranderde, benadrukte, wegliet en toevoegde.

Kemperink: ‘Couperus blijkt zijn bronnen tamelijk nauwgezet te volgen, maar er tegelijk sterk zijn eigen artistieke stempel op te drukken. Centraal staat steeds de zintuiglijke ervaring van het moment en de emotie die deze ervaring bij hem teweeg brengt. Persoonlijke (poëticale) elementen daarin zijn: de ervaring van de schoonheid en weemoed, de bijna visionaire evocatie van het verleden, de esthetisch-decadente verheerlijking van het gruwelijke, de zelfprojectie in het verleden, de voorkeur voor de klassieke godsdienst boven het christendom en de sympathie voor homoseksuele verhoudingen.’

Op zoek naar de nieuwe Orlando

Op 27 november 1909 maakt de Nederlandse lezer voor het eerst kennis met de Italiaanse vriend van Couperus. Vanaf dat moment zal deze vrijgezelle bon-vivant onder de fictieve naam Orlando Orlandini regelmatig opduiken in Couperus’ wekelijkse feuilletons voor de krant Het Vaderland.

Gezien de erotische geladenheid van deze vriendschap (‘Ik heb hem eens gezegd dat hij mooi was, als een antiek beeld in een muzeum’) is het niet verwonderlijk dat deze Orlando Couperus-vorsers altijd tot de verbeelding heeft gesproken. Wie gaat er schuil achter deze figuur?

Hoewel sommige onderzoekers hebben geopperd dat Orlando als individu helemaal niet heeft bestaan en wellicht is samengesteld uit verschillende mensen uit Couperus’ omgeving, heeft de theorie van biograaf Frédéric Bastet uiteindelijk de meeste ingang gevonden: hij identificeerde Orlando als Giulio Lodomez, broer van Couperus’ vriendin Emma Garzes.

In het nieuwste nummer van De Parelduiker, dat bijna geheel aan Couperus is gewijd, trekt José Buschman, historica en mede-oprichter van het Couperus Genootschap, Bastets veronderstelling in twijfel. Is het bijvoorbeeld niet vreemd dat de naam van Giulo niet één keer wordt genoemd in de brieven die Couperus aan Emma en haar moeder schreef?

Bovendien diende zich onverwacht een nieuwe Orlando-kandidaat aan. Buschman bezocht het Italiaanse klooster, waar Couperus met Orlando zou hebben overnacht. In de bewaard gebleven gastenboeken trof zij inderdaad de naam van Couperus en diens vrouw aan, maar niet die van Giulio Lodomez. Boven de handtekening van Couperus stond wel een andere naam die haar aandacht trok: Bernardino Mario Ciarabalà. Buschman: ‘Het zijn twee verschillende handschriften, maar als je goed kijkt, is het alsof Ciarabalà en Couperus wel dezelfde (vul)pen hebben gebruikt. Lag die pen soms destijds op het visiteboek? Of kwam die uit de binnenzak van Orlando?’

Daar zullen we ongetwijfeld meer van horen. De speurtocht naar Orlando, de mysterieuze vriend van Couperus, kan opnieuw beginnen.

couperus in de media

Wij houden onze binocle nieuwsgierig gericht op verschillende media, altijd alert op de opduikende gestalte van Louis Couperus.

Ontging ons iets? Zou kunnen... Neem het ons niet kwalijk, maar mail en breng ons op de hoogte!

Let op: internet is een veranderlijk medium. Sommige links kunnen u inmiddels leiden naar niet bedoelde pagina's of... helemaal niets.

Foto van de dag

Onthulling gedenksteen geboortehuis Couperus

Intussen op Twitter