Arabesken nr.48 verschenen

De laatste tijd is er veel aandacht in Arabesken geweest voor vertalingen van Couperus’ werk. We zetten de reeks voort met een bijdrage van Wilken Engelbrecht en Zuzana Vaidová over de belangstelling voor Couperus in Tsjechië. En natuurlijk is er aandacht voor het twintigjarige jubileum van het Louis Couperus Museum. Oprichter en voorzitter Caroline de Westenholz en manager Jeannette van Bennekom-Jørgensen vertellen in een vraaggesprek met hoofdredacteur Hester Meuleman over de geschiedenis en toekomst van het museum.

Elisabeth Leijnse, die reeds twee prijzen won met haar dubbelbiografie over de feministische schrijfster Cécile de Jong van Beek en Donk en haar zuster Elsa, treedt in dit nummer in discussie met Maarten Klein over de vermeende connectie tussen Cécile en de hoofdpersoon uit Langs lijnen van geleidelijkheid, Cornélie de Retz van Loo.

Verder buigt Evert Paul Veltkamp zich over de vriendschap tussen Louis en Elisabeth Couperus en het echtpaar Soulier in Rome, en komt met verrassende biografische informatie.

Onze serie ‘Couperus en de contemporaine kritiek’ is aanbeland bij aflevering nummer tien, en is gewijd aan de bundel Nippon. De bundel kwam pas postuum tot stand waardoor veel recensenten voor een lastige keuze kwamen te staan: moesten ze Couperus bekritiseren op zijn onjuiste beschrijvingen en strenge beoordeling van de Japanners, of moesten ze de overleden schrijver juist prijzen om zijn literaire nalatenschap? Dit dilemma resulteerde in een handvol zeer gemengde kritieken.

Naast de vaste rubrieken zijn er twee recensies: over het boekje Hypnose in de Nederlandse literatuur. Het magnetisme van Louis Couperus van Johan W. Eland, en over de toneelbewerking van Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… door Toneelgroep Amsterdam.

En tot slot: heeft kerverse Couperusbiograaf Rémon van Gemeren nu eindelijk het mysterie ontrafeld rond het huis in Pasuruan, waar Couperus De stille kracht schreef?

U leest het in Arabesken, het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap. Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Recensie: Couperus, een leven

Zelden heb ik een volumineus boek van ruim 900 pagina’s met meer nieuwsgierigheid gelezen. Nieuwsgierig natuurlijk naar nieuwe inzichten en mogelijke ontdekkingen. Het is immers alweer bijna dertig jaar geleden dat de ‘dikke Bastet’ verscheen, tot nu toe de biografie die in bijna alle publicaties als referentiekader heeft gediend wanneer het ging om Couperus’ leven en werk. Wat zou Van Gemeren daaraan kunnen toevoegen?

Een ambitieuze onderneming dus. En een die de verplichting had dertig jaar onderzoek te verwerken. Daarin is Rémon van Gemeren glansrijk geslaagd. Het notenapparaat, waarin hij bovendien de discussie niet uit de weg gaat, is dermate uitgebreid en grondig dat zijn boek een betrouwbare bron is geworden voor het verdere Couperusonderzoek. Alle lof daarvoor!

Een biograaf van Louis Couperus zal altijd rekening moeten houden met het feit dat levensbijzonderheden van de schrijver nu eenmaal beperkt zijn. Wat er in de loop der tijden daaraan is opgedoken, is intussen gedocumenteerd. De biograaf zal dan ook hooguit de bekende gegevens kunnen gebruiken in het kader van de visie die hij op de schrijver heeft. En die visie heeft Van Gemeren wel degelijk. Zo tracht hij verder tot Couperus door te dringen door maatschappelijke ontwikkelingen tijdens diens leven in verband te brengen met zijn oeuvre. Daarin gaat de auteur wel eens te ver, maar voor zover hij het werk van de schrijver daarmee in een literair kader kan plaatsen heeft het zin.

Echter, of Couperus nu wel of niet een dandy was of vermoedens met betrekking tot zijn seksuele leven zijn onderwerpen in de biografie die er wat mij betreft niet toe doen. Dat in zijn werk homoseksualiteit een belangrijke rol speelt, wil nog niet zeggen dat ik wil weten of hij wel of niet aan soloseks deed.

Indringende analyses
Afgezien van dergelijke trivialiteiten biedt het boek indringende analyses van het werk Couperus en dat lijkt me terecht voor een schrijver die over zichzelf beweerde: U vindt alles in mijn boeken. Maar dan ook: ik ben een leugenaar. De ondertitel van het boek luidt ‘een leven’ en niet ‘zijn leven’, en dat geeft goed aan wat het boek beoogt te zijn: een speurtocht naar een leven in de literatuur.

Couperus is een auteur die wat hij schreef niet doorleefde maar er zich in inleefde, beweert Van Gemeren op p.104. Een rake observering, die nog maar eens bevestigt dat de fantasie, de illusie, voor Couperus van veel groter belang was dan de hem omringende realiteit. Het is en blijft nu eenmaal een gegeven dat Couperus zijn persoonlijk leven zoveel mogelijk wilde maskeren. Hij leefde in zijn werk en daarmee moeten we het grotendeels doen.

Probleem daarbij is dat schijnbaar quasi-autobiografische teksten als Metamorfoze en de Orlando-verhalen de verleiding meebrengen ze als kennisbron over zijn leven te beschouwen. Van Gemeren voert Hugo Aylva bewust op als de dubbelganger van Couperus, waarmee hij  zich op glad ijs begeeft, terwijl hij aan de andere kant Gigi en Orlando als min of meer fictieve personen behandelt. Maar wat moet je ook met de maskerade die Couperus opvoert? Je kunt er niet aan voorbijgaan en je moet je afvragen wat die maskers te betekenen hebben. En dat doet Van Gemeren.

De gelukkige fatalist
Zonder vooringenomenheid met betrekking tot minder populaire, ja voor de huidige lezer zelfs onverteerbare teksten, heeft de biograaf het hele oeuvre van de schrijver in zijn biografie betrokken. Daarbij zijn voor hem schoonheid, illusie en fatalisme kernbegrippen in het werk van Louis Couperus.

Schoonheid, zo beweert Van Gemeren op p.560, was zonder meer het belangrijkste elixer in zijn bestaan, binnen en buiten het schrijven. In de woorden van Couperus zelf: ‘Maakt iets van schoonheid  ons vreugdevol en enthousiast, dan hebben wij daarna weêr meer kracht te lijden op het rooster met het kleine stadige hellevuur dat ons dagelijksch bestaan is.’ (Citaat op p.236.)

Illusie was voor Couperus een levensbehoefte. Op p.584 zegt Van Gemeren: ‘Aldoor wilde hij greep hebben op een werkelijkheid die noodzakelijkerwijs een zelf geschapen wereld was, om een beter alternatief te hebben voor, en tevens het hoofd te bieden aan, de alledaagse werkelijkheid waarin hij leefde…’

Het fatalisme, de derde poot onder het werk van Couperus, verwoordt de biograaf op p.597 als volgt: ‘Het is waar al het werk van Couperus over gaat: de mens die gebukt gaat onder zijn onvermijdelijke onvervuldheid, maar toch, hooguit kortstondig, dromen en genieten mag, de mens die veel verlangt en, hoewel niet weinig, veel minder vinden kan, stomweg omdat dat bij het leven hoort.’

Nadat ik het boek van Rémon van Gemeren van kaft tot kaft gelezen had, moest ik eerst even op adem komen, onder de indruk van de enorme berg werk die hij verzet heeft. Het ontzag daarvoor leidt als vanzelf naar Couperus zelf, de meest levende onder de dode schrijvers, de gelukkige fatalist, wiens werk niet nalaat nieuwe generaties te boeien. Daaraan heeft Rémon van Gemeren een wezenlijke bijdrage geleverd.

Rémon van Gemeren, Couperus, een leven. Prometheus, Amsterdam, 2016; 39,95 euro; ISBN: 9789035140882.

Tentoonstelling: ‘Schilderen met woorden’

Vanaf vandaag is in het Louis Couperus Museum de tentoonstelling ‘Schilderen met woorden. Een nieuwe kijk op de poëzie van Louis Couperus’ te bezoeken.

Gedurende een groot deel van zijn leven (om precies te zijn 25 jaar) heeft Couperus poëzie geschreven. Tot nu toe is er weinig aandacht geschonken aan dit onderwerp. Deze winter visualiseert het museum de dichtkunst van de Haagse schrijver door middel van afbeeldingen en beeldhouwwerk waardoor de schrijver was geïnspireerd.

Aan de wanden worden representatieve gedichten, of citaten daaruit, groot weergegeven, afgedrukt op textiel. Bij elk fragment wordt een afbeelding getoond die inhoudelijk in verband staat met het gedicht. Reproducties van schilderijen – in een enkel geval zelfs een beeldhouwwerk – hebben Couperus soms regelrecht tot voorbeeld gediend. Ook de doorwerking van zijn poëzie in zijn proza komt aan bod. Op de televisiemonitor is een voordracht van zijn dichtkunst door acteur Joop Keesmaat te zien en te horen.

De expositie is gecentreerd rond vijf thema’s uit Couperus’ poëzie. Allereerst de figuur van Petrarca die hem de Laura-cyclus in gaf. Ten tweede de salonschilderkunst uit de negentiende eeuw en daarmee samenhangend gedichten waarin Couperus bijna letterlijk ‘met woorden schildert’. Vervolgens het beeld Alba van de Friese beeldhouwer Pier Pander, dat Couperus in het gelijknamige sonnet bezong. Dan de wereld van de Arthurlegenden die hem zo boeide, en de door Italië geïnspireerde gedichten. De ‘aardse Couperus’ (Arjan Peters) komt in de ‘sonnettenroman’ Endymion aan bod. Hierin vereenzelvigt Couperus zich met een volksjongen die in de klassieke metropool Alexandrië allerlei avonturen beleeft. Dit wordt op eigentijdse wijze gevisualiseerd door een stripverhaal van de hand van Mees Arnzt, een student van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten.

De tentoonstelling wordt voorbereid en ingericht door gastconservator Frans van der Linden, medewerker van het Louis Couperus Museum, winnaar van de Couperuspenning en samensteller van het boekje O gouden, stralenshelle fantazie! Bloemlezing uit de poëzie van Louis Couperus (in de Prominentreeks van Uitgeverij Tiem, 2015).

Een nieuwe biografie van Couperus

We hebben er precies dertig jaar op moeten wachten, maar in de tweede week van november is het eindelijk zover: dan ligt er een nieuwe biografie van Louis Couperus in de boekwinkel. In 1987 zorgde de biografie van Frédéric Bastet voor een heuse Couperus-revival, die uiteindelijk de weg vrijmaakte voor de oprichting van het Louis Couperus Genootschap. Jarenlang gold deze publicatie als een standaardwerk, die als vruchtbaar uitgangspunt diende voor een bijna eindeloze stroom aan publicaties over het leven en werk van de auteur.

Dat iemand het heeft aangedurfd om uit de schaduw van Bastet te treden is spannend en lovenswaardig. Toch roept het ook een aantal vragen op. Was de biografie van Bastet echt aan vernieuwing toe? Zijn er in de tussentijd nieuwe levensfeiten aan het licht gekomen die een heel ander licht op Couperus werpen? Is onze visie op zijn werk en leven inmiddels zo veranderd dat hoog tijd werd om opnieuw de balans op te maken? We vroegen het Rémon van Gemeren, redacteur van ons tijdschrift Arabesken en auteur van de nieuwe biografie.

Lees hier het vraaggesprek, gevolgd door een voorpublicatie uit de biografie.

Arabesken nr.47 verschenen

Op 15 oktober 1917 werd Margaretha Geertruida Zelle, beter bekend als Mata Hari, in Frankrijk geëxecuteerd op verdenking van hoogverraad; zij zou tijdens de Eerste Wereldoorlog zowel voor de Fransen als voor de Duitsers hebben gespioneerd. In hoeverre dat waar is weten we nog altijd niet zeker, aangezien de dossiers pas na honderd jaar, volgend jaar dus, helemaal vrij worden gegeven. Tot het zover is, kennen we Mata Hari nog steeds voornamelijk als een gevaarlijk verleidelijke danseres met oosterse invloeden, ook al was ze een Friezin; een femme fatale zoals men dat in de negentiende eeuw graag zag. Mata Hari en Couperus hádden elkaar kunnen ontmoeten, maar of het gebeurd is, weten we niet zeker. Caroline de Westenholz, voorzitter van het Louis Couperus Museum dat dit jaar zijn twintigjarige bestaan viert, richt haar vizier op Nice, waar zij immers heeft opgetreden toen Louis en Elisabeth Couperus daar woonden.

Ook Semiramis was volgens de overlevering zo’n type vrouw. Deze figuur was gebaseerd op de historische Assyrische koningin Sammuramat uit de negende eeuw voor Christus. Zowel machtswellust als seksuele onverzadigbaarheid werd aan haar toegeschreven. Als vrouwen hun eigen weg gaan en daarin niet bescheiden zijn, krijgen ze wel vaker dergelijke kwalificaties toegedicht. Aan Semiramis wijdde Couperus een gedicht; Frans van der Linden doet uit de doeken hoe het gedicht tot stand kwam.

Rémon van Gemeren doet verslag wat er nog over is van waar Louis Couperus woonde tijdens zijn verblijven in Nice en Florence, terwijl Liesje Schreuders in een nieuwe aflevering van Couperus en de contemporaine kritiek demonstreert dat zijn critici zich ten aanzien van zijn novelle Aan den weg der vreugde weer eens van hun minst empathische kant lieten zien. Hierna zou Couperus alleen nog – naast zijn succesvolle feuilletons – historische romans schrijven, en die beslissing is – als je de recensies uit die tijd tegen het licht houdt – niet moeilijk te begrijpen.

Intussen doorstaat Couperus’ werk de tand des tijds nog uitstekend en kreeg hij in het buitenland vaker de eer die hij verdiende. Dat blijkt uit de bijdragen van Kim Andringa en Marcin Lipnicki, die ons een inkijkje gunnen in de receptie van Couperus in respectievelijk Frankrijk en Polen. Naast onze vaste rubrieken zijn er twee recensies: over de bloemlezing bezorgd door Frans van der Linden van Couperus’ gedichten en over de nieuwste studie over Couperus van Piet Kralt.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud

Tijdens de Genootschapsdag, op zondag 17 april, presenteerde Dick van Vliet zijn nieuwe boek Dienstbaar tot het einde. Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud 1923-1958. Elisabeth Couperus-Baud (1867-1960) was zonder meer de belangrijkste vrouw in het leven van Louis Couperus. Zij was zijn nichtje, echtgenote, secretaris en ten slotte weduwe, ‘dienstbaar tot het einde’. Maar wie was zij echt? Hoe heeft zij Couperus’ literaire nalatenschap beheerd en hoe klonk haar stem op papier? Dankzij deze correspondentie, die nu voor het eerst in druk verschijnt, kunnen we ons daar een beeld van vormen.

De 183 brieven uit deze periode tot aan Elisabeths overlijden geven een boeiend beeld van haar levenslange dienstbaarheid aan haar man. Zijn werk en zijn faam waren alles voor haar. Zij nam hem alle dagelijkse zorgen uit handen en gaf hem volop de gelegenheid ongestoord aan zijn romans en verhalen te werken. Na de dood van Couperus bemoeide zij zich actief met de nalatenschap van haar echtgenoot. Elisabeth onderhandelde met uitgevers en vertalers, steunde de eerste biograaf, en onderhield contact met bewonderaars en onderzoekers van Couperus.

De brieven geven niet alleen een beeld van het ‘Nachleben’ van Couperus, maar ook van de enorme inzet van de vrouw achter en naast de schrijver; een strijdbare kunstenaarsvrouw die door omstandigheden gedwongen werd haar bescheiden rol op de achtergrond te verruilen voor een positie als zaakwaarnemer van een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw.

H.T.M. van Vliet, de bezorger van deze correspondentie, is een van de meest toonaangevende onderzoekers van het leven en werk van Couperus. Hij was verantwoordelijk voor de uitgave van de Volledige Werken Louis Couperus en publiceerde daarnaast tal van artikelen en boeken over zijn werk. Deze nieuwe uitgave is een onmisbare aanvulling op zijn in 2013 verschenen editie met brieven van en aan Louis Couperus.

Dienstbaar tot het einde. Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud 1923-1958 is een uitgave van Prominent, en kost 19,90 euro. Ter gelegenheid van de verschijning van deze editie wordt op zondag 5 juni een high tea georganiseerd in Carlton Ambassador Hotel in Den Haag. Meer informatie op onze ‘zustersite’ rond1900.nl.

Couperus Museum 20 jaar: jubileumtentoonstelling

Uithangbord Louis Couperus MuseumIn 2016 viert het Louis Couperus Museum zijn twintigjarig bestaan. Dit wordt gevierd met de jubileumtentoonstelling ‘Van ZERO tot kleine zielen’.

Bezoekers vragen zich dikwijls af of Couperus ook daadwerkelijk gewoond heeft in het huis waar het schrijversmuseum nu twintig jaar is gevestigd. Als deze vraag vervolgens ontkennend wordt beantwoord, dan is de vraag vaak: waarom koos het museum dan domicilie aan de Javastraat? Dit leidde tot het idee om een expositie te organiseren over de geschiedenis van het huis.

In de jaren zestig was er een galerie voor moderne kunst gevestigd. Internationale Galerij Orez (1960-1971) was een avantgardistische galerie die gespecialiseerd was in de abstracte kunst van die periode. ‘Orez’ was het omgekeerde van ZERO, een Duitse stroming die eigenlijk nu pas internationaal naar volle waarde geschat wordt. Orez had het alleenrecht op de vertoning van werken van de Nederlandse variant van die stroming, de Nul-groep, bestaande uit Armando, Henk Peeters, Jan Henderikse en Jan Schoonhoven, maar ook van kunstenaars zoals de nu wereldberoemde Yayoi Kusama. Zij baarde in 1965 opzien door de ‘seksobsessies’ die zij in Orez exposeerde. De galerie werd geleid door Albert Vogel en Leo Verboon.

De band tussen de galerie en het Louis Couperus Museum wordt in eerste instantie gevormd door de figuur van Albert Vogel, voordrachtskunstenaar, biograaf van Couperus en galeriehouder. Maar wat Louis Couperus en de ZERO-kunstenaars ook onderling verbindt is het feit dat het werk van de schrijver in zijn tijd eveneens als avantgardistisch gold.  Het is nu moeilijk ons voor te stellen dat de boeken van Louis Couperus omstreeks 1900 even zedenloos gevonden werden als de erotische kunst van Yayoi Kusama in 1965. ‘Sommige zijner boeken behoren tot de pornografische lectuur,’ schreef pater A.B.H. Gielen S.J. in 1917.

Zo bezien is er een onverwachte lijn te bespeuren in de historie van Javastraat 17. Zowel de galerie als het museum heeft onderdak geboden aan avantgardisten, elk op hun eigen terrein. De tentoonstelling en begeleidende publicatie besteden aandacht aan beide aspecten. De voorkamer is gewijd aan Louis Couperus, met nadruk op zijn romancyclus De boeken der kleine zielen. De achterkamer van het museum brengt u terug in de tijd naar de roerige jaren zestig van de vorige eeuw.

De tentoonstelling wordt op vrijdag 1 april geopend door auteur K. Schippers. ‘Van ZERO tot kleine zielen’ is vanaf 2 april tot en met 9 oktober te bezichtigen.

Genootschapsdag 2016

De jaarlijkse dag voor de donateurs het Louis Couperus Genootschap vindt plaats op zondag 17 april in de Paleiskerk, Paleisstraat 8, in Den Haag.

Wij hebben weer een gevarieerd programma voor u opgesteld. De sprekers zijn bereid hun boeken te signeren in de pauze of na afloop van het programma. Zoals u gewend bent is antiquariaat Fokas Holthuis aanwezig met een mooie selectie Couperus-uitgaven. Ook het Genootschap zelf verkoopt Couperus Cahiers en Arabesken. Het is dus handig om voldoende contact geld mee te nemen.

Helaas is het parkeren in de Haagse binnenstad niet eenvoudig. Op zondagmiddag geldt betaald parkeren. In de nabijheid van de Paleiskerk bevinden zich twee parkeergarages, namelijk de Parkstraatgarage en Parkeergarage Noordeinde. Komt u met de trein naar Den Haag? Dan kunt u vanaf Den Haag CS tram 16 of 17 (halte Buitenhof) of bus 22 of 24 (halte Kneuterdijk) nemen. Vanaf Den Haag HS kunt u naar de Paleiskerk reizen met tram 1 (halte Kneuterdijk) en tram 16 of 17 (halte Buitenhof). De haltes zijn op enkele minuten loopafstand van de Paleiskerk.

Programma

  • 13.30 – 14.00 uur: ontvangst
  • 14.00 – 14.15 uur: welkomstwoord
  • 14.15 – 15.00 uur: lezing ‘Drie Hagenaars en één Amsterdammer in het literaire leven van Louis Couperus’ door Frans van der Linden, vrijwilliger van het Louis Couperus Museum
  • 15.00 – 15.20 uur: pauze
  • 15.20 – 15.50 uur: presentatie (met als invalshoek Louis Couperus) van Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945 door Jacqueline Bel, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam
  • 15.50 – 16.30 uur: voordracht ‘Couperus: van Nutteloozen Toeschouwer tot Voordrachtskunstenaar’ en een ander verhaal van Couperus door Anita Poolman, begeleiding aan de vleugel door Romanita Santoso
  • 16.30 – 16.40 uur: afsluiting
  • 16.40 – 17.30 uur: borrel

Aanmelden
De entreeprijs bedraagt 19,50 euro voor donateurs en doza’s, en 24,50 euro voor introducees. U kunt zich aanmelden door het verschuldigde bedrag over te maken op rekening NL10 INGB 0000 6003 67 t.n.v. stichting Louis Couperus Genootschap te Den Haag, onder vermelding van ‘Genootschapsdag 2016’. Wij adviseren dringend om u tijdig (vóór 31 maart) aan te melden. Wij reserveren de plaatsen in volgorde van betaling. U ontvangt geen bevestiging van uw betaling; wij zetten u direct op de reserveringslijst.

Arabesken nr.46 verschenen

Het afgelopen jaar werden we getrakteerd op maar liefst twee grote theaterproducties naar aanleiding van Couperus’ werk. Het is dan ook niets anders dan logisch dat het decembernummer van Arabesken voor een groot deel in het teken staat van Couperus en het toneel.

Zo zijn er vraaggesprekken met Ivo van Hove en Peter van Kraaij, respectievelijk de regisseur en de dramaturg/scriptschrijver van De stille kracht; naar aanleiding van de toneelbewerking van Eline Vere spraken we met Ger Thijs (script en regie) en Hanne Arendzen, die de gelijknamige heldin speelt in het stuk. Van beide voorstellingen zijn ook uitgebreide recensies in dit nummer opgenomen.

Ook de film Eline Vere uit 1991 komt nog eens aan bod. Jan Oosterholt laat aan de hand van deze verfilming zien hoe men in verschillende tijden op een geheel eigen manier tegen romanpersonages aankijkt. Dezelfde roman is het uitgangspunt voor het derde vraaggesprek in deze Arabesken, namelijk met Yra van Dijk, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Mondiaal Perspectief aan de Universiteit Leiden, die voorstelt Eline Vere eens te lezen als nieuwemediaroman. Voortdurend zet Couperus een scherm tussen Eline en de wereld om haar heen. Zij verliest zich in schijnwerkelijkheden. Wat is de rol van de toenmalige nieuwe media daarin?, zo vraagt Van Dijk zich af.

Verder zijn er, onder veel meer, bijdragen over Couperus en het Rusland van rond 1900, over Couperus en Bordewijk, en komt Daan Sleiffer nog eens terug op de kwestie van het residentiehuis waar Couperus ooit De stille kracht schreef. Valt dat huis nu dan toch te lokaliseren? En staat het überhaupt nog overeind?

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Een avondje Couperus in de stadsschouwburg

Image3De komende seizoenen brengt Toneelgroep Amsterdam maar liefst drie romans van Louis Couperus op de planken. Ter gelegenheid hiervan praat gastheer Lex Bohlmeijer op maandag 7 december in de Stadsschouwburg Amsterdam een avond lang met Bas Heijne, Ian Buruma en Reggie Baay over het werk van Couperus.

Bas Heijne, die in 2013 de Couperuspenning ontving, plaatst het werk van Couperus in de context van de huidige tijd en laat zien dat zijn thema’s als ontworteling en vervreemding nog steeds herkenbaar zijn. Ian Buruma spreekt over de Europese koloniale literatuur ten tijde van Couperus: hoe keken andere Europese schrijvers – zoals E.M. Forster in A Passage to India – toentertijd naar Azië? Reggie Baay laat zijn licht schijnen op het Nederlandse ‘kolonisatiemodel’, dat ervoor zorgde dat de afstand en het onbegrip tussen kolonialen en gekoloniseerden in Nederlands-Indië rond 1900 zó onoverbrugbaar werd, dat vroeg of laat een dramatische ontknoping onvermijdelijk was.

Tussendoor vertolken de acteurs Aus Greidanus jr., Maria Kraakman, Dewi Reijs en Barry Emond enkele scènes uit De stille kracht.

Meer informatie op tga.nl, de website van Toneelgroep Amsterdam. Toegangsbewijzen à 18 euro zijn hier te bestellen.

 

Nieuwsarchief

Foto van de dag

Couperuspenning