Arabesken nr.49 verschenen

Verleden jaar verscheen de meest uitgebreide biografie die ooit over Louis Couperus is geschreven. Deze titanenklus van neerlandicus Rémon van Gemeren kreeg zowel kritiek als lof toegezwaaid, maar er klonk unaniem bewondering, zo blijkt als het uitgebreide recensie-overzicht dat de redactie van Arabesken voor dit nummer samenstelde. Reden genoeg voor redacteur Liesje Schreuders om eens uitgebreid en kritisch van gedachten te wisselen met de biograaf over zijn beweegredenen, uitgangspunten en visie die ten grondslag liggen aan dit ambitieuze project.

Verder, onder meer, in dit nummer van Arabesken: de bijzondere stijl – de zogenaamde ‘ik-procédé’ – die Couperus hanteert in zijn mythologische roman Dionyzos, Couperus’ eigenzinnige bewerking van de komedies van Plautus, een vraaggesprek met Koen Tachelet over zijn toneelbewerking van De boeken der kleine zielen die later dit jaar door Toneelgroep Amsterdam op de planken wordt gebracht, een tot nu toe onbekende versie van een bekende foto van Couperus én een nooit eerder gepubliceerde foto van Couperus’ tante, op wie de romanfiguur Léonie zou zijn gebaseerd.

En dan zijn er nog de vaste rubrieken zoals de nieuwsbrief van het Louis Couperus Museum, Van en over Couperus en anderen, Korte Arabesken en informatie over de activiteiten van Louis Couperus Genootschap.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Tentoonstelling: ‘De Oriënt verkend’

Vanaf 21 mei 2017 is in het Louis Couperus Museum de tentoonstelling ‘De Oriënt verkend. Op reis met Louis Couperus en Marius Bauer’ te zien.

Louis Couperus en beeldend kunstenaar Marius Bauer woonden allebei lange tijd in Den Haag, maar kwamen elkaar daar nooit tegen. Toch waren zij zielsverwanten: zij smachtten beiden naar de pracht en praal van het betoverende Oosten, de sprookjeswereld van Duizend-en-één-nacht. Ter gelegenheid van de honderdvijftigste geboortedag van Marius Bauer organiseert het Louis Couperus Museum in Den Haag alsnog een adembenemende ontmoeting.

Marius Bauer (1867-1932) werd al in zijn eigen tijd gezien als een formidabel kunstenaar. Op zijn reizen door India, Egypte, Turkije, Rusland, Noord-Afrika en Palestina maakte hij vele schetsen en tekeningen. Die werkte hij thuis uit tot oriëntaalse olieverfschilderijen, etsen en aquarellen die bij het publiek zeer in de smaak vielen. Drie keer bezocht Bauer Algerije, de laatste twee keren begin jaren twintig. Rond diezelfde tijd heeft Louis Couperus ook in Algerije een half jaar rondgereisd. Hij schreef over de Franse kolonie eenentwintig reisbrieven, die in het weekblad Haagsche Post (en later in boekvorm) zijn verschenen. Net als Bauer zag hij in Algerije veel van zijn oosterse dromen terug. Maar was zijn droom ook bestand tegen de harde realiteit?

Op de tentoonstelling volgen we de reizigers Couperus en Bauer aan de hand van manuscripten, unieke reisdocumenten en oude foto’s, afgewisseld met schetsen, aquarellen en schilderijen van Marius Bauer. In de vitrines liggen ook reisverslagen van tijdgenoten, oude reisgidsen, ansichtkaarten, sieraden en andere kostbare voorwerpen uit de Oriënt, uit zowel museale als particuliere collecties.

De tentoonstelling werd samengesteld door José Buschman en Willemien de Vlieger-Moll. Bij de tentoonstelling verschijnt het boek Couperus in de Oriënt van José Buschman, een uitgave van Bas Lubberhuizen.

‘Villa Minta’ van Couperus te koop

Voor iets meer dan een miljoen euro kunt u de nieuwe eigenaar worden van het huis in Hilversum waar Couperus vanaf september 1891 een jaar heeft gewoond. Hij betrok het huis samen met Elisabeth vlak na hun huwelijk. Hij voltooide in ‘Villa Minta’ (gelegen aan de Roeltjesweg; later omgedoopt tot Couperusweg) onder andere zijn roman Extaze.

Frédéric Bastet schrijft in zijn biografie over dit huis:

Een erg solide huis was het niet. Henri van Booven schreef destijds, dat toen ‘op een stormnacht een groote hoeveelheid dakpannen van de woning waren afgerukt, en het hemelwater vrijelijk naar binnen stroomde, werd belsoten om een hotel te Hilversum op te zoeken. Door den kletterenden regen begaf het jonge paar zich naar Het Hof van Holland. Als meest waardevolle dingen uit het huis nam Couperus daarheen het handschrift van Extaze mee, terwijl Elisabeth het geldkistje droeg. Later, in de woning teruggekeerd, bleek de schade niet zoo heel erg, en kort daarop in october, werd het laatste woord van Extaze geschreven.’

Na een jaar in Hilversum te hebben gewoond kreeg Couperus alweer genoeg van het rustige buitenleven, en nam hij zijn intrek in een pension in zijn geboortestad Den Haag.

BNR meldt dat de de huidige bewoonster, televisiepresentatrice Karin de Groot, al voordat ze daar kwam wonen een groot fan van Couperus was. Ze was desondanks helemaal niet van plan het huis te kopen, maar toen ze eenmaal de tuin zag, was ze verkocht.

De tuin lijkt op een ommuurde binnenplaats van een restaurant, maar dan midden in een woonwijk. De Groot: ‘Hij beschreef in zijn literatuur hoe hij vanuit het raam de hei, herders en schapen zag, daar moet ik vaak aan denken als ik hier zit.’

Nieuw Cahier: Couperus in het onderwijs

Op zondag 2 april, tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van het Louis Couperus Genootschap, werd een nieuw Couperus Cahier gepresenteerd.

In dit cahier beschrijft Ton van Kalmthout de manier waarop in verschillende schoolboeken uit de periode 1890-1990 Couperus en zijn werk in het voortgezet onderwijs werden gepresenteerd en onderwezen. Daaruit blijkt dat Couperus al snel tot de canon werd gerekend. De vragen die Van Kalmthout in dit cahier opwerpt zijn onder meer: welke rol speelde het onderwijs hierin? Hoe kwam dat in de verschillende schoolboeken tot uiting? Welke constanten en variabelen laten die schoolboeken zien?

Ton van Kalmthout is als senior-onderzoeker verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Daar doet hij onderzoek naar de verspreiding en receptie van literatuur in de negentiende en twintigste eeuw.

In de reeks Couperus Cahiers, een uitgave van het Louis Couperus Genootschap, wordt telkens een bepaald aspect van het leven of werk van Couperus uitvoerig belicht. Er zijn inmiddels vijftien Cahiers verschenen. Als u deze uitgave, of één van de eerder verschenen Cahiers wilt bestellen, maak dan gebruik van het online bestelformulier.

Een uitgebreid overzicht van eerder verschenen uitgaven vindt u hier.

Genootschapsdag 2017: ‘Couperus en toneel’

De jaarlijkse dag voor de donateurs het Louis Couperus Genootschap vindt plaats op zaterdag 1 april, wederom in de Paleiskerk, Paleisstraat 8, in Den Haag. Het thema van dit jaar is ‘Couperus’ romans in bewerking voor toneel’.

Toneelgroep Amsterdam speelde dit jaar Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan…  in de bewerking van Koen Tachelet. Ook Ger Thijs heeft verschillende bewerkingen van Couperus’ romans op zijn naam staan. In zijn laatste bewerking van Van oude menschen… uit 2008 bracht hij de handelingen van enkele maanden terug tot één nacht, en liet hij de oude dame geheel buiten beeld. Zowel Koen Tachelet als Ger Thijs geeft u op deze dag een kijkje in de wereld van hun bewerkingen en welke overwegingen daarbij een rol spelen.

Programma

  • 13.00 – 13.30 uur: ontvangst met koffie en thee
  • 13.30 – 13.45 uur: welkomstwoord door voorzitter Annebeth Simonsz
  • 14.00 – 14.30 uur: toneelschrijver Ger Thijs spreekt over zijn verschillende bewerkingen van Couperus’ romans
  • 14.30 – 14.50 uur: actrice Hanne Arendzen over haar rol Eline Vere (2016)
  • 14.50 – 15.15 uur: pauze
  • 15.15 – 15.35 uur:  toneelschrijver Koen Tachelet over zijn bewerking van Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… voor Toneelgroep Amsterdam
  • 15.35 – 16.05 uur: paneldiscussie onder leiding van Hester Meuleman over toneelbewerkingen van Couperus’ werk: de do’s en don’ts
  • 16.05 – 17:00 uur: afsluiting en borrel

Aanmelden

De entreeprijs bedraagt 24,50 euro per persoon (donateurs en doza’s van het Louis Couperus Genootschap en amices van het Louis Couperus Museum betalen 19,50 euro per persoon), inclusief alle consumpties. U kunt zich aanmelden door het verschuldigde bedrag over te maken op rekening NL10INGB0000600367 t.n.v. Stichting Louis Couperus Genootschap te Den Haag, onder vermelding van ‘Genootschapsdag 2017’ en uw naam als die niet overeenkomt met de naam van de rekeninghouder. Wij adviseren u dringend om u tijdig, maar in ieder geval vóór 25 maart aan te melden. Wij reserveren de plaatsen in volgorde van betaling. U ontvangt geen bevestiging van uw betaling, wij zetten u direct op de reserveringslijst.

Voor de verzamelaars

Zoals u gewend bent is antiquariaat Fokas Holthuis aanwezig met een mooie selectie uitgaven van en over Couperus’ werk. Ook het Genootschap zelf verkoopt Couperus Cahiers en Arabesken. Neemt u voldoende contant geld mee?

Datum, tijd en locatie

Zaterdag 1 april, 13:00 – 17:00 uur,  in de Paleiskerk, Paleisstraat 8, Den Haag

Vervoer

Parkeren in de Haagse binnenstad is helaas niet eenvoudig. Op zaterdag geldt de hele dag betaald parkeren. U kunt gebruik maken van de Pleingarage. Komt u met de trein naar Den Haag? Dan kunt u vanaf Den Haag CS tram 16 of 17 (halte  Buitenhof) of bus 22 of 24 (halte Kneuterdijk) nemen. Vanaf Den Haag HS kunt u naar de Paleiskerk reizen met tram 1 (halte Kneuterdijk) en tram 16 of 17 (halte Buitenhof). De haltes zijn op enkele minuten loopafstand van de Paleiskerk (de Paleisstraat begint tegenover Paleis Noordeinde).

Arabesken nr.48 verschenen

De laatste tijd is er veel aandacht in Arabesken geweest voor vertalingen van Couperus’ werk. We zetten de reeks voort met een bijdrage van Wilken Engelbrecht en Zuzana Vaidová over de belangstelling voor Couperus in Tsjechië. En natuurlijk is er aandacht voor het twintigjarige jubileum van het Louis Couperus Museum. Oprichter en voorzitter Caroline de Westenholz en manager Jeannette van Bennekom-Jørgensen vertellen in een vraaggesprek met hoofdredacteur Hester Meuleman over de geschiedenis en toekomst van het museum.

Elisabeth Leijnse, die reeds twee prijzen won met haar dubbelbiografie over de feministische schrijfster Cécile de Jong van Beek en Donk en haar zuster Elsa, treedt in dit nummer in discussie met Maarten Klein over de vermeende connectie tussen Cécile en de hoofdpersoon uit Langs lijnen van geleidelijkheid, Cornélie de Retz van Loo.

Verder buigt Evert Paul Veltkamp zich over de vriendschap tussen Louis en Elisabeth Couperus en het echtpaar Soulier in Rome, en komt met verrassende biografische informatie.

Onze serie ‘Couperus en de contemporaine kritiek’ is aanbeland bij aflevering nummer tien, en is gewijd aan de bundel Nippon. De bundel kwam pas postuum tot stand waardoor veel recensenten voor een lastige keuze kwamen te staan: moesten ze Couperus bekritiseren op zijn onjuiste beschrijvingen en strenge beoordeling van de Japanners, of moesten ze de overleden schrijver juist prijzen om zijn literaire nalatenschap? Dit dilemma resulteerde in een handvol zeer gemengde kritieken.

Naast de vaste rubrieken zijn er twee recensies: over het boekje Hypnose in de Nederlandse literatuur. Het magnetisme van Louis Couperus van Johan W. Eland, en over de toneelbewerking van Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… door Toneelgroep Amsterdam.

En tot slot: heeft kersverse Couperusbiograaf Rémon van Gemeren nu eindelijk het mysterie ontrafeld rond het huis in Pasuruan, waar Couperus De stille kracht schreef?

U leest het in Arabesken, het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap. Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Recensie: Couperus, een leven

Zelden heb ik een volumineus boek van ruim 900 pagina’s met meer nieuwsgierigheid gelezen. Nieuwsgierig natuurlijk naar nieuwe inzichten en mogelijke ontdekkingen. Het is immers alweer bijna dertig jaar geleden dat de ‘dikke Bastet’ verscheen, tot nu toe de biografie die in bijna alle publicaties als referentiekader heeft gediend wanneer het ging om Couperus’ leven en werk. Wat zou Van Gemeren daaraan kunnen toevoegen?

Een ambitieuze onderneming dus. En een die de verplichting had dertig jaar onderzoek te verwerken. Daarin is Rémon van Gemeren glansrijk geslaagd. Het notenapparaat, waarin hij bovendien de discussie niet uit de weg gaat, is dermate uitgebreid en grondig dat zijn boek een betrouwbare bron is geworden voor het verdere Couperusonderzoek. Alle lof daarvoor!

Een biograaf van Louis Couperus zal altijd rekening moeten houden met het feit dat levensbijzonderheden van de schrijver nu eenmaal beperkt zijn. Wat er in de loop der tijden daaraan is opgedoken, is intussen gedocumenteerd. De biograaf zal dan ook hooguit de bekende gegevens kunnen gebruiken in het kader van de visie die hij op de schrijver heeft. En die visie heeft Van Gemeren wel degelijk. Zo tracht hij verder tot Couperus door te dringen door maatschappelijke ontwikkelingen tijdens diens leven in verband te brengen met zijn oeuvre. Daarin gaat de auteur wel eens te ver, maar voor zover hij het werk van de schrijver daarmee in een literair kader kan plaatsen heeft het zin.

Echter, of Couperus nu wel of niet een dandy was of vermoedens met betrekking tot zijn seksuele leven zijn onderwerpen in de biografie die er wat mij betreft niet toe doen. Dat in zijn werk homoseksualiteit een belangrijke rol speelt, wil nog niet zeggen dat ik wil weten of hij wel of niet aan soloseks deed.

Indringende analyses
Afgezien van dergelijke trivialiteiten biedt het boek indringende analyses van het werk Couperus en dat lijkt me terecht voor een schrijver die over zichzelf beweerde: U vindt alles in mijn boeken. Maar dan ook: ik ben een leugenaar. De ondertitel van het boek luidt ‘een leven’ en niet ‘zijn leven’, en dat geeft goed aan wat het boek beoogt te zijn: een speurtocht naar een leven in de literatuur.

Couperus is een auteur die wat hij schreef niet doorleefde maar er zich in inleefde, beweert Van Gemeren op p.104. Een rake observering, die nog maar eens bevestigt dat de fantasie, de illusie, voor Couperus van veel groter belang was dan de hem omringende realiteit. Het is en blijft nu eenmaal een gegeven dat Couperus zijn persoonlijk leven zoveel mogelijk wilde maskeren. Hij leefde in zijn werk en daarmee moeten we het grotendeels doen.

Probleem daarbij is dat schijnbaar quasi-autobiografische teksten als Metamorfoze en de Orlando-verhalen de verleiding meebrengen ze als kennisbron over zijn leven te beschouwen. Van Gemeren voert Hugo Aylva bewust op als de dubbelganger van Couperus, waarmee hij  zich op glad ijs begeeft, terwijl hij aan de andere kant Gigi en Orlando als min of meer fictieve personen behandelt. Maar wat moet je ook met de maskerade die Couperus opvoert? Je kunt er niet aan voorbijgaan en je moet je afvragen wat die maskers te betekenen hebben. En dat doet Van Gemeren.

De gelukkige fatalist
Zonder vooringenomenheid met betrekking tot minder populaire, ja voor de huidige lezer zelfs onverteerbare teksten, heeft de biograaf het hele oeuvre van de schrijver in zijn biografie betrokken. Daarbij zijn voor hem schoonheid, illusie en fatalisme kernbegrippen in het werk van Louis Couperus.

Schoonheid, zo beweert Van Gemeren op p.560, was zonder meer het belangrijkste elixer in zijn bestaan, binnen en buiten het schrijven. In de woorden van Couperus zelf: ‘Maakt iets van schoonheid  ons vreugdevol en enthousiast, dan hebben wij daarna weêr meer kracht te lijden op het rooster met het kleine stadige hellevuur dat ons dagelijksch bestaan is.’ (Citaat op p.236.)

Illusie was voor Couperus een levensbehoefte. Op p.584 zegt Van Gemeren: ‘Aldoor wilde hij greep hebben op een werkelijkheid die noodzakelijkerwijs een zelf geschapen wereld was, om een beter alternatief te hebben voor, en tevens het hoofd te bieden aan, de alledaagse werkelijkheid waarin hij leefde…’

Het fatalisme, de derde poot onder het werk van Couperus, verwoordt de biograaf op p.597 als volgt: ‘Het is waar al het werk van Couperus over gaat: de mens die gebukt gaat onder zijn onvermijdelijke onvervuldheid, maar toch, hooguit kortstondig, dromen en genieten mag, de mens die veel verlangt en, hoewel niet weinig, veel minder vinden kan, stomweg omdat dat bij het leven hoort.’

Nadat ik het boek van Rémon van Gemeren van kaft tot kaft gelezen had, moest ik eerst even op adem komen, onder de indruk van de enorme berg werk die hij verzet heeft. Het ontzag daarvoor leidt als vanzelf naar Couperus zelf, de meest levende onder de dode schrijvers, de gelukkige fatalist, wiens werk niet nalaat nieuwe generaties te boeien. Daaraan heeft Rémon van Gemeren een wezenlijke bijdrage geleverd.

Rémon van Gemeren, Couperus, een leven. Prometheus, Amsterdam, 2016; 39,95 euro; ISBN: 9789035140882.

Tentoonstelling: ‘Schilderen met woorden’

Vanaf vandaag is in het Louis Couperus Museum de tentoonstelling ‘Schilderen met woorden. Een nieuwe kijk op de poëzie van Louis Couperus’ te bezoeken.

Gedurende een groot deel van zijn leven (om precies te zijn 25 jaar) heeft Couperus poëzie geschreven. Tot nu toe is er weinig aandacht geschonken aan dit onderwerp. Deze winter visualiseert het museum de dichtkunst van de Haagse schrijver door middel van afbeeldingen en beeldhouwwerk waardoor de schrijver was geïnspireerd.

Aan de wanden worden representatieve gedichten, of citaten daaruit, groot weergegeven, afgedrukt op textiel. Bij elk fragment wordt een afbeelding getoond die inhoudelijk in verband staat met het gedicht. Reproducties van schilderijen – in een enkel geval zelfs een beeldhouwwerk – hebben Couperus soms regelrecht tot voorbeeld gediend. Ook de doorwerking van zijn poëzie in zijn proza komt aan bod. Op de televisiemonitor is een voordracht van zijn dichtkunst door acteur Joop Keesmaat te zien en te horen.

De expositie is gecentreerd rond vijf thema’s uit Couperus’ poëzie. Allereerst de figuur van Petrarca die hem de Laura-cyclus in gaf. Ten tweede de salonschilderkunst uit de negentiende eeuw en daarmee samenhangend gedichten waarin Couperus bijna letterlijk ‘met woorden schildert’. Vervolgens het beeld Alba van de Friese beeldhouwer Pier Pander, dat Couperus in het gelijknamige sonnet bezong. Dan de wereld van de Arthurlegenden die hem zo boeide, en de door Italië geïnspireerde gedichten. De ‘aardse Couperus’ (Arjan Peters) komt in de ‘sonnettenroman’ Endymion aan bod. Hierin vereenzelvigt Couperus zich met een volksjongen die in de klassieke metropool Alexandrië allerlei avonturen beleeft. Dit wordt op eigentijdse wijze gevisualiseerd door een stripverhaal van de hand van Mees Arnzt, een student van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten.

De tentoonstelling wordt voorbereid en ingericht door gastconservator Frans van der Linden, medewerker van het Louis Couperus Museum, winnaar van de Couperuspenning en samensteller van het boekje O gouden, stralenshelle fantazie! Bloemlezing uit de poëzie van Louis Couperus (in de Prominentreeks van Uitgeverij Tiem, 2015).

Een nieuwe biografie van Couperus

We hebben er precies dertig jaar op moeten wachten, maar in de tweede week van november is het eindelijk zover: dan ligt er een nieuwe biografie van Louis Couperus in de boekwinkel. In 1987 zorgde de biografie van Frédéric Bastet voor een heuse Couperus-revival, die uiteindelijk de weg vrijmaakte voor de oprichting van het Louis Couperus Genootschap. Jarenlang gold deze publicatie als een standaardwerk, die als vruchtbaar uitgangspunt diende voor een bijna eindeloze stroom aan publicaties over het leven en werk van de auteur.

Dat iemand het heeft aangedurfd om uit de schaduw van Bastet te treden is spannend en lovenswaardig. Toch roept het ook een aantal vragen op. Was de biografie van Bastet echt aan vernieuwing toe? Zijn er in de tussentijd nieuwe levensfeiten aan het licht gekomen die een heel ander licht op Couperus werpen? Is onze visie op zijn werk en leven inmiddels zo veranderd dat hoog tijd werd om opnieuw de balans op te maken? We vroegen het Rémon van Gemeren, redacteur van ons tijdschrift Arabesken en auteur van de nieuwe biografie.

Lees hier het vraaggesprek, gevolgd door een voorpublicatie uit de biografie.

Arabesken nr.47 verschenen

Op 15 oktober 1917 werd Margaretha Geertruida Zelle, beter bekend als Mata Hari, in Frankrijk geëxecuteerd op verdenking van hoogverraad; zij zou tijdens de Eerste Wereldoorlog zowel voor de Fransen als voor de Duitsers hebben gespioneerd. In hoeverre dat waar is weten we nog altijd niet zeker, aangezien de dossiers pas na honderd jaar, volgend jaar dus, helemaal vrij worden gegeven. Tot het zover is, kennen we Mata Hari nog steeds voornamelijk als een gevaarlijk verleidelijke danseres met oosterse invloeden, ook al was ze een Friezin; een femme fatale zoals men dat in de negentiende eeuw graag zag. Mata Hari en Couperus hádden elkaar kunnen ontmoeten, maar of het gebeurd is, weten we niet zeker. Caroline de Westenholz, voorzitter van het Louis Couperus Museum dat dit jaar zijn twintigjarige bestaan viert, richt haar vizier op Nice, waar zij immers heeft opgetreden toen Louis en Elisabeth Couperus daar woonden.

Ook Semiramis was volgens de overlevering zo’n type vrouw. Deze figuur was gebaseerd op de historische Assyrische koningin Sammuramat uit de negende eeuw voor Christus. Zowel machtswellust als seksuele onverzadigbaarheid werd aan haar toegeschreven. Als vrouwen hun eigen weg gaan en daarin niet bescheiden zijn, krijgen ze wel vaker dergelijke kwalificaties toegedicht. Aan Semiramis wijdde Couperus een gedicht; Frans van der Linden doet uit de doeken hoe het gedicht tot stand kwam.

Rémon van Gemeren doet verslag wat er nog over is van waar Louis Couperus woonde tijdens zijn verblijven in Nice en Florence, terwijl Liesje Schreuders in een nieuwe aflevering van Couperus en de contemporaine kritiek demonstreert dat zijn critici zich ten aanzien van zijn novelle Aan den weg der vreugde weer eens van hun minst empathische kant lieten zien. Hierna zou Couperus alleen nog – naast zijn succesvolle feuilletons – historische romans schrijven, en die beslissing is – als je de recensies uit die tijd tegen het licht houdt – niet moeilijk te begrijpen.

Intussen doorstaat Couperus’ werk de tand des tijds nog uitstekend en kreeg hij in het buitenland vaker de eer die hij verdiende. Dat blijkt uit de bijdragen van Kim Andringa en Marcin Lipnicki, die ons een inkijkje gunnen in de receptie van Couperus in respectievelijk Frankrijk en Polen. Naast onze vaste rubrieken zijn er twee recensies: over de bloemlezing bezorgd door Frans van der Linden van Couperus’ gedichten en over de nieuwste studie over Couperus van Piet Kralt.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Nieuwsarchief

Foto van de dag

Paspoort Couperus en Elisabeth