Arabesken nr.47 verschenen

Op 15 oktober 1917 werd Margaretha Geertruida Zelle, beter bekend als Mata Hari, in Frankrijk geëxecuteerd op verdenking van hoogverraad; zij zou tijdens de Eerste Wereldoorlog zowel voor de Fransen als voor de Duitsers hebben gespioneerd. In hoeverre dat waar is weten we nog altijd niet zeker, aangezien de dossiers pas na honderd jaar, volgend jaar dus, helemaal vrij worden gegeven. Tot het zover is, kennen we Mata Hari nog steeds voornamelijk als een gevaarlijk verleidelijke danseres met oosterse invloeden, ook al was ze een Friezin; een femme fatale zoals men dat in de negentiende eeuw graag zag. Mata Hari en Couperus hádden elkaar kunnen ontmoeten, maar of het gebeurd is, weten we niet zeker. Caroline de Westenholz, voorzitter van het Louis Couperus Museum dat dit jaar zijn twintigjarige bestaan viert, richt haar vizier op Nice, waar zij immers heeft opgetreden toen Louis en Elisabeth Couperus daar woonden.

Ook Semiramis was volgens de overlevering zo’n type vrouw. Deze figuur was gebaseerd op de historische Assyrische koningin Sammuramat uit de negende eeuw voor Christus. Zowel machtswellust als seksuele onverzadigbaarheid werd aan haar toegeschreven. Als vrouwen hun eigen weg gaan en daarin niet bescheiden zijn, krijgen ze wel vaker dergelijke kwalificaties toegedicht. Aan Semiramis wijdde Couperus een gedicht; Frans van der Linden doet uit de doeken hoe het gedicht tot stand kwam.

Rémon van Gemeren doet verslag wat er nog over is van waar Louis Couperus woonde tijdens zijn verblijven in Nice en Florence, terwijl Liesje Schreuders in een nieuwe aflevering van Couperus en de contemporaine kritiek demonstreert dat zijn critici zich ten aanzien van zijn novelle Aan den weg der vreugde weer eens van hun minst empathische kant lieten zien. Hierna zou Couperus alleen nog – naast zijn succesvolle feuilletons – historische romans schrijven, en die beslissing is – als je de recensies uit die tijd tegen het licht houdt – niet moeilijk te begrijpen.

Intussen doorstaat Couperus’ werk de tand des tijds nog uitstekend en kreeg hij in het buitenland vaker de eer die hij verdiende. Dat blijkt uit de bijdragen van Kim Andringa en Marcin Lipnicki, die ons een inkijkje gunnen in de receptie van Couperus in respectievelijk Frankrijk en Polen. Naast onze vaste rubrieken zijn er twee recensies: over de bloemlezing bezorgd door Frans van der Linden van Couperus’ gedichten en over de nieuwste studie over Couperus van Piet Kralt.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud

Tijdens de Genootschapsdag, op zondag 17 april, presenteerde Dick van Vliet zijn nieuwe boek Dienstbaar tot het einde. Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud 1923-1958. Elisabeth Couperus-Baud (1867-1960) was zonder meer de belangrijkste vrouw in het leven van Louis Couperus. Zij was zijn nichtje, echtgenote, secretaris en ten slotte weduwe, ‘dienstbaar tot het einde’. Maar wie was zij echt? Hoe heeft zij Couperus’ literaire nalatenschap beheerd en hoe klonk haar stem op papier? Dankzij deze correspondentie, die nu voor het eerst in druk verschijnt, kunnen we ons daar een beeld van vormen.

De 183 brieven uit deze periode tot aan Elisabeths overlijden geven een boeiend beeld van haar levenslange dienstbaarheid aan haar man. Zijn werk en zijn faam waren alles voor haar. Zij nam hem alle dagelijkse zorgen uit handen en gaf hem volop de gelegenheid ongestoord aan zijn romans en verhalen te werken. Na de dood van Couperus bemoeide zij zich actief met de nalatenschap van haar echtgenoot. Elisabeth onderhandelde met uitgevers en vertalers, steunde de eerste biograaf, en onderhield contact met bewonderaars en onderzoekers van Couperus.

De brieven geven niet alleen een beeld van het ‘Nachleben’ van Couperus, maar ook van de enorme inzet van de vrouw achter en naast de schrijver; een strijdbare kunstenaarsvrouw die door omstandigheden gedwongen werd haar bescheiden rol op de achtergrond te verruilen voor een positie als zaakwaarnemer van een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw.

H.T.M. van Vliet, de bezorger van deze correspondentie, is een van de meest toonaangevende onderzoekers van het leven en werk van Couperus. Hij was verantwoordelijk voor de uitgave van de Volledige Werken Louis Couperus en publiceerde daarnaast tal van artikelen en boeken over zijn werk. Deze nieuwe uitgave is een onmisbare aanvulling op zijn in 2013 verschenen editie met brieven van en aan Louis Couperus.

Dienstbaar tot het einde. Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud 1923-1958 is een uitgave van Prominent, en kost 19,90 euro. Ter gelegenheid van de verschijning van deze editie wordt op zondag 5 juni een high tea georganiseerd in Carlton Ambassador Hotel in Den Haag. Meer informatie op onze ‘zustersite’ rond1900.nl.

Couperus Museum 20 jaar: jubileumtentoonstelling

Uithangbord Louis Couperus MuseumIn 2016 viert het Louis Couperus Museum zijn twintigjarig bestaan. Dit wordt gevierd met de jubileumtentoonstelling ‘Van ZERO tot kleine zielen’.

Bezoekers vragen zich dikwijls af of Couperus ook daadwerkelijk gewoond heeft in het huis waar het schrijversmuseum nu twintig jaar is gevestigd. Als deze vraag vervolgens ontkennend wordt beantwoord, dan is de vraag vaak: waarom koos het museum dan domicilie aan de Javastraat? Dit leidde tot het idee om een expositie te organiseren over de geschiedenis van het huis.

In de jaren zestig was er een galerie voor moderne kunst gevestigd. Internationale Galerij Orez (1960-1971) was een avantgardistische galerie die gespecialiseerd was in de abstracte kunst van die periode. ‘Orez’ was het omgekeerde van ZERO, een Duitse stroming die eigenlijk nu pas internationaal naar volle waarde geschat wordt. Orez had het alleenrecht op de vertoning van werken van de Nederlandse variant van die stroming, de Nul-groep, bestaande uit Armando, Henk Peeters, Jan Henderikse en Jan Schoonhoven, maar ook van kunstenaars zoals de nu wereldberoemde Yayoi Kusama. Zij baarde in 1965 opzien door de ‘seksobsessies’ die zij in Orez exposeerde. De galerie werd geleid door Albert Vogel en Leo Verboon.

De band tussen de galerie en het Louis Couperus Museum wordt in eerste instantie gevormd door de figuur van Albert Vogel, voordrachtskunstenaar, biograaf van Couperus en galeriehouder. Maar wat Louis Couperus en de ZERO-kunstenaars ook onderling verbindt is het feit dat het werk van de schrijver in zijn tijd eveneens als avantgardistisch gold.  Het is nu moeilijk ons voor te stellen dat de boeken van Louis Couperus omstreeks 1900 even zedenloos gevonden werden als de erotische kunst van Yayoi Kusama in 1965. ‘Sommige zijner boeken behoren tot de pornografische lectuur,’ schreef pater A.B.H. Gielen S.J. in 1917.

Zo bezien is er een onverwachte lijn te bespeuren in de historie van Javastraat 17. Zowel de galerie als het museum heeft onderdak geboden aan avantgardisten, elk op hun eigen terrein. De tentoonstelling en begeleidende publicatie besteden aandacht aan beide aspecten. De voorkamer is gewijd aan Louis Couperus, met nadruk op zijn romancyclus De boeken der kleine zielen. De achterkamer van het museum brengt u terug in de tijd naar de roerige jaren zestig van de vorige eeuw.

De tentoonstelling wordt op vrijdag 1 april geopend door auteur K. Schippers. ‘Van ZERO tot kleine zielen’ is vanaf 2 april tot en met 9 oktober te bezichtigen.

Genootschapsdag 2016

De jaarlijkse dag voor de donateurs het Louis Couperus Genootschap vindt plaats op zondag 17 april in de Paleiskerk, Paleisstraat 8, in Den Haag.

Wij hebben weer een gevarieerd programma voor u opgesteld. De sprekers zijn bereid hun boeken te signeren in de pauze of na afloop van het programma. Zoals u gewend bent is antiquariaat Fokas Holthuis aanwezig met een mooie selectie Couperus-uitgaven. Ook het Genootschap zelf verkoopt Couperus Cahiers en Arabesken. Het is dus handig om voldoende contact geld mee te nemen.

Helaas is het parkeren in de Haagse binnenstad niet eenvoudig. Op zondagmiddag geldt betaald parkeren. In de nabijheid van de Paleiskerk bevinden zich twee parkeergarages, namelijk de Parkstraatgarage en Parkeergarage Noordeinde. Komt u met de trein naar Den Haag? Dan kunt u vanaf Den Haag CS tram 16 of 17 (halte Buitenhof) of bus 22 of 24 (halte Kneuterdijk) nemen. Vanaf Den Haag HS kunt u naar de Paleiskerk reizen met tram 1 (halte Kneuterdijk) en tram 16 of 17 (halte Buitenhof). De haltes zijn op enkele minuten loopafstand van de Paleiskerk.

Programma

  • 13.30 – 14.00 uur: ontvangst
  • 14.00 – 14.15 uur: welkomstwoord
  • 14.15 – 15.00 uur: lezing ‘Drie Hagenaars en één Amsterdammer in het literaire leven van Louis Couperus’ door Frans van der Linden, vrijwilliger van het Louis Couperus Museum
  • 15.00 – 15.20 uur: pauze
  • 15.20 – 15.50 uur: presentatie (met als invalshoek Louis Couperus) van Bloed en rozen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945 door Jacqueline Bel, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam
  • 15.50 – 16.30 uur: voordracht ‘Couperus: van Nutteloozen Toeschouwer tot Voordrachtskunstenaar’ en een ander verhaal van Couperus door Anita Poolman, begeleiding aan de vleugel door Romanita Santoso
  • 16.30 – 16.40 uur: afsluiting
  • 16.40 – 17.30 uur: borrel

Aanmelden
De entreeprijs bedraagt 19,50 euro voor donateurs en doza’s, en 24,50 euro voor introducees. U kunt zich aanmelden door het verschuldigde bedrag over te maken op rekening NL10 INGB 0000 6003 67 t.n.v. stichting Louis Couperus Genootschap te Den Haag, onder vermelding van ‘Genootschapsdag 2016’. Wij adviseren dringend om u tijdig (vóór 31 maart) aan te melden. Wij reserveren de plaatsen in volgorde van betaling. U ontvangt geen bevestiging van uw betaling; wij zetten u direct op de reserveringslijst.

Arabesken nr.46 verschenen

Het afgelopen jaar werden we getrakteerd op maar liefst twee grote theaterproducties naar aanleiding van Couperus’ werk. Het is dan ook niets anders dan logisch dat het decembernummer van Arabesken voor een groot deel in het teken staat van Couperus en het toneel.

Zo zijn er vraaggesprekken met Ivo van Hove en Peter van Kraaij, respectievelijk de regisseur en de dramaturg/scriptschrijver van De stille kracht; naar aanleiding van de toneelbewerking van Eline Vere spraken we met Ger Thijs (script en regie) en Hanne Arendzen, die de gelijknamige heldin speelt in het stuk. Van beide voorstellingen zijn ook uitgebreide recensies in dit nummer opgenomen.

Ook de film Eline Vere uit 1991 komt nog eens aan bod. Jan Oosterholt laat aan de hand van deze verfilming zien hoe men in verschillende tijden op een geheel eigen manier tegen romanpersonages aankijkt. Dezelfde roman is het uitgangspunt voor het derde vraaggesprek in deze Arabesken, namelijk met Yra van Dijk, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Mondiaal Perspectief aan de Universiteit Leiden, die voorstelt Eline Vere eens te lezen als nieuwemediaroman. Voortdurend zet Couperus een scherm tussen Eline en de wereld om haar heen. Zij verliest zich in schijnwerkelijkheden. Wat is de rol van de toenmalige nieuwe media daarin?, zo vraagt Van Dijk zich af.

Verder zijn er, onder veel meer, bijdragen over Couperus en het Rusland van rond 1900, over Couperus en Bordewijk, en komt Daan Sleiffer nog eens terug op de kwestie van het residentiehuis waar Couperus ooit De stille kracht schreef. Valt dat huis nu dan toch te lokaliseren? En staat het überhaupt nog overeind?

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Een avondje Couperus in de stadsschouwburg

Image3De komende seizoenen brengt Toneelgroep Amsterdam maar liefst drie romans van Louis Couperus op de planken. Ter gelegenheid hiervan praat gastheer Lex Bohlmeijer op maandag 7 december in de Stadsschouwburg Amsterdam een avond lang met Bas Heijne, Ian Buruma en Reggie Baay over het werk van Couperus.

Bas Heijne, die in 2013 de Couperuspenning ontving, plaatst het werk van Couperus in de context van de huidige tijd en laat zien dat zijn thema’s als ontworteling en vervreemding nog steeds herkenbaar zijn. Ian Buruma spreekt over de Europese koloniale literatuur ten tijde van Couperus: hoe keken andere Europese schrijvers – zoals E.M. Forster in A Passage to India – toentertijd naar Azië? Reggie Baay laat zijn licht schijnen op het Nederlandse ‘kolonisatiemodel’, dat ervoor zorgde dat de afstand en het onbegrip tussen kolonialen en gekoloniseerden in Nederlands-Indië rond 1900 zó onoverbrugbaar werd, dat vroeg of laat een dramatische ontknoping onvermijdelijk was.

Tussendoor vertolken de acteurs Aus Greidanus jr., Maria Kraakman, Dewi Reijs en Barry Emond enkele scènes uit De stille kracht.

Meer informatie op tga.nl, de website van Toneelgroep Amsterdam. Toegangsbewijzen à 18 euro zijn hier te bestellen.

 

Arabesken nr.45 verschenen

Het 45ste nummer van Arabesken, dat als motto ‘Vertaal, hertaal, bewerk en bewonder’ heeft meegekregen, opent met een reportage van Rémon van Gemeren, waarin hij verslag doet van zijn reis naar Sint Petersburg. Hij gaf daar enkele colleges over Louis Couperus aan Russische studenten Nederlands, en voerde een gesprek met Irina Michajlova, die onlangs De stille kracht in het Russisch vertaalde.

Ook was het hoogste tijd voor een vraaggesprek met Bart Chabot, immers een van de grootste Couperusfans in Nederland. Citaat: ‘[Couperus] was […] een meester in het tijdrekken. Er zijn schrijvers die de kunst van het weglaten beheersen, maar Couperus maakte meters. Dat deed hij natuurlijk ook om praktische redenen, maar hij slaagde er juist daardoor in om naturel te blijven, vooral in zijn dialogen. Die doen nog steeds fris en dynamisch aan, vanwege al die uitroepen, tussenwerpingen en uitweidingen. Dat is spannend om te lezen.’ Het vraaggesprek wordt afgesloten met een naschrift van het vertalersduo Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet; zij reageren op verrassende wijze op de oproep van Chabot om Couperus te hertalen om zo weer jonge lezers voor zijn werk te interesseren.

Verder in deze Arabesken: maar liefst twee afleveringen van de rubriek ‘Couperus & de contemporaine kritiek’, die beide zijn gewijd aan de poëzie van Couperus, een bijdrage over kunstenaar Bart Domburg, die een fragment uit De stille kracht gebruikte om een nieuw, beeldend kunstwerk te maken, een artikel over de ontstaansgeschiedenis van het verhaal ‘Elyata, een Sproke van Historie’, en natuurlijk de gebruikelijke, vaste rubrieken met fait divers over Couperus, het genootschap en het museum.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Couperuspenning 2015 voor Frans van der Linden

De Couperuspenning 2015 gaat naar neerlandicus Frans van der Linden. Hij ontving de bronzen penning eerder vandaag, op de 152ste geboortedag van Louis Couperus, in het aan de schrijver gewijde museum in Den Haag.

De uitreiking van de penning in het Louis Couperus Museum volgde op de onthulling van een ánder bronzen object: een plaquette met de beeltenis van Elisabeth Couperus-Baud, die op initiatief van Van der Linden voor het museum werd vervaardigd. Het gaat om een kopie van een in 1903 gemaakt medaillonportret van de beeldhouwer Pier Pander. Echtgenoot Louis Couperus, die destijds daartoe de opdracht gaf, was zeer onder de indruk van het werk van Pander en wijdde enkele gedichten aan het werk van de kunstenaar. Het marmeren origineel bevindt zich in de collectie van het Pier Pander Museum in Leeuwarden.

Ook bezorgde Frans van der Linden de bloemlezing ‘O, gouden, stralenshelle fantazie!’ Bloemlezing uit de poëzie van Louis Couperus. Het eerste exemplaar van deze uitgave in de Prominent Reeks van uitgeverij Tiem werd vanmiddag in het museum aangeboden aan schrijver en Couperusliefhebber Bart Chabot.

Maar er zijn meer redenen om Frans van der Linden te huldigen, zo vond Caroline de Westenholz, voorzitter van het Louis Couperus Museum, uit wier handen hij de penning kreeg overhandigd: ‘Sinds Frans niet meer voor de klas staat heeft hij kosten noch moeite gespaard om Couperus voor het voetlicht te brengen, zowel in als buiten het museum. Hij heeft honderden lezingen gegeven over de meest uiteenlopende Couperiaanse onderwerpen. Hij begeleidt wandelingen in de buurt van het museum, soms zelfs speciale tochten die aansluiten bij het onderwerp van een specifieke tentoonstelling. Naast al deze activiteiten ontwikkelde Frans zich ook tot een bevlogen samensteller van tentoonstellingen.’

De Couperuspenning is een gezamenlijk initiatief van het Louis Couperus Genootschap en het Louis Couperus Museum, en wordt sinds 2006 ongeveer jaarlijks toegekend aan een persoon die zich op buitengewone wijze heeft ingezet om de nagedachtenis aan Louis Couperus levend te houden.

Tentoonstelling: ‘Mesdag, Couperus en tijdgenoten’

Op 10 juli 2015 is het honderd jaar geleden dat de schilder Hendrik Willem Mesdag overleed. Het Mesdagjaar wordt gevierd door verschillende Haagse instellingen, waaronder het Louis Couperus Museum. Daar is vanaf 17 mei de tentoonstelling ‘Mesdag, Couperus en tijdgenoten’ te zien.

Mesdag en Couperus leefden ieder in hun eigen wereld. Mesdag is voor velen vooral de beroemde zeeschilder, maar hij was ook de grondlegger van de Haagse School en een verwoed kunstverzamelaar. Couperus was van jongs af aan het grote literaire talent en schreef vele boeken, columns en reisverhalen, onder andere over Den Haag. Beiden hebben veel gereisd om impressies op te doen voor hun vakgebied. Het waren levensgenieters, maar ook harde werkers die een sterke drang hadden tot het scheppen van kunst, hetzij op het doek, hetzij met de pen. Het is niet bekend of de kunstenaars elkaar ooit hebben ontmoet.

Louis Couperus was een groot liefhebber van beeldende kunst. In twee feuilletons schrijft hij over tentoonstellingen van Nederlandse kunst in Rome (1911) en München (1913; later gebundeld in Van en over alles en iedereen). Vele bekende hedendaagse schilders passeren hierin de revue. Zo noemt Couperus onder meer Jozef Israëls, Anton Mauve, Jan Hendrik Weissenbruch, Matthijs en Willem Maris, Paul Joseph Constantin Gabriël en Philippe Zilcken. Hij schrijft specifiek over de ‘kerkjes van Bosboom’ en de ‘Apostel’-tekeningen van Jan Toorop; allemaal namen die ook voorkomen in de Mesdag Collectie.

De tentoonstelling in het Louis Couperus Museum bestaat uit doeken, aquarellen en tekeningen van de schilders (ook uit particuliere collecties) die zowel door Couperus als Mesdag werden bewonderd. Daarnaast is er aandacht voor het Den Haag van rond 1900, aangevuld met originele handschriften, documenten en boekbanden.

‘Mesdag, Couperus en tijdgenoten’ is tot en met 27 september 2015 te zien. Zie voor meer informatie, onder andere over de openingstijden, de website van het Louis Couperus Museum. Op www.mesdagjaar.nl vindt u een uitputtende beschrijving van alle activiteiten die dit jaar rond deze schilder worden georganiseerd.

Genootschapsdag 2015: Couperus’ habitat

De jaarlijkse Genootschapsdag vindt plaats op zaterdag 11 april en heeft als thema ‘Couperus’ habitat’. We proberen op deze bijeenkomst antwoord te vinden op de vraag wat precies de sociale positie van Louis Couperus was in het Den Haag van het fin de siècle. Hoe moeten we kijken naar Couperus’ visie op het Haagse vertier, en hoe zagen zijn tijdgenoten dat? En welke rol speelt de mode daarin? De sprekers die zullen optreden laten hun licht schijnen op de Haagse sociale geschiedenis van rond 1900.

Locatie
De Genootschapsdag vindt dit jaar plaats op de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden, Schouwburgstraat 2 in Den Haag (Google Maps).

Programma
– 13.15 – 13.45 uur: ontvangst met koffie en thee.
– 13.45 – 14.00 uur: welkomstwoord door Annebeth Simonsz, voorzitter.
– 14.00 – 14.35 uur: ‘De tijd zelve stelde er den snit van vast’ – ideeën over mode in Couperus’ tijd. Lezing door Ileen Montijn, historica en mede-auteur van het boek bij de tentoonstelling ‘Romantische Mode’, afgelopen winter in het Gemeentemuseum Den Haag.
– 14.35 – 15.00 uur: EVA, korte monoloog vanuit het perspectief van Eva Eldersma uit De stille kracht. Tekst en regie: Gérard van Kalmthout. Spel: Hester Meuleman.
– 15.00 – 15.40 uur: pauze met een drankje en een hapje.
– 15.40 – 16.10 uur: ‘Couperus en zijn Haagse sociale milieu.’ Lezing door Jan Hein Furnée, universitair docent cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis na 1750, en verbonden aan de opleiding Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam.
– 16.00 – 17.00 uur: afsluiting met een drankje en een hapje.

Tussen de bedrijven door is er de mogelijkheid om uitgaven van en over Louis Couperus te kopen bij de stands van het Couperus Genootschap en antiquariaat Fokas Holthuis.

Aanmelden
De entreeprijs bedraagt 19,50 euro voor donateurs (en DOZA’s) van het Louis Couperus Genootschap en 24,50 euro voor introducés. U kunt zich aanmelden door het verschuldigde bedrag over te maken op rekening NL10 INGB 0000 6003 67 ten name van Stichting Louis Couperus Genootschap, Den Haag, onder vermelding van ‘Genootschapsdag 2015’. Wij adviseren u dringend om u tijdig, maar in ieder geval vóór 31 maart aan te melden. Wij reserveren de plaatsen in volgorde van betaling. U ontvangt geen bevestiging van uw aanmelding; alleen als u onverhoopt geen plaats meer kunt krijgen, krijgt u bericht van ons.

Nieuwsarchief

Foto van de dag

Onthulling gedenksteen geboortehuis Couperus