Couperus bij de buren

Op 20 februari promoveerde Ruud Veen, de kleinzoon van Couperus’ uitgever L.J. Veen, op zijn proefschrift Couperus bij de buren. Een onderzoek naar de uitgaven van het werk van Louis Couperus bij Duitse uitgevers tussen 1892 en 1973.

Veen onderzocht niet voor niets Couperus’ uitgeefgeschiedenis in Duitsland. Daar zijn namelijk de meeste vertalingen van zijn werk verschenen. Van de 47 zelfstandige werken zijn in de onderzochte periode maar liefst 23 vertalingen uitgebracht. Couperus was hiermee de meest vertaalde Noord-Nederlandse auteur van rond de eeuwwisseling in Duitsland. Else Otten nam er 18 voor haar rekening, en is daardoor van doorslaggevende betekenis geweest voor het succes van de auteur bij onze oosterburen.

De kern van het onderzoek is de autopsie van de boeken zelf. Veen ontdekte dat het uitbrengen van verschillende bindvarianten van één druk van één titel niet een typisch Nederlands fenomeen was. Eén Duitse uitgever spande de kroon door standaard van de gebonden editie vijf varianten gelijktijdig aan te bieden. Al die verschillende bindvarianten werden niet door de uitgever gedocumenteerd. Veen voorziet in deze lacune en geeft een overzicht van de aangetroffen edities en varianten. Ook de betrokken partijen, vertalers, uitgevers in Nederland en Duitsland, en de omgevingsfactoren die bij de exploitatie van invloed waren komen in de dissertatie aan bod.

De handelseditie van het proefschrift is voor 49,50 euro te bestellen via veen@couperus-collectie.nl. Meer informatie over de promotie en een uitgebreide samenvatting van Veens onderzoek op uva.nl.

Arabesken nr.44 verschenen

Arabesken 44-kleinHet nieuwste nummer van Arabesken, het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap, heeft als motto ‘De archieven in’ meegekregen. Zeg archieven en Couperus, en je komt al snel uit bij de onvermoeibare Couperus-vorser H.T.M. van Vliet, die in 2013 alle tot dan bekende en opgesnorde correspondentie van en aan Couperus in een prachtige uitgave bijeenbracht. Zo’n uitgave is per definitie onvolledig en voorlopig, want de inkt is nog niet droog of er duiken weer brieven op die geen onderzoeker ooit eerder onder ogen kreeg. Van Vliet vond er inderdaad nog acht, en presenteert ze nu exclusief, met uitgebreid commentaar, aan de Arabesken-lezer.

De redactie nam de kans te baat om Van Vliet meteen maar eens aan de tand te voelen over onder meer het belang van de editiewetenschap voor het literatuuronderzoek, een discipline waaraan Van Vliet zelf een grote bijdrage heeft geleverd, met – onder veel meer – de bezorging van de Volledige Werken Louis Couperus. Zijn laatste proeve op dit gebied, de genoemde uitgave van Couperus’ correspondentie, wordt in deze aflevering van Arabesken uitgebreid besproken.

Ook scheidend redacteur Menno Voskuil dook de archieven in; die van Albert Verwey welteverstaan, en kwam tot een fraai overzicht van Verweys kritische bemoeienis met Couperus’ werk.

Meer kritiek in het zesde deel van de serie ‘Couperus en de contemporaine kritiek’, waarin deze keer de receptie van Majesteit centraal staat, destijds een van Couperus’ meest geliefde romans.

Verder schreef René Nijhof de niet zo vrolijke geschiedenis van ‘t Sunneke, de laatste woonhuis van Couperus in De Steeg, gemeente Rheden, en is er aandacht voor de bijzondere heruitgave in één band van de sprookjes Psyche en Fidessa, met daarin deze keer alle beschikbare, grotendeels niet eerder gepubliceerde tekeningen van Bernard Reith.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

J. Greshoff-prijs voor Couperus-essay Bas Heijne

De tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs gaat naar schrijver en columnist Bas Heijne (1960) voor zijn essay Angst en schoonheid. Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen.

Volgens de jury is zijn in 2013 verschenen essay ‘een ontmoeting tussen een bevlogen lezer, een auteur en een oeuvre. Tastend en verkennend, op zoek naar het geheim achter de tijdloze romans van Louis Couperus, beschrijft Bas Heijne bijna terloops hoe literatuur betekenis kan geven aan ons leven. Zo biedt zijn lichtvoetige essay antwoord op de zware vraag: die naar “het antwoordloze waarom” dat schrijvers en lezers drijft.’

De J. Greshoff-prijs is een tweejaarlijkse prijs voor een essay of essaybundel, ingesteld door de Jan Campert-Stichting. Bas Heijne ontvangt de prijs op zondagmiddag 18 januari 2015 tijdens het Writers Unlimited Winternachten Festival in Den Haag.

Toneelgroep Amsterdam komt met Couperus-trilogie

Omslag van 'De stille kracht' (1900)Toneelgroep Amsterdam brengt de komende jaren drie romans van Louis Couperus op de planken. Het eerste project, De stille kracht, gaat in september 2015 in première. Eric de Vroedt is verantwoordelijk voor de bewerking van het boek; de regie ligt in handen van Ivo van Hove. Later volgen nog Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… en De boeken der kleine zielen.

Op de website van het toneelgezelschap motiveert Ivo van Hove zijn keuze voor Couperus als volgt:

Couperus schrijft op een volkomen bevrijde, niet moraliserende manier over zoekende, rusteloze mensen op het breukvlak van twee eeuwen. Met één been staat hij nog in de 19de eeuw, met het andere stapt hij ver vooruit, naar de toekomst. Hij voert mensen op die afscheid nemen van oude zekerheden en moeten leren omgaan met een nieuwe wereld vol vraagtekens en zonder antwoorden. Couperus deinst er niet voor terug om ook de duistere kanten te laten zien die achter de façade van de beschaving schuilgaan: expliciete seksualiteit, overspel, pedofilie, incest en hysterie. Ik voel me onweerstaanbaar aangetrokken tot die ‘existentiële onrust’, zoals Bas Heijne het treffend verwoordt. Ik wil Couperus als een tijdgenoot op het toneel brengen, als iemand die met zijn werk de zenuw van onze 21ste eeuw raakt.

Louis Couperus is erg geliefd bij toneelmakers. Zijn werk is de afgelopen decennia al meermalen met wisselend succes bewerkt voor toneel, onder meer door Ton Vorstenbosch, Léon van der Sanden, Ger Thijs en Willem Jan Otten.

Tentoonstelling: Carel de Nerée tot Babberich, Henri van Booven en Louis Couperus

De wintertentoonstelling van het Louis Couperus Museum is gewijd aan de vriendschap tussen de kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich en de schrijver Henri van Booven, en hun werderzijdse band met Louis Couperus. De titel van de expositie, ‘Witte nachten’, is de titel van de debuutbundel (1901) van Van Booven.

Rond 1900 was de latere Couperusbiograaf Henri van Booven (1877-1964) goed bevriend met de kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich (1880-1909). Laatstgenoemde werkte in de stijl van Jan Toorop en Aubrey Beardsley. Hij is wel ‘de Couperus van de tekenpen’ genoemd. Henri van Booven is bekend om zijn roman Tropenwee (1904). Via zijn vriend Carel de Nerée leerde hij het werk van Louis Couperus kennen. De Nerée was idolaat van Extaze: ‘Het mooiste, wat een der allermooiste Hollanders van de laatsten tijd heeft kunnen geven,’ schreef hij in een brief uit 1900. Couperus’ roman inspireerde hem tot een reeks tekeningen die tot de fraaiste uit zijn oeuvre en wellicht uit de Nederlandse symbolistische kunst van rond 1900 behoort. Van Booven op zijn beurt werd een echte Couperuskenner. In 1933 publiceerde hij de eerste biografie van Louis Couperus.

Op de tentoonstelling zijn de tekeningen voor Extaze voor het eerst sinds honderd jaar tezamen te zien. Ze worden aangevuld met andere, zelden geëxposeerde werken van De Nerée uit particuliere collecties, boeken, foto’s en brieven die licht werpen op deze bijzondere vriendschap. Documenten uit het privéarchief van Henri van Booven worden voor het eerst aan het publiek getoond.

De expositie wordt voorbereid en ingericht door fin de siècle-kenner Sander Bink, die een dissertatie voorbereidt over Carel de Nerée tot Babberich. Ter gelegenheid van de expositie verschijnt van zijn hand een begeleidend boekje.

‘Witte nachten. Carel de Nerée tot Babberich, Henri van Booven en Louis Couperus’ is vanaf 9 november tot en met 10 mei 2015 te zien.

Couperus Museum zoekt vrijwilligers

Het uithangbord van het Louis Couperus MuseumOnze collega’s van het Louis Couperus Museum zijn op zoek naar nieuwe vrijwilligers. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het ontvangen van bezoekers en het helpen bij verschillende activiteiten, bijeenkomsten en evenementen.

Enige affiniteit met of belangstelling voor Louis Couperus is gewenst, maar diepgaande kennis van zijn werk is niet per se noodzakelijk. De gewenste inzet is twee à drie middagen per maand.

Wilt u meer informatie of wilt u zich aanmelden, dan kunt u contact opnemen met museummanager Jeannette van Bennekom, via telefoonnummer 06-41038588. U kunt ook een e-mail sturen naar info@louiscouperusmuseum.nl.

Brandbrief Heemschut: ‘Red woonhuis Couperus van verval’

Het Couperushuis in de Surinamestraat nr.20 in Den HaagDe Bond Heemschut, de vereniging die zich inzet voor de bescherming van cultureel erfgoed, heeft bij de gemeente Den Haag aan de bel getrokken over de erbarmelijke staat waarin het voormalige woonhuis van Louis Couperus zich bevindt. In een brief aan de burgemeester en wethouders wijst de bond erop dat het pand niet alleen een gemeentelijk monument is, maar dat het huis ook een grote historische waarde vertegenwoordigt, omdat Couperus hier zijn beroemde roman Eline Vere schreef.

Tot 2006 diende het grote pand aan de Surinamestraat in Den Haag als onderkomen van de Egyptische ambassade. Sindsdien staat het te koop. Pogingen van het Louis Couperus Genootschap, het Louis Couperus Museum, en een daartoe speciaal opgericht comité om het huis een culturele bestemming te geven zijn door geldgebrek op niets uitgelopen.

De lange leegstand van zo’n acht jaar heeft z’n sporen achtergelaten. Heemschut schrijft in zijn brief dat het verf afbladdert en dat er struiken in de goten groeien. Maar ook het interieur, dat grotendeels nog in originele staat verkeert, dient nodig gerestaureerd te worden.

De gemeente Den Haag heeft eerder aan de bewonersvereniging laten weten geen actie te kunnen ondernemen. Het pand is nog steeds eigendom van de staat Egypte, en als zodanig Egyptisch grondgebied. Heemschut betwijfelt dat: ‘Immers het pand heeft geen functie meer, noch de ambassade, noch de residentie zijn erin gevestigd. Het staat leeg. Het komt ons voor, dat de regels van het diplomatieke verkeer hier niet meer van toepassing zijn.’

De erfgoedvereniging verzoekt de gemeente met klem in gesprek te treden met de Egyptische staat en, als dit tot niets leidt, tot handhaving over te gaan.

Nieuwe reeks Couperuscolleges

In het najaar organiseert het Louis Couperus Genootschap weer een collegereeks over het werk en leven van Louis Couperus. De colleges worden ook deze keer gegeven door Liesje Schreuders, literatuurhistorica en oud-hoofdredacteur van Arabesken, en vinden plaats op 16, 23 en 30 september en 7 en 14 oktober van 14.30 tot 17.00 uur (inclusief koffie- of theepauze) in het Louis Couperus Museum in Den Haag.

Een afzonderlijk college kost 22,50 euro; als u zich voor drie colleges inschrijft, betalen donateurs en amices 17,50 euro per keer (52,50 euro in totaal). De nieuwe serie kost eveneens 22,50 euro per college of 35 euro voor twee colleges. Niet-donateurs betalen 25 euro per college of 62,50 euro voor de serie van drie, of 45 euro voor de serie van twee. U kunt zich inschrijven door een mail te sturen naar liesjeschreuders@hotmail.com, met daarin uw gegevens (naam, e-mailadres en telefoonnummer) en de door u gewenste collegedatum/-data. U ontvangt vervolgens van ons de betalingsgegevens en, na betaling, een formele bevestiging van uw inschrijving met nadere informatie.

Programma

  • De vele levens van Couperus (16 september, reprise)
    In het eerste college zullen we een aantal vragen beantwoorden en een aantal hardnekkige raadsels proberen te ontrafelen rond de persoon Couperus. Wat weten wij eigenlijk van zijn leven (en vooral: wat weten wij niet)? Wie was bijvoorbeeld die vrouw die gedurende meer dan dertig jaar nauwelijks van zijn zijde week: Elisabeth? En wie was Orlando?
  • Een gereïncarneerde Romein uit de Keizertijd (23 september, reprise)
    In het tweede college besteden we aandacht aan Couperus en de oudheid. Zijn vele historische romans en verhalen, waarin hij zijn liefde voor de Romeinse tijd, voor Alexander de Grote,  voor het oude Egypte, voor al die prachtige klassieke kunst kon botvieren, komen aan bod. Maar ook de filosofische en wetenschappelijke achtergronden van dit werk blijven niet  onbelicht.
  • Couperus Columnist (30 september, reprise)
    Couperus, bij het grote publiek vooral bekend als schrijver van vuistdikke romans, was een begenadigd schrijver van wat we tegenwoordig z.k.v.’s zouden noemen: zeer korte verhalen. Bovendien pende hij vele anekdotes, ideeën, reisbelevenissen, ‘gewone’ gebeurtenissen en dagelijkse beslommeringen neer in zijn feuilletons: de toenmalige column, bedoeld voor het krantenlezend publiek van zijn tijd. Dit derde college geeft u alle ins en outs van Couperus als immer inventieve en vermakelijke columnist.

Nieuwe cursussen

  • De sprookjes van Couperus (7 oktober)
    In de laatste twee jaren van de negentiende eeuw en de eerste twee van de twintigste eeuw schreef Couperus een aantal sprookjes waarvan sommige in boekvorm werden gepubliceerd (Psyche en Fidessa) en andere gebundeld (Over lichtende drempels). Deze sprookjes vormen een op het eerste gezicht merkwaardig element in Couperus’ rijke oeuvre. Het eerste college van de nieuwe reeks gaat nader in op de inhoud en op de achtergrond van het sprookjesgenre in de negentiende eeuw. Couperus volgde een mode en deed dat, zoals gebruikelijk, op zijn geheel eigen wijze.
  • De psychologie van Couperus (14 oktober)
    Hoewel Couperus zich in zijn sprookjes (zie vorig college) uitleefde in dromerige, soms romantische en door esoterie getekende fantasieën, staat hij in de eerste plaats toch bekend als een realistisch schrijver. In veel van zijn romans wordt groot psychologisch inzicht gekoppeld aan een fijn gevoel voor contemporaine problematiek. ‘Het zijn net echte mensen,’ ben je geneigd uit te roepen. In dit college gaan we na hoe en waarom.

Arabesken nr.43 verschenen

Arabesken nr 43-kleinNatuurlijk kijken we in dit nummer van Arabesken even terug op het Couperus-jaar. Petra Teunissen-Nijsse, die inmiddels afscheid heeft genomen als voorzitter van het Genootschap, voert ons nog een keer langs alle hoogtepunten van de festiviteiten rond de 150ste geboortejaar van Louis Couperus.

Het meinummer van Arabesken opent met de lezing die acteur Thom Hoffman gaf in de Openbare Bibliotheek Amsterdam ter gelegenheid van de presentatie van het Couperus-nummer van De Parelduiker. Léon Collé, die verleden jaar de Couperus Scriptieprijs won, schreef op basis van zijn winnende inzending het artikel ‘De verleidende kracht van stijlfiguren’, met De berg van licht als speerpunt van zijn betoog. Verder is er, onder veel meer, een vraaggesprek met Oek de Jong, een nieuwe aflevering in de serie ‘Couperus en de comtemporaine kritiek’, en geeft Hester Meuleman, de kersverse hoofdredacteur van ons tijdschrift, haar visitekaartje af met een bijdrage over de rol van de islam in de verschillende bewerkingen van De stille kracht.

Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, voor slechts € 1,85 per maand, klik dan hier.

Tentoonstelling: Psyche en Fidessa. De sprookjes van Louis Couperus

Vanaf 24 mei is in het Louis Couperus Museum een nieuwe tentoonstelling te zien: ‘Psyche en Fidessa. De sprookjes van Louis Couperus.’ De expositie duurt tot en met 2 november 2014.

In 1917 maakte tekenleraar Bernard Reith (1894-1974) uit eigen beweging een serie tekeningen van het sprookje Psyche (1898), in pen en Oostindische inkt. Couperus kreeg deze tekeningen onder ogen en beoordeelde ze als ‘bizonder mooi’. Het jaar daarop maakte Reith ook illustraties voor Fidessa (1899). Couperus’ uitgever L.J. Veen kocht het werk met de bedoeling ze na de Eerste Wereldoorlog te publiceren, maar Veen overleed in 1919. Het duurde nog tot 1927 voordat er een uitgave van Psyche verscheen met een aantal van de genoemde illustraties. De tekeningen voor Fidessa zijn nooit gepubliceerd.

Twee nazaten van de kunstenaar brengen in juni een bibliofiele editie van de sprookjes uit, waarin ook de tekeningen zijn opgenomen die niet eerder gepubliceerd zijn. Via voorintekening kunt u de uitgave bestellen voor 37,50 euro, inclusief verzendkosten. Na verschijning kost het boek 45 euro.

De tekeningen van Bernard Reith zijn door uitgeverij Veen geschonken aan het Rijksmuseum, waar ze sindsdien bewaard worden. Een aantal van de illustraties voor Psyche en Fidessa wordt in het Louis Couperus Museum voor het eerst tentoongesteld. De tekeningen worden geplaatst in de context van het symbolisme, de heersende kunststroming in de jaren 1890. Ook zijn er op de expositie verschillende drukken en vertalingen van Psyche en Fidessa en andere afbeeldingen en illustraties van de sprookjes te zien.

Nieuwsarchief

Foto van de dag

Onthulling gedenksteen geboortehuis Couperus