Een avondje Couperus in de stadsschouwburg

Image3De komende seizoenen brengt Toneelgroep Amsterdam maar liefst drie romans van Louis Couperus op de planken. Ter gelegenheid hiervan praat gastheer Lex Bohlmeijer op maandag 7 december in de Stadsschouwburg Amsterdam een avond lang met Bas Heijne, Ian Buruma en Reggie Baay over het werk van Couperus.

Bas Heijne, die in 2013 de Couperuspenning ontving, plaatst het werk van Couperus in de context van de huidige tijd en laat zien dat zijn thema’s als ontworteling en vervreemding nog steeds herkenbaar zijn. Ian Buruma spreekt over de Europese koloniale literatuur ten tijde van Couperus: hoe keken andere Europese schrijvers – zoals E.M. Forster in A Passage to India – toentertijd naar Azië? Reggie Baay laat zijn licht schijnen op het Nederlandse ‘kolonisatiemodel’, dat ervoor zorgde dat de afstand en het onbegrip tussen kolonialen en gekoloniseerden in Nederlands-Indië rond 1900 zó onoverbrugbaar werd, dat vroeg of laat een dramatische ontknoping onvermijdelijk was.

Tussendoor vertolken de acteurs Aus Greidanus jr., Maria Kraakman, Dewi Reijs en Barry Emond enkele scènes uit De stille kracht.

Meer informatie op tga.nl, de website van Toneelgroep Amsterdam. Toegangsbewijzen à 18 euro zijn hier te bestellen.

 

Arabesken nr.45 verschenen

Het 45ste nummer van Arabesken, dat als motto ‘Vertaal, hertaal, bewerk en bewonder’ heeft meegekregen, opent met een reportage van Rémon van Gemeren, waarin hij verslag doet van zijn reis naar Sint Petersburg. Hij gaf daar enkele colleges over Louis Couperus aan Russische studenten Nederlands, en voerde een gesprek met Irina Michajlova, die onlangs De stille kracht in het Russisch vertaalde.

Ook was het hoogste tijd voor een vraaggesprek met Bart Chabot, immers een van de grootste Couperusfans in Nederland. Citaat: ‘[Couperus] was […] een meester in het tijdrekken. Er zijn schrijvers die de kunst van het weglaten beheersen, maar Couperus maakte meters. Dat deed hij natuurlijk ook om praktische redenen, maar hij slaagde er juist daardoor in om naturel te blijven, vooral in zijn dialogen. Die doen nog steeds fris en dynamisch aan, vanwege al die uitroepen, tussenwerpingen en uitweidingen. Dat is spannend om te lezen.’ Het vraaggesprek wordt afgesloten met een naschrift van het vertalersduo Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet; zij reageren op verrassende wijze op de oproep van Chabot om Couperus te hertalen om zo weer jonge lezers voor zijn werk te interesseren.

Verder in deze Arabesken: maar liefst twee afleveringen van de rubriek ‘Couperus & de contemporaine kritiek’, die beide zijn gewijd aan de poëzie van Couperus, een bijdrage over kunstenaar Bart Domburg, die een fragment uit De stille kracht gebruikte om een nieuw, beeldend kunstwerk te maken, een artikel over de ontstaansgeschiedenis van het verhaal ‘Elyata, een Sproke van Historie’, en natuurlijk de gebruikelijke, vaste rubrieken met fait divers over Couperus, het genootschap en het museum.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

Couperuspenning 2015 voor Frans van der Linden

De Couperuspenning 2015 gaat naar neerlandicus Frans van der Linden. Hij ontving de bronzen penning eerder vandaag, op de 152ste geboortedag van Louis Couperus, in het aan de schrijver gewijde museum in Den Haag.

De uitreiking van de penning in het Louis Couperus Museum volgde op de onthulling van een ánder bronzen object: een plaquette met de beeltenis van Elisabeth Couperus-Baud, die op initiatief van Van der Linden voor het museum werd vervaardigd. Het gaat om een kopie van een in 1903 gemaakt medaillonportret van de beeldhouwer Pier Pander. Echtgenoot Louis Couperus, die destijds daartoe de opdracht gaf, was zeer onder de indruk van het werk van Pander en wijdde enkele gedichten aan het werk van de kunstenaar. Het marmeren origineel bevindt zich in de collectie van het Pier Pander Museum in Leeuwarden.

Ook bezorgde Frans van der Linden de bloemlezing ‘O, gouden, stralenshelle fantazie!’ Bloemlezing uit de poëzie van Louis Couperus. Het eerste exemplaar van deze uitgave in de Prominent Reeks van uitgeverij Tiem werd vanmiddag in het museum aangeboden aan schrijver en Couperusliefhebber Bart Chabot.

Maar er zijn meer redenen om Frans van der Linden te huldigen, zo vond Caroline de Westenholz, voorzitter van het Louis Couperus Museum, uit wier handen hij de penning kreeg overhandigd: ‘Sinds Frans niet meer voor de klas staat heeft hij kosten noch moeite gespaard om Couperus voor het voetlicht te brengen, zowel in als buiten het museum. Hij heeft honderden lezingen gegeven over de meest uiteenlopende Couperiaanse onderwerpen. Hij begeleidt wandelingen in de buurt van het museum, soms zelfs speciale tochten die aansluiten bij het onderwerp van een specifieke tentoonstelling. Naast al deze activiteiten ontwikkelde Frans zich ook tot een bevlogen samensteller van tentoonstellingen.’

De Couperuspenning is een gezamenlijk initiatief van het Louis Couperus Genootschap en het Louis Couperus Museum, en wordt sinds 2006 ongeveer jaarlijks toegekend aan een persoon die zich op buitengewone wijze heeft ingezet om de nagedachtenis aan Louis Couperus levend te houden.

Tentoonstelling: ‘Mesdag, Couperus en tijdgenoten’

Op 10 juli 2015 is het honderd jaar geleden dat de schilder Hendrik Willem Mesdag overleed. Het Mesdagjaar wordt gevierd door verschillende Haagse instellingen, waaronder het Louis Couperus Museum. Daar is vanaf 17 mei de tentoonstelling ‘Mesdag, Couperus en tijdgenoten’ te zien.

Mesdag en Couperus leefden ieder in hun eigen wereld. Mesdag is voor velen vooral de beroemde zeeschilder, maar hij was ook de grondlegger van de Haagse School en een verwoed kunstverzamelaar. Couperus was van jongs af aan het grote literaire talent en schreef vele boeken, columns en reisverhalen, onder andere over Den Haag. Beiden hebben veel gereisd om impressies op te doen voor hun vakgebied. Het waren levensgenieters, maar ook harde werkers die een sterke drang hadden tot het scheppen van kunst, hetzij op het doek, hetzij met de pen. Het is niet bekend of de kunstenaars elkaar ooit hebben ontmoet.

Louis Couperus was een groot liefhebber van beeldende kunst. In twee feuilletons schrijft hij over tentoonstellingen van Nederlandse kunst in Rome (1911) en München (1913; later gebundeld in Van en over alles en iedereen). Vele bekende hedendaagse schilders passeren hierin de revue. Zo noemt Couperus onder meer Jozef Israëls, Anton Mauve, Jan Hendrik Weissenbruch, Matthijs en Willem Maris, Paul Joseph Constantin Gabriël en Philippe Zilcken. Hij schrijft specifiek over de ‘kerkjes van Bosboom’ en de ‘Apostel’-tekeningen van Jan Toorop; allemaal namen die ook voorkomen in de Mesdag Collectie.

De tentoonstelling in het Louis Couperus Museum bestaat uit doeken, aquarellen en tekeningen van de schilders (ook uit particuliere collecties) die zowel door Couperus als Mesdag werden bewonderd. Daarnaast is er aandacht voor het Den Haag van rond 1900, aangevuld met originele handschriften, documenten en boekbanden.

‘Mesdag, Couperus en tijdgenoten’ is tot en met 27 september 2015 te zien. Zie voor meer informatie, onder andere over de openingstijden, de website van het Louis Couperus Museum. Op www.mesdagjaar.nl vindt u een uitputtende beschrijving van alle activiteiten die dit jaar rond deze schilder worden georganiseerd.

Genootschapsdag 2015: Couperus’ habitat

De jaarlijkse Genootschapsdag vindt plaats op zaterdag 11 april en heeft als thema ‘Couperus’ habitat’. We proberen op deze bijeenkomst antwoord te vinden op de vraag wat precies de sociale positie van Louis Couperus was in het Den Haag van het fin de siècle. Hoe moeten we kijken naar Couperus’ visie op het Haagse vertier, en hoe zagen zijn tijdgenoten dat? En welke rol speelt de mode daarin? De sprekers die zullen optreden laten hun licht schijnen op de Haagse sociale geschiedenis van rond 1900.

Locatie
De Genootschapsdag vindt dit jaar plaats op de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden, Schouwburgstraat 2 in Den Haag (Google Maps).

Programma
– 13.15 – 13.45 uur: ontvangst met koffie en thee.
– 13.45 – 14.00 uur: welkomstwoord door Annebeth Simonsz, voorzitter.
– 14.00 – 14.35 uur: ‘De tijd zelve stelde er den snit van vast’ – ideeën over mode in Couperus’ tijd. Lezing door Ileen Montijn, historica en mede-auteur van het boek bij de tentoonstelling ‘Romantische Mode’, afgelopen winter in het Gemeentemuseum Den Haag.
– 14.35 – 15.00 uur: EVA, korte monoloog vanuit het perspectief van Eva Eldersma uit De stille kracht. Tekst en regie: Gérard van Kalmthout. Spel: Hester Meuleman.
– 15.00 – 15.40 uur: pauze met een drankje en een hapje.
– 15.40 – 16.10 uur: ‘Couperus en zijn Haagse sociale milieu.’ Lezing door Jan Hein Furnée, universitair docent cultuur- en mentaliteitsgeschiedenis na 1750, en verbonden aan de opleiding Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam.
– 16.00 – 17.00 uur: afsluiting met een drankje en een hapje.

Tussen de bedrijven door is er de mogelijkheid om uitgaven van en over Louis Couperus te kopen bij de stands van het Couperus Genootschap en antiquariaat Fokas Holthuis.

Aanmelden
De entreeprijs bedraagt 19,50 euro voor donateurs (en DOZA’s) van het Louis Couperus Genootschap en 24,50 euro voor introducés. U kunt zich aanmelden door het verschuldigde bedrag over te maken op rekening NL10 INGB 0000 6003 67 ten name van Stichting Louis Couperus Genootschap, Den Haag, onder vermelding van ‘Genootschapsdag 2015’. Wij adviseren u dringend om u tijdig, maar in ieder geval vóór 31 maart aan te melden. Wij reserveren de plaatsen in volgorde van betaling. U ontvangt geen bevestiging van uw aanmelding; alleen als u onverhoopt geen plaats meer kunt krijgen, krijgt u bericht van ons.

Couperus bij de buren

Op 20 februari promoveerde Ruud Veen, de kleinzoon van Couperus’ uitgever L.J. Veen, op zijn proefschrift Couperus bij de buren. Een onderzoek naar de uitgaven van het werk van Louis Couperus bij Duitse uitgevers tussen 1892 en 1973.

Veen onderzocht niet voor niets Couperus’ uitgeefgeschiedenis in Duitsland. Daar zijn namelijk de meeste vertalingen van zijn werk verschenen. Van de 47 zelfstandige werken zijn in de onderzochte periode maar liefst 23 vertalingen uitgebracht. Couperus was hiermee de meest vertaalde Noord-Nederlandse auteur van rond de eeuwwisseling in Duitsland. Else Otten nam er 18 voor haar rekening, en is daardoor van doorslaggevende betekenis geweest voor het succes van de auteur bij onze oosterburen.

De kern van het onderzoek is de autopsie van de boeken zelf. Veen ontdekte dat het uitbrengen van verschillende bindvarianten van één druk van één titel niet een typisch Nederlands fenomeen was. Eén Duitse uitgever spande de kroon door standaard van de gebonden editie vijf varianten gelijktijdig aan te bieden. Al die verschillende bindvarianten werden niet door de uitgever gedocumenteerd. Veen voorziet in deze lacune en geeft een overzicht van de aangetroffen edities en varianten. Ook de betrokken partijen, vertalers, uitgevers in Nederland en Duitsland, en de omgevingsfactoren die bij de exploitatie van invloed waren komen in de dissertatie aan bod.

De handelseditie van het proefschrift is voor 49,50 euro te bestellen via veen@couperus-collectie.nl. Meer informatie over de promotie en een uitgebreide samenvatting van Veens onderzoek op uva.nl.

Arabesken nr.44 verschenen

Arabesken 44-kleinHet nieuwste nummer van Arabesken, het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap, heeft als motto ‘De archieven in’ meegekregen. Zeg archieven en Couperus, en je komt al snel uit bij de onvermoeibare Couperus-vorser H.T.M. van Vliet, die in 2013 alle tot dan bekende en opgesnorde correspondentie van en aan Couperus in een prachtige uitgave bijeenbracht. Zo’n uitgave is per definitie onvolledig en voorlopig, want de inkt is nog niet droog of er duiken weer brieven op die geen onderzoeker ooit eerder onder ogen kreeg. Van Vliet vond er inderdaad nog acht, en presenteert ze nu exclusief, met uitgebreid commentaar, aan de Arabesken-lezer.

De redactie nam de kans te baat om Van Vliet meteen maar eens aan de tand te voelen over onder meer het belang van de editiewetenschap voor het literatuuronderzoek, een discipline waaraan Van Vliet zelf een grote bijdrage heeft geleverd, met – onder veel meer – de bezorging van de Volledige Werken Louis Couperus. Zijn laatste proeve op dit gebied, de genoemde uitgave van Couperus’ correspondentie, wordt in deze aflevering van Arabesken uitgebreid besproken.

Ook scheidend redacteur Menno Voskuil dook de archieven in; die van Albert Verwey welteverstaan, en kwam tot een fraai overzicht van Verweys kritische bemoeienis met Couperus’ werk.

Meer kritiek in het zesde deel van de serie ‘Couperus en de contemporaine kritiek’, waarin deze keer de receptie van Majesteit centraal staat, destijds een van Couperus’ meest geliefde romans.

Verder schreef René Nijhof de niet zo vrolijke geschiedenis van ‘t Sunneke, de laatste woonhuis van Couperus in De Steeg, gemeente Rheden, en is er aandacht voor de bijzondere heruitgave in één band van de sprookjes Psyche en Fidessa, met daarin deze keer alle beschikbare, grotendeels niet eerder gepubliceerde tekeningen van Bernard Reith.

Een volledige inhoudsopgave van deze Arabesken vindt u hier. Donateurs van het Genootschap ontvangen Arabesken gratis. Als u zich wilt aanmelden als donateur, klik dan hier.

J. Greshoff-prijs voor Couperus-essay Bas Heijne

De tweejaarlijkse J. Greshoff-prijs gaat naar schrijver en columnist Bas Heijne (1960) voor zijn essay Angst en schoonheid. Louis Couperus, de mystiek der zichtbare dingen.

Volgens de jury is zijn in 2013 verschenen essay ‘een ontmoeting tussen een bevlogen lezer, een auteur en een oeuvre. Tastend en verkennend, op zoek naar het geheim achter de tijdloze romans van Louis Couperus, beschrijft Bas Heijne bijna terloops hoe literatuur betekenis kan geven aan ons leven. Zo biedt zijn lichtvoetige essay antwoord op de zware vraag: die naar “het antwoordloze waarom” dat schrijvers en lezers drijft.’

De J. Greshoff-prijs is een tweejaarlijkse prijs voor een essay of essaybundel, ingesteld door de Jan Campert-Stichting. Bas Heijne ontvangt de prijs op zondagmiddag 18 januari 2015 tijdens het Writers Unlimited Winternachten Festival in Den Haag.

Toneelgroep Amsterdam komt met Couperus-trilogie

Omslag van 'De stille kracht' (1900)Toneelgroep Amsterdam brengt de komende jaren drie romans van Louis Couperus op de planken. Het eerste project, De stille kracht, gaat in september 2015 in première. Eric de Vroedt is verantwoordelijk voor de bewerking van het boek; de regie ligt in handen van Ivo van Hove. Later volgen nog Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan… en De boeken der kleine zielen.

Op de website van het toneelgezelschap motiveert Ivo van Hove zijn keuze voor Couperus als volgt:

Couperus schrijft op een volkomen bevrijde, niet moraliserende manier over zoekende, rusteloze mensen op het breukvlak van twee eeuwen. Met één been staat hij nog in de 19de eeuw, met het andere stapt hij ver vooruit, naar de toekomst. Hij voert mensen op die afscheid nemen van oude zekerheden en moeten leren omgaan met een nieuwe wereld vol vraagtekens en zonder antwoorden. Couperus deinst er niet voor terug om ook de duistere kanten te laten zien die achter de façade van de beschaving schuilgaan: expliciete seksualiteit, overspel, pedofilie, incest en hysterie. Ik voel me onweerstaanbaar aangetrokken tot die ‘existentiële onrust’, zoals Bas Heijne het treffend verwoordt. Ik wil Couperus als een tijdgenoot op het toneel brengen, als iemand die met zijn werk de zenuw van onze 21ste eeuw raakt.

Louis Couperus is erg geliefd bij toneelmakers. Zijn werk is de afgelopen decennia al meermalen met wisselend succes bewerkt voor toneel, onder meer door Ton Vorstenbosch, Léon van der Sanden, Ger Thijs en Willem Jan Otten.

Tentoonstelling: Carel de Nerée tot Babberich, Henri van Booven en Louis Couperus

De wintertentoonstelling van het Louis Couperus Museum is gewijd aan de vriendschap tussen de kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich en de schrijver Henri van Booven, en hun werderzijdse band met Louis Couperus. De titel van de expositie, ‘Witte nachten’, is de titel van de debuutbundel (1901) van Van Booven.

Rond 1900 was de latere Couperusbiograaf Henri van Booven (1877-1964) goed bevriend met de kunstenaar Carel de Nerée tot Babberich (1880-1909). Laatstgenoemde werkte in de stijl van Jan Toorop en Aubrey Beardsley. Hij is wel ‘de Couperus van de tekenpen’ genoemd. Henri van Booven is bekend om zijn roman Tropenwee (1904). Via zijn vriend Carel de Nerée leerde hij het werk van Louis Couperus kennen. De Nerée was idolaat van Extaze: ‘Het mooiste, wat een der allermooiste Hollanders van de laatsten tijd heeft kunnen geven,’ schreef hij in een brief uit 1900. Couperus’ roman inspireerde hem tot een reeks tekeningen die tot de fraaiste uit zijn oeuvre en wellicht uit de Nederlandse symbolistische kunst van rond 1900 behoort. Van Booven op zijn beurt werd een echte Couperuskenner. In 1933 publiceerde hij de eerste biografie van Louis Couperus.

Op de tentoonstelling zijn de tekeningen voor Extaze voor het eerst sinds honderd jaar tezamen te zien. Ze worden aangevuld met andere, zelden geëxposeerde werken van De Nerée uit particuliere collecties, boeken, foto’s en brieven die licht werpen op deze bijzondere vriendschap. Documenten uit het privéarchief van Henri van Booven worden voor het eerst aan het publiek getoond.

De expositie wordt voorbereid en ingericht door fin de siècle-kenner Sander Bink, die een dissertatie voorbereidt over Carel de Nerée tot Babberich. Ter gelegenheid van de expositie verschijnt van zijn hand een begeleidend boekje.

‘Witte nachten. Carel de Nerée tot Babberich, Henri van Booven en Louis Couperus’ is vanaf 9 november tot en met 10 mei 2015 te zien.

Nieuwsarchief

Foto van de dag

Onthulling gedenksteen Couperus