Nieuws

De kleine zielen op toneel: de recensies

Op zaterdag 22 september vond in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de première plaats van het toneelstuk De kleine zielen. Na negentien jaar ging regisseur Ger Thijs andermaal de uitdaging aan om de vierdelige romancyclus van Louis Couperus tot een compacte theatervoorstelling te transformeren. In hoeverre is hij daarin geslaagd?

Marco Weijers van De Telegraaf is zeer te spreken over de voorstelling en roemt vooral de humor waarmee Ger Thijs de  melancholische familiekroniek openbreekt: ‘Als regisseur maakt hij handig gebruik van de voorzetjes van Couperus zelf en voegt daar goed getimede stiltes aan toe, die niet zelden een komische draai geven aan wat wordt gezegd. Dat het spel ondanks het soms ouderwetse taalgebruik redelijk naturel is, bevordert eveneens de toegankelijkheid.’ De meeste acteurs kunnen daar volgens Weijers goed mee uit de voeten: ‘Oda Spelbos als Constance, Marie-Louise Stheins als haar verongelijkte zus Adolfine en Cas Enklaar als de nogal breekbare Paul gaan daarbij voorop. Voor Thom Hoffman geldt dat eveneens: hij geeft zijn personage een subtiel ironische charme mee in deze vlotte voorstelling. De kleine zielen stoft Couperus literaire erfenis niet alleen af, maar poetst ‘m ook op en laat het zachtjes flonkeren.’

Lof voor de acteurs, althans voor de meesten, is er ook van Herman Rosenberg, die in het Algemeen Dagblad Ger Thijs complimenteert met de knappe wijze waarop hij de roman compacter heeft gemaakt door figuren samen te voegen, zoals de geesteszieke Ernst en de dandy Paul. ‘Oda Spelbos overtuigt als Constance, de vrouw die haar man heeft verlaten voor haar minnaar en daarom in het bekrompen Den Haag van rond 1900 als een paria wordt nagewezen. Thom Hoffman excelleert als de verwende en ontevreden Van der Welcke, haar nieuwe man. En tussen hen in doet Sarah Bannier het goed als het wijze zoontje Addy, al is het merkwaardig dat zij als vrouw deze jongensrol speelt. Mark Klein Essink haalt uit zijn dubbelrol — eerst is hij de stijve Van Naghel, dan de flamboyante Brauws — wat erin zit.’ Maar de fletse vertolkingen van de andere acteurs wreekt zich in deze extreem sobere enscenering, vindt Rosenberg: ‘Dan valt de nadruk des te sterker op de acteurs en hun spel. Het toneel van de schouwburg lijkt dan opeens erg groot en leeg. Deze kale Couperus komt waarschijnlijk beter tot zijn recht in een moderne zaal op de vlakke vloer.’

Voor Hein Janssen is deze kale Couperus onverteerbaar. Wat in de roman met grandeur is verwoord, is in de voorstelling tot een uittreksel gereduceerd. In de Volkskrant schrijft hij: ‘In een optimistische bui zou je kunnen beweren dat Ger Thijs Louis Couperus heeft afgestoft. Maar dat stof is juist zo belangrijk. Het stof van het verleden, het stof dat is neergedaald op deze afbrokkelende grandeur, op deze levens vol onafgebroken verlies. De Kleine Zielen zou eerder bedrukt en bedompt moeten zijn dan opgepoetst. Fris en vlot zijn bij Couperus eerder ongepaste begrippen.’

Noemt Janssen de actrice Sarah Bannier ‘een aandoenlijk oprechte Addy’, voor Kester Freriks is deze rol zelfs de glanzende kern van Thijs’ bewerking geworden: ‘[hij] heeft Bannier zó sterk geregisseerd, dat in haar de concentratie schuilt van alle tragiek,’ zo schrijft hij in de NRC. Het eindoordeel van Freriks is zondere voorbehoud positief: ‘Destijds, bij het Nationale Toneel, was zijn [Thijs’, red.] benadering groots en uitputtend. Dit keer is zijn aanpak juist geconcentreerd, vereenvoudigd, traditioneel van stijl en bij vlagen zelfs subliem.’

Voorbehoud is er wel bij Hanny Alkema in Trouw. Ze vindt de voorstelling wel onderhoudend, ‘mede door Couperus’ vertellende meesterschap’, maar niet bijzonder. In Thijs’ poging om de tijdloze thematiek van de roman nog dichter naar het nu te trekken, heeft het stuk een moordend tempo: ‘Dat sleept je moeiteloos door het verhaal, maar doet, vrij monotoon in/uit de coulissen geënsceneerd, afbreuk aan de beeldende kracht van theater. Ruimte voor sfeer- en karaktertekening is er amper. Geen stil spel, dat de aard van personages en handelen kan verdiepen. Geen tussen de regels door, zo typerend voor Couperus’ psychologiserende stijl.’

Luid applaus is er voor Ger Thijs op theaterkrant.nl: ‘Het ambacht om van Couperusboeken toneel te maken heeft hij nu zo goed in zijn vingers, dat het de grens van meesterschap heeft overschreden’, vindt recensent Pieter Rings. ‘Als geen ander weet hij dat je niet alles kunt laten zien en moet durven kiezen. En hoewel er veel moois op de vloer van de montagekamer is achtergebleven, is er genoeg over om de hele avond geboeid te blijven kijken. Couperus heeft zich geen betere zaakwaarnemer kunnen wensen.’

De voorstelling is vanaf heden op diverse locaties te zien. Klik hier voor de volledige speellijst.

Update 26 september: recensie uit Trouw toegevoegd.

Reacties

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Nieuwsarchief