Nieuws

De Parelduiker over de collectie-Eekhof

Met de verkoop van de collectie-Eekhof vorig jaar werd de grootste Couperus-verzameling ter wereld voor iedereen toegankelijk. Stond de culturele waarde ervan van meet af aan buiten kijf, men was toch vooral benieuwd naar welke verborgen schatten de collectie bij nadere bestudering zou prijsgeven. In het nieuwste nummer van De Parelduiker kan men kennisnemen van de eerste onderzoeksresultaten.

Na een rijk geïllustreerd, inleidend artikel over de collectie bespreekt H.T.M. van Vliet de bijzonderste boeken uit de verzameling. Jan Eekhof had niet alleen álle drukken in álle banden van Couperus’ werk, hij beschikte ook over een aantal voorleesexemplaren die Couperus gebruikte tijdens zijn voordrachten. De aantekeningen en doorhalingen in deze boeken verschaffen ons een beeld van hoe de auteur daarbij te werk ging. Opvallend is dat Couperus nogal veel wegliet tijdens het voorlezen, volgens Van Vliet vooral omwille van het ritme. Maar in zijn verhaal ‘De dood van Vesta’ blijkt hij vooral die woorden en zinswendingen te hebben geschrapt die nogal beledigend kunnen zijn voor christenen. Dacht Couperus zich op het podium minder te kunnen veroorloven dan achter zijn schrijfbureau?

In zijn derde artikel presenteert Van Vliet enkele onbekende brieven van de auteur, waarvan er twee zijn gericht aan S.F. van Oss. De hoofredacteur van de Haagsche Post zond Couperus in 1921 op reis naar het Verre Oosten, waar hij voor het weekblad een aantal feuilletons zou schrijven. Kenners van Couperus zullen niet verbaasd zijn dat de epistels voornamelijk over geld gaan: ‘Finantieel [sic] ben ik er op ƒ 1000,- na gekomen, die ik dus nog gaarne tegemoet zie. Japan is schreeuwend duur; met ƒ 100,- per dag kwam ik er niet, als ik mij had voorgesteld.’ Even verderop probeert de auteur nog meer geld bij Van Oss los te peuteren: vierhonderd gulden voor vier of vijf maandelijke artikelen: ‘Ik kom dan tot een nederig inkomen van ± ƒ 600 of ƒ 700 in de maand; want van zichzelven heeft “de gevierde schrijver” niet meer (…).’

Zeer lezenswaardig ook is de bijdrage van José Buschman die zich met ‘een simpel aanvraagbriefje in de leeszaal’ van het Letterkundig Museum toegang verschafte tot de collectie-Eekhof, allerlei curiosa door haar handen liet gaan en ons deelgenoot maakt van wat ze zoal aantrof. Eén van de verrassingen die haar werd bereid was een tot nu toe onbekend fotoportret van Couperus uit 1918.

Dat niet álle ontdekkingen per se uit de schatkamer van Eekhof komen, bewijst Sander Bink, die ons ten slotte nog een tweetal uit privébezit afkomstige briefjes van de auteur aan de zestienjarige Roosje van Lelyveld offreert.

De Parelduiker is een uitgave van Bas Lubberhuizen. Losse nummers zijn verkrijgbaar voor 8,75 euro; een jaarabonnement (vijf nummers) kost 37,50 euro.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Nieuwsarchief