Nieuws

Recensies van Eline Vere

Op zaterdag 22 december vond in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag de première plaats van het toneelstuk Eline Vere door het Nationale Toneel, in de bewerking en regie van Léon van der Sanden. Hieronder een bloemlezing van de eerste, overwegend positieve recensies:

‘Léon van der Sanden, bekend van zijn boekbewerkingen voor het theater van onder meer Gerard Reve’s De Avonden, heeft het lijvige werk van Couperus teruggebracht tot bijna drie uur compact theater, dat in het eerste deel zelfs amusant is. Valt er in het boek weinig te lachen, bij Van der Sanden wordt het Haagse milieu bijna kolderiek. (…) Bij Van der Sanden zit Eline niet gevangen in die Haagse omgeving, maar in zichzelf. Dat komt vooral in het tweede deel scherp uit de verf. Maria Kraakman speelt Eline met een tomeloze energie: heftig, hysterisch en grillig.
Een behaagzieke vrouw, die weinig sympathie opwekt, maar wel intrigeert.’
(Maja Landeweer in het AD)

‘Zelf kenschetst de regisseur het resultaat als een “koortsdroom” – “een op de spits gedreven overvloed aan gebeurtenissen” , “we springen van de hak op de tak.”
En dat klopt. Maar helaas maakt dat nog geen goede voorstelling, en dat is de acteurs eigenlijk niet aan te rekenen (en zeker Kraakman niet). Door de overvloed aan gebeurtenissen en locaties (…) rent iedereen het toneel op en af en is er van enige uitwerking van de personages eigenlijk geen sprake: het blijven allemaal poppetjes, sjablonen. De figuren zouden qua diepgang gebaat zijn bij enkele rigoureuzere ingrepen – de materie is interessant genoeg.
Daarbij komt dat de (speel-)stijl nogal inconsistent is. Enerzijds lijkt – ook al voor wat betreft decor en kostuums – gekozen voor een wat conservatieve, haast naturalistische benadering (de gedragen taal van Couperus blijft ook als zodanig gehandhaafd, zeker in het eerste gedeelte), maar anderzijds worden er sommige scenes zo kolderiek ingezet dat het weer ten koste gaat van de inhoud. Waardoor een verward premièrepubliek een van de meest dramatische gedeelten van het verhaal – Eline ontvlucht het huis van haar zuster en belandt in vreselijk noodweer – kon onthalen op een hartelijke lach.’
(Karin Veraart in de Volkskrant)

‘Kraakman laat met een onuitputtelijk arsenaal aan beweginkjes, handgewapper en beengetrappel zien dat Eline een gevangene is: ze wil eruit, maar ze kan het niet. Ze speelt die besluiteloosheid met verve en overgave. Echt tragisch wordt de voorstelling dankzij twee vrouwen die Eline’s contrast vormen: Mirjam Stolwijk is angstwekkend als de ijzige getrouwde vrouw die zich wel aanpast aan huwelijkse normen. En Bien de Moor is genadeloos goed als de Brusselse Elize die Eline aan de morfine brengt. In haar hart lijdt Elize aan dezelfde kwaal als Eline, maar zij overwint door zich in perverse milieus te bewegen en van Eline een willig slachtoffer te maken.
De scènes met de familie zijn soms braaf toneelmatig en netjes, alsof we gewoon weer bij lang geleden verzeild zijn geraakt. Maria Kraakman verdient alle lof. Het is haar gelukt van Eline de onbegrepen buitenstaander te maken, die zij is. Haar lot is dat ze zichzelf evenmin begrijpt; dat maakt de teloorgang van haar Eline tot een griezelige zielsgeschiedenis.’
(Kester Freriks in de NRC)

‘Een geloofwaardige Eline Vere op toneel valt en staat (…) in eerste instantie met een zorgvuldige tekening van haar sociale omgeving.
Hierin faalt regisseur Léon van der Sanden opzichtig. Zijn flitsende en kernachtige bewerking lijkt er vooral op gericht om van meet af aan de veronderstelde verwachting van het publiek weg te vagen dat men naar een suf en langdradig laatnegentiende-eeuws drama moet gaan kijken. Helaas sneuvelt hiermee tegelijkertijd de dodelijke ambiance die de geleidelijke aftakeling van Eline wat meer reliëf zou kunnen geven. Haar entourage bestaat voornamelijk uit lollige karikaturen, die in een al te schril contrast staan met de levenspijn van het hoofdpersonage. (…)
Als je als regisseur het publiek wil laten huilen om Eline, dan moet je ook haar kwelgeesten serieus nemen.’
(Peter Hoffman op rond1900.nl)

‘In snel opeenvolgende scènes volgens de formule van de moderne soap trekt dit Haagse circus voorbij en ik heb me geen moment verveeld. Fraai is in het decor van Mirjam Grote Gansey een verdiepte achterruimte waarin we voornamelijk tableaux zien van de spelers bij hun feesten, terwijl Eline op de voorgrond haar borderline-syndroom doorworstelt met haar verliefdheden, haar dromen en haar wanhoop om de vulgariteit van dit wereldje. De panelen van de wanden om haar heen hangen dreigend voorover en ze weet dat ze niet kan ontsnappen. Haar ene poging daartoe, een poedelnaakte gang door storm en regen naar het huis van vriendin Jeanne, was wel wat heftig voor de ingetogen Couperus, maar raakte de kern. Rustpunt in alle turbulentie is de oude mevrouw Van Raat (Marie-Christine de Both) die in een hoekje van het toneel een boek leest, een mooie vondst. Als de naam Laan van Meerdervoort valt (waar zij woont) gaat er een kleine siddering van genot door de Haagse rijen. En daarmee zijn de vier uitgesproken melodramatische bedrijven toch ook een hommage aan de kleine man wiens standbeeld vlak om de hoek van de schouwburg staat.’
(Hans Oranje in Het Parool)

‘Leon van der Sanden heeft dankzij het directe, aardse en toch ongrijpbare karakter dat Maria Kraakman neerzet een bewerking kunnen maken die van Couperus’ lijvige roman alles weglaat, behalve de kern. Liefhebbers van onyxen zuiltjes, zacht ruisende rokken in rookbruine boudoirs, keurig gekopieerd uit de panden aan de Laan van Meerderveurt, zullen teleurgesteld worden.
Liefhebbers van lange Couperuszinnen in negentiende eeuws kringelproza ook. Deze voorstelling deugt, net als Van der Sandens goed ontvangen bewerkingen van De Avonden en Berlin Alexanderplatz. Deze Eline Vere geeft een satirische kijk op de Haagse kleine burgerij, hoe blauw het bloed er soms ook was. Het spel is licht, de acteurs zijn gretig en hebben er lol in. We kijken mee met Eline Vere, die door Maria Kraakman wordt neergezet als een verwend kreng met diepgang. Wanneer ze met de voorstelling de zwaarte in gaat, ga je moeiteloos met haar mee. (…) De voorstelling zal moeilijk vallen bij liefhebbers van Couperus, maar liefhebbers van mooi en actueel toneel hebben een goede avond.’
(Wijbrand Schaap in Brabants Dagblad)

‘Wat me hindert is, dat Van der Sanden een wet schendt die zich niet zonder wraak laat schenden: de wet dat toneel, uitgerekend toneel, nooit hardop moet zeggen wat er al te zien is, en niet moet laten zien wat gesuggereerd kan worden. Het prompte effect is dat de voorstelling er niet moderner, of scherper, laat staan choquerender op wordt, maar vergeleken met het boek juist benepener en achterhaalder aandoet. Te veel van wat Couperus te vermoeden geeft, ook in andere opzichten, wordt nu uitgestald zoals we in ons tv-tijdperk gewend zijn alles te etaleren, en in die pontificale uitstalling verwatert de deprimerende bedomptheid van het chique Haagse milieu tot iets parvenuachtigs.
Te weinig wordt er overgelaten aan het invullingsvermogen van het publiek. Maria Kraakman, uitstekende actrice als ze is, mikt al te nadrukkelijk op het veruiterlijken van het neurotische egocentrisme en de aftakeling van Eline. Meelijwekkend kromgetrokken hoepelruggetje, krampachtige motoriek, wilde ogen, hortend en stotend geuite zinnen, het is domweg te veel allemaal. De fijnzinnigheid, smaak en artistieke gevoeligheid die Eline ook kenmerken, raken er zoek door.’
(Peter Liefhebber in De Telegraaf)

De voorstelling is vanaf heden op diverse locaties te zien. Klik hier voor de volledige speellijst.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Nieuwsarchief