Nieuws

Themanummer De Parelduiker over Couperus

Het nieuwste nummer van het literair-historische tijdschrift De Parelduiker, dat bijna helemaal aan Couperus is gewijd, biedt vanuit verschillende invalshoeken aardig wat onbekend materiaal van en over de auteur.

Wim van der Meij schrijft over een onlangs opgedoken brief van Lucien von Römer aan H.W. van Tricht, auteur van de omstreden studie Louis Couperus. Een verkenning (1960). De vondst van deze lange brief vergoedt wellicht iets van de teleurstelling die velen hebben gevoeld toen in 2000 eindelijk het geheimzinnige kistje uit de nalatenschap van Von Römer, psychiater en voorvechter van rechten voor homoseksuelen, mocht worden geopend. Behalve onderzoeksgegevens, dagboekfragmenten en enkele onbeholpen gedichten, bevatte het pakketje niet dat waar men op gehoopt had: materiaal dat licht zou werpen op het contact van Von Römer met Couperus. Dankzij de brief aan Van Tricht weten we nu dat, anders dan tot nu toe werd verondersteld, het contact niet van Couperus, maar van Von Römer is uitgegaan. Ook werd algemeen aangenomen dat Couperus zich bij het schrijven van zijn roman De berg van licht heeft laten inspireren door Von Römers studie over het verschijnsel androgynie. Uit de brief blijkt echter dat Couperus het boek van Von Römer kreeg opgestuurd op het moment dat hij reeds de laatste hand legde aan zijn roman.

Twee onbekende brieven van Couperus zelf vond Wieneke ‘t Hoen in het archief van uitgeverij Van Kampen, die zijn romandebuut Eline Vere uitgaf. De brieven bevestigen het beeld van Couperus als een echte knakenpoetser, zoals we hem kennen uit zijn correspondentie met zijn latere uitgever Veen. Zijn tweede roman, Noodlot, verscheen niet bij Van Kampen, omdat, zoals men dacht, de inhoud van het boek te veel botste met de doopsgezinde geloofsovertuiging van de eigenaar, maar omdat een andere uitgever (Elsevier) nu eenmaal meer geld bood: ‘Ik was liever bij U gebleven, dan nu bij den heer Robbers te gaan, omdat ik liever bij éen uitgever gebleven was, maar U zult mij ten goede houden, dat, al ben ik artist, ik toch ook mijne prozaische belangen behartig.’

In het verhaal ‘De ode’ (1919), dat zich afspeelt in de Griekse oudheid, geeft Couperus een verslag van de overwinningen van Xenefon, een legendarische atleet uit Korinthe, in de vijfkamp tijdens de 79ste Olympiade. Na zijn overwinning wordt de atleet toegezongen door de Griekse dichter Pindaros. Couperus gebruikte bij het schrijven van zijn verhaal een Franse editie van de Oden van Pindaros die zich momenteel bevindt in de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde. H.T.M. van Vliet legde dit exemplaar, met potloodstrepen en aantekeningen van Couperus, naast het verhaal en ontdekte dat de auteur niet alleen de Franse vertaling van de dertiende Ode gebruikte, maar ook vrijelijk putte uit de inleidingen en noten van zijn bron.

José Buschman ten slotte, volgde de voetsporen van Couperus in Florence en deed enkele aardige ontdekkingen. Zo wist ze een foto te bemachtigen van markies Niccolini, in wiens palazzo een pension gevestigd was waar het echtpaar Couperus kamers huurde (thans Hotel Fiorentina). Ook vond ze in de abonnementsboeken van het Gabinetto scientifico-letterario G.P. Vieusseux, een beroemde Florentijnse bibliotheek waar Couperus dikwijls onderzoek deed voor zijn werk, enkele keren de naam van de auteur terug. Helaas was niet meer na te gaan wélke boeken hij leende. De opmerkelijkste vondst deed Buschman in de abdij Monte Oliveto Maggiore, vlakbij Siena: achter de figuur Orlando Orlandini, de Italiaanse vriend van Couperus die regelmatig opduikt in zijn wekelijkse feuilletons voor Het Vaderland, zou wel eens een heel ander persoon schuil kunnen gaan dan men denkt…

Het tijdschrift De Parelduiker is een uitgave van uitgeverij Bas Lubberhuizen en kost 8,75 euro. Een jaarabonnement (vijf nummers) kost 37,50 euro.

Facebooktwittergoogle_plusFacebooktwittergoogle_plus

Reacties

Nog geen reacties

Plaats een reactie

Nieuwsarchief