Een vraaggesprek met Hella Haasse
'Schrijven is mijn manier van aanwezig zijn'

Hella Haasse. Tekening door Laura van den Hengel

Het is dit jaar zestig jaar geleden dat Hella Haasse (1918, Batavia), net als Couperus, debuteerde met een dichtbundel. Sindsdien bouwt zij onvermoeibaar aan een indrukwekkend oeuvre dat niet in een enkele zin te omschrijven valt. In haar Amsterdamse appartement sprak ik met haar over liefde voor personages, het kostbare vermogen om waar te nemen, Couperus en natuurlijk… Indië.

DOOR 

'Ik ben in Indië geboren en ik ben er opgegroeid. Ik heb daar eindexamen gedaan en ben vervolgens in 1938 naar Nederland gegaan. Couperus heb ik op school leren kennen. Ik zat op de gymnasiumafdeling van de Carpentier Alting Stichting, destijds de beste school in Nederlands-Indië. We kregen bijzonder goede lessen in taal en geschiedenis. Vooral bij oude geschiedenis kwam het werk van Couperus ter sprake. In mijn schooljaren heb ik Iskander, De berg van licht en De komedianten gelezen, maar ook verhalen als De naumachie en Antiek toerisme, die in de klas werden behandeld. Wat later op de middelbare school heb ik Eline Vere voor het eerst gelezen. Het was een zeer belangrijk boek voor me, en dat is het nog steeds, juist ook om de sfeer, het beeld dat het geeft van het leven in Nederland aan het einde van de negentiende eeuw.'

Klassieke taferelen
'Niet zo heel lang geleden heb ik Eline Vere nog eens herlezen. Bij al het werk van grote schrijvers groei je in je leven naar meer begrip voor de personages; dat heb ik met Eline ook. Toen ik jong was, vond ik haar toch een beetje een aanstelster; ze loopt steeds maar melancholiek te doen, vlucht na een ruzie met haar familie in de nacht in een avondjapon door de regen en werpt zich snikkend beneden aan de trap bij Jeanne en haar gezin. Langzamerhand besef je dat het een mens is met pathologische karaktertrekken. Dan krijg je verschrikkelijk veel medelijden met haar. Het is een personage die je je hele leven bijblijft, vooral door de manier waarop Couperus haar voorstelt en haar laat leven temidden van al die andere, zo normale Hagenaars uit die tijd. Hij koos bewust voor die achtergrond; het vormt het contrast met de steeds duidelijker wordende verflensing van Eline.'
    'Wat stijl betreft heb ik een voorkeur voor de Haagse romans, de Italiaanse boeken Langs lijnen van geleidelijkheid en Aan den weg der vreugde, maar ook hou ik erg van de schetsen die hij in het zuiden heeft gemaakt. Hij schreef ze in een taal die direct

15
aansluit bij het dagelijks leven, in een ongemaniëreerde stijl, zonder dat precieuze of de dweperige verfijning die je in zijn antieke romans tegenkomt en waarin hij eigenlijk dezelfde invalshoek kiest als die van een schilder als Alma Tadema, met die geweldige geromantiseerde klassieke taferelen. Toch ben ik, toen ik zelf met die materie aan de gang ging, erg onder de indruk geraakt van de serieuze research die hij voor dit werk heeft verricht, zijn kennis van zaken over met name het oude Rome. Maar ook bewonder ik zijn visie; het geweldige panorama dat hij oproept in Iskander en in De berg van licht.'
    'Ik heb speciaal aan Couperus gedacht toen ik begon te schrijven aan Een nieuwer testament, over Claudius Claudianus, de laatste belangrijke dichter in het Latijn. Hij komt ook voor in het verhaal "De dood van Vesta" van Couperus. De heidense godsdienst speelde toen, in de vijfde eeuw, allang geen rol meer; Rome was bijna volledig gekerstend. Maar in die tempel werd het heilige vuur nog bewaard door een heel oude priesteres. Zij krijgt bezoek van de jonge Claudius Claudianus. Couperus stelt hem voor als de gevierde dichter in dienst van het keizerlijk hof. Ik heb hem op basis van wat ik meende te lezen in zijn bewaard gebleven poëzie tot een meer complexe figuur gemaakt, een mens met een voor ons nu herkenbaar sceptisch en kritisch bewustzijn.'

16
'Aan Een nieuwer testament, dat ik zelf mijn beste boek vind, heb ik zeven jaar gewerkt. Ik schrijf, anders dan Couperus, heel langzaam. Niet dat ik in de tussentijd niets anders geschreven heb, maar het duurde lang voordat het in elkaar zat zoals ik het wilde hebben. Ik moet lang nadenken voordat het er staat zoals ik denk dat het er moet staan. Voortdurend overweeg ik of iets scherper gezegd kan worden, of beeldender, zoek ik wat eruit kan, omdat het niet echt nodig is. In de tijd dat ik aan Het woud der verwachting werkte, was ik daar nog niet achter. Ik vond het heerlijk om het allemaal op te schrijven, me te verbeelden hoe het allemaal was. Maar dat heb ik afgeleerd. Geschiedenis is, zeker voor een schrijver, iets ongelooflijk fascinerends; je weet nooit hoe het precies geweest is; iedere generatie heeft weer een ander beeld van een bepaald tijdperk. Steeds worden die interpretaties weer gecorrigeerd, en die nemen we op onze beurt voor een deel mee in ons eigen oordeel. We tasten eigenlijk in het duister, zelfs wat onze huidige tijd betreft, maar voor mij als auteur is dat nu juist het zout in de pap.'

Aandacht
'Ik bewonder Couperus het meest om zijn vermogen verschillende aspecten van de maatschappij, zowel de Indische als de Nederlandse, volkomen echt neer te zetten, op een zodanige manier dat de problemen van die mensen je aangrijpen. Je herkent het onmiddellijk, zeker als je enige kennis van zaken hebt wat Indië betreft; je voelt hoe echt, hoe juist geobserveerd en weergegeven het is.'
    'Wat dat betreft kunnen moderne auteurs nog wel degelijk iets van Couperus leren. Rijke, gevarieerde en brede aandacht voor hoe mensen in elkaar zitten bijvoorbeeld. Hoe ze handelen in hun privé-leven, hoe ze een persona creëren voor de buitenwereld. Couperus stamt dan ook uit een cultuur waarin het enorm belangrijk was hoe je jezelf presenteerde. Uit de manier waarop hij over mensen schrijft, blijkt dat hij over hen nadenkt, zich echt in hen verdiept. Neem nu de dienstbodes bijvoorbeeld. Zij zijn slechts onbeduidende bijfiguren in de romans, maar Couperus geeft ons net die details, die hen voor de lezer bijzonder levend maken. Dat is een soort van aandacht, een liefde voor personages die je niet zo veel meer tegenkomt. Dat is wat ik nu zo enorm waardeer in Couperus: hoe hij alleen al door middel van dialogen, zonder ze verder te beschrijven, mensen weet te typeren, zodat je ze helder voor je ziet… ik vind dat buitengewoon knap. Ik geloof dat het vermogen om waar te nemen het kostbaarste bezit is wat een schrijver bij zijn geboorte meekrijgt.'

Hormat
'Wat De stille kracht tot zo'n uniek boek maakt, is dat Couperus zelf een tijd in Pasoeroean heeft gewoond en uit eigen aanschouwing de stijl van leven van de Javaanse vorstenhoven kende. Ik weet dat de sfeer zoals hij die schetst zo bestaan heeft. Ik heb zelf nog de nadagen van die cultuur meegemaakt. Pas na de Eerste Wereldoorlog is de Indische maatschappij sterk veranderd, onder meer door de komst van meer

17
Nederlandse vrouwen, echtgenotes van de ambtenaren. Voor die tijd was het al sinds de dagen van de V.O.C. gebruikelijk dat jonge mannen die in Indië gingen werken, verbintenissen aangingen met de vrouwen van het land.'
    'Het Indië van Couperus vind je ook nog terug in de jeugdherinneringen van Du Perron: de sfeer van de Indische landadel, van de grote Indische families van gemengd bloed, die, net als in De stille kracht, omgang hadden met de Javaanse vorsten, de wereld van landgoedbezitters en eigenaars van grote plantages, toen de resident en de ondergeschikte bestuursambtenaren een zeer duidelijk omschreven status hadden. In mijn jeugd bestond die wereld nog wel, maar het werd steeds minder. Veel ouderwetse gewoontes en stijlkenmerken, op Java althans, waren nog volop aanwezig, maar er ontstond langzamerhand een heel andere mentaliteit. De tijd van Couperus was meer tempo doeloe dan de tijd die ik me herinner. Mijn vader is in 1911 naar Indië gekomen en mijn moeder in 1914; zij hebben echt de overgang van tempo doeloe naar het Indië van de jaren twintig meegemaakt. Het is opvallend dat de Nederlandse schrijvers die iets met Indië te maken hebben gehad, allen behoren tot de meest kritische waarnemers van de samenleving daar. Lees het werk van Walraven, Du Perron, Alberts, Maria Dermoût of Bep Vuyk. Ze getuigen er allemaal van hoe de liefde voor die wereld ons heeft veranderd en beïnvloed.'
    'Als kind in Indië leef je in een veel grotere ruimte, in een overweldigende natuur die altijd om je heen is en nooit verandert, omdat er geen seizoenen zijn. De uitingen van de natuur zijn fel en hevig, met onweren, overstromingen en de onvoorstelbare kracht van de zon. Als je klein bent en je zintuigen zich vormen, dan word je ontzettend beïnvloed door die natuur en door het gedrag van de mensen om je heen. Als je zo bent opgegroeid, hou je later behoefte aan een zekere expansie en, misschien ook door de aanraking met de lokale bevolking, aan vormen van stijl, van hormat: het natuurlijke eerbetoon aan de ander, die je in z’n waarde wilt laten. Bij Indonesiërs, en zeker bij Javanen, was dat een belangrijk kenmerk van de samenleving.'
    'De pijnlijke plekken van het koloniale bewind die Couperus in De stille kracht blootlegt, waren toen al bekend. Onderlinge haat en nijd, intriges en drang om carrière te maken, zijn ingrediënten die je ook vindt in de vele populaire Indische romans uit die tijd. Stilistisch kan geen enkele van die auteurs tippen aan Couperus. Ook Daum niet, maar zijn romans geven wel een buitengewoon levendig en waar beeld van de toenmalige Indische samenleving. Hij schrijft dan wel over uiterst burgerlijke mensen, een soort Europese middenklasse die in Indië zat om veel geld te verdienen, zonder veel culturele ambities. Dat is het verschil met het milieu waarin Couperus thuishoorde.'
    'Het is heel jammer dat we door onze eigen stommiteiten en door gebrek aan inzicht in de situatie van na de Tweede Wereldoorlog de kansen hebben gemist om een goede verhouding te ontwikkelen met Indonesië en haar mensen. Dat we alles wat eminente persoonlijkheden als Sjahrir en Hatta te zeggen hadden naast ons neer hebben gelegd, is een ongelooflijke stommiteit geweest. Beiden waren intellectuelen van hoog niveau. Ook Soekarno had een heel goede invloed kunnen hebben. Als we die man fatsoenlijker hadden bejegend, hadden we veel aan hem gehad en zouden we het contact met Indonesië hebben kunnen behouden.'

18
Stippeltjes
'Het was een gangbare mening, waarschijnlijk van mensen die zijn werk niet heel goed kenden en die het ook maar van horen zeggen hadden, dat Couperus een zacht ei was en dat hij zich altijd in serres terugtrok om te wenen, en meer van dat soort nonsens. Mijn schoonvader bijvoorbeeld, die nooit in Indië is geweest maar ik in Holland heb leren kennen, heeft in zijn jonge jaren Couperus horen voorlezen. Hij kon daar smakelijk over vertellen, hoe Couperus geleund stond tegen een pilaartje en fraaie handgebaren maakte en altijd voortreffelijk gekleed was, maar hij vond hem ook een beetje een verwijfde figuur. Daar heeft Couperus misschien ook wel enige aanleiding toe gegeven. Als ik hem persoonlijk gekend had, zou ik me wellicht ook hebben geërgerd aan zijn maniërismen.'
    'Hij leefde natuurlijk ook in een tijd waarin dat tot op zekere hoogte bon ton was, zogenaamde uitingen van een verfijnde ziel. Net als al die vreselijke stippeltjes in zijn boeken; dat was ook mode. Maar Couperus is hoe dan ook, door zijn enorme talent en mensenkennis, zijn inzicht in het samenleven van mensen, boven zijn tijd uitgestegen. En als je die puntjes schrapt, staat nog heel veel van wat hij geschreven heeft als een huis. Samen met Multatuli – over wie ook allerlei verhalen de ronde deden; hij zou een doordraver, een warhoofd, zelfs een gek zijn – is hij een van de zeer weinige Nederlandse schrijvers van wereldniveau.'
    'Of Couperus nog echt leeft in deze tijd? Dat kan ik niet goed beoordelen. Wordt er nog gelezen tegenwoordig? Alle jammerkreten die ik daarover moet aanhoren, geven mij de indruk dat het steeds moeilijker wordt mensen aan het lezen te krijgen. Ja, iedereen leest de Da Vinci Code. Daar heb ik op zichzelf niet zo’n moeite mee, maar verbeeld je dan niet dat je ook nog iets van cultuurgeschiedenis leert, want dat is een misvatting. Maar goed, wat te doen als mensen geen interesse meer hebben in waarom mensen zijn zoals ze zijn? Geen oog hebben voor het drama dat voortvloeit uit het menselijk leven? Toch geloof ik niet dat de roman uiteindelijk ten dode is opgeschreven, want daarvoor maakt literatuur te zeer deel uit van onze denkwereld. Het wordt misschien wel steeds meer een liefhebberij voor een elitair gezelschap, voor een enkeling, maar daar wil ik dan wel bij horen.'
    'Ik denk dat Couperus net zo door het schrijven werd bezeten als ik. Mijn hele leven heb ik verschrikkelijk veel gelezen en nooit wat anders gedaan dan schrijven. Schrijven is mijn manier van aanwezig zijn. Niets heeft mij zo beziggehouden en zoveel geschonken als die drang om op papier te zetten wat ik zag en wat ik dacht. Couperus had dat ook, net als iedere schrijver die dat predikaat verdient.'

Dit is het vijfde deel van een serie vraaggesprekken met literaire auteurs over de betekenis van Couperus voor hun werk.

(Uit: Arabesken 13 (2005), nr.25, p.14-18.)